In de schuilplaats van de Allerhoogste

Uittreksel uit magazine Melach HaArets  (titel Gewijd of Gewoon – Chanoeka, lichtfeest met een duister verleden)

Schuilplaats
Het reukofferaltaar geeft het beeld van de gebeden die in de hemelse Tempel terechtkomen, zie ook eerder in dit artikel onder de kop ‘Gebeden en lofprijzing komen binnen het voorhangsel’. En de dekkleden van de Tent van Samenkomst zijn als de omhulling die de Eeuwige biedt aan hen die bij Hem schuilen, zoals er staat geschreven, “Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste zit, overnacht in de schaduw van de Almachtige” (Psalm 91:1). Op die manier wordt de Tempel een beeld van G’ds bescherming en van de broedplaats van hen die bij Hem opnieuw geboren worden, doordat ze Zijn liefde en ontferming ervaren. Het is op die manier alleen dat we het Koninkrijk van de Eeuwige kunnen binnenkomen, zoals Yeshua tegen Nikodemus heeft gezegd.

Erbarming en baarmoeder
Hij zei tegen Nikodemus, “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg dit tegen jou: als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van G’d niet zien” (Johannes 3:3). In vers 5 zegt Yeshua zelfs, dat we anders dat Koninkrijk niet kunnen binnengaan. En het is in Hosea 2:22 te lezen dat de Eeuwige de mensen die lo Roechama zijn, dat wil zeggen, nog geen ervaring hebben gehad met Zijn erbarming, zelfs met Zijn baarmoeder – wat racham ook betekent – dat bij Hem kunnen krijgen. Psalm 62:6-8 spreekt ook over G’ds schuilplaats, “Waarlijk, mijn ziel, keer je stil naar de Eeuwige, want van Hem is mijn verwachting. Waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. Op G’d rust mijn heil en mijn eer. Mijn sterke rots en mijn schuilplaats is in G’d.”

Tempel en mens
De Tempel is ook te vergelijken met een mens. Het licht van de menora brandt op olijfolie. Israël wordt vergeleken met een olijfboom, een edele en gecultiveerde nog wel. Het brandofferaltaar laat zien hoe niet wij zelf, maar een dier in onze plaats voor ons sterft, om herstel van relatie met de Eeuwige te krijgen; en dus ook met elkaar. De toonbroden laten zien hoe wij ons laten voeden uit G’ds hand en dat een mens niet alleen van brood leeft. Het voorhangsel herinnert aan G’ds belofte dat we daarachter onze ziel mogen verankeren. Het reukofferaltaar herinnert aan de geur des levens die wij moeten brengen; al zal die in de neus van sommigen een geur des doods betekenen. De dekkleden herinneren aan de eeuwige tent die we ontvangen, nadat we onze aardse tent hebben afgelegd. En de Wet in het binnenste van de Tent herinnert er ons aan, dat de Eeuwige die in ons hart schrijft.

Tempel en Messias
De verwoesting en het herstel van Tempel in het jaar 160 vgj, dat is waar Chanoeka door is ontstaan. Maar we kunnen zien hoe dat tot veel meer leidt dan deze zaken. Uiteindelijk is die verwoeste Tempel die weer werd opgebouwd ook te vergelijken met de lijdende en opgestane Messias. Ook Hij werd gepijnigd, gemarteld en verwoest door heidense vieze handen, handen van Romeinse moordenaars. Een handjevol Sadduceeën had geschreeuwd om Zijn kruisiging. Tot een eerlijke volkstelling was het nooit gekomen. En het uitvoeren van doodstraffen als de kruisiging was verboden door de Romeinse overheersers. Yeshua werd verwoest en in die staat heeft Hij het Goede Nieuws gebracht aan heidenen uit de tijd van Noach, zie 1 Petrus 3:20. Zo is ook nu in de afwezigheid van de Tempel in Jeruzalem een massale prediking gaande jegens de heidenen in de wereld.

Tempel en individuele gelovige
Licht is een belangrijk gegeven in de Bijbel, we schreven het al. Het is belangrijk voor ons. Op een pad dat door duisternis voert is het belangrijk, dat we bijgelicht worden. En dat de wereld duisternis kent, is ons bekend. Nu gaat het erom te zorgen dat we die duisternis buiten houden. Tempeldeuren dichthouden, maar ook open, om liefde te kunnen en geven en ontvangen en relatie te kunnen hebben en houden. We worden per persoon vergeleken in de Bijbel met de Tempel, “Of weten jullie niet, dat je lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in je woont en die je van de Eeuwige hebt ontvangen. En dat je niet van jezelf bent?” (1 Korinte 6:19). Het maakt Chanoeka er des te interessanter door, maar ook uitdagend. Want we willen niet zelf een Chanoeka moeten doormaken.

Tempel en Gemeente
En ook als gemeente vorm je met elkaar een tempel, “Weet jullie niet, dat jullie G’ds Tempel zijn en dat de Geest van de Eeuwige bij jullie woont?” (1 Korinte 3:16). En hier wordt een waarschuwing gegeven over mensen die de gemeente schade willen toebrengen, “Als iemand G’ds Tempel schaadt, dan zal de Eeuwige hem schade toebrengen. Want de Tempel van G’d – jullie zijn dat -, die is heilig!” (vers 17). Die toevoeging is een echte Chanoeka opmerking. Blijf van de Tempel af, want je weet uit de geschiedenis, dat de Eeuwige daar persoonlijk over waakt.

Lion S. Erwteman
Rosj Kehilla van Beth Yeshua, Amsterdam