Acharee Mot

Eenmaal per jaar mocht alleen de hogepriester in het allerheiligste van de tabernakel en later de tempel komen. De Grote Verzoendag is ingesteld nadat twee zonen van Aharon (A�on), Nadav en Avihoe (Nadab en Abihu), het niet stipt genomen hadden met de heiligheid van de Eeuwige. Hun dood was het gevolg (Leviticus 16:1,2, 10:1-3). De Eeuwige schermt de mensen af tegen Zijn heiligheid. Daarom de beperking voor het betreden van het allerheiligste en de zorgvuldige maatregelen die op deze dag getroffen moesten worden. Alles wordt tot in de puntjes voorgeschreven!

In Leviticus 16:5 staat dat Aharon van het volk Isra� twee geitenbokken in ontvangst moet nemen voor een zondeoffer en een ram voor een brandoffer. Deze twee geitenbokken vormen samen �n zondeoffer. Aharon moet niet beide bokken slachten, maar hij moet de ene slachten en de andere loslaten, de woestijn in. Door middel van de geslachte bok zal hij Gds heiligdom bevrijden van alle onreinheid en zondige opstandigheid van de Isra�ieten tegen de Eeuwige. Omdat de ontmoetingstent midden in hun tentenkamp staat, moet hij het heiligdom van alle onreinheid zuiveren (Leviticus 16:16a).

De verzoeningshandeling met de tweede geitenbok is geen gewone. Zij gaat niet gepaard met bloedstorting. En toch gedoogt de regel in Leviticus 17:11 geen uitzondering: Zonder bloedstorting geen vergeving. Hoe kan dit nu? We hebben al gezien dat de twee geitenbokken samen �n zondeoffer vormen. We moeten de bok die geslacht is en waarvan het bloed de zonden bedekt en verzoend heeft, hier terugzien als ware hij weer opgestaan en levend geworden om zijn rol verder uit te spelen. Aharon belijdt boven dit om zo te zeggen weer opgewekte en levende dier nogmaals de zonden van de Isra�ieten en legt die op hem. Echter nu niet meer als onverzoende, maar als verzoende zonden. Daarna stuurt Aharon deze geitenbok de woestijn in (Leviticus 16:20-22), de plaats van de dood en de duivel en zijn trawanten. Zo verzekert de Eeuwige Zijn volk van de ontvangen verzoening. Buiten het kamp van de Isra�ieten heersen de dood, de duivel en de demonen. Maar zij mogen het volk van het leven zijn rondom het heiligdom van de Gd van het leven. En dit leven geldt, zegt Sjaoel (Paulus) in Romeinen 11:11 24, ook voor iedereen die bij Zijn volk is ingelijfd, ge�t op de edele olijf.

Op de Grote Verzoendag mag men geen enkel werk verrichten. Integendeel, de dag heeft het karakter van een strenge Sjabbat (Leviticus 16:29-31). Alles staat in het teken van de boete, het berouw en de verbrijzeling van het hart. Juist de volkomen verzoening wekt een diep schuldbesef. Wie de liederen van die dag hoort en ze zelf van harte meezingt, beseft hoe groot de genade van de Eeuwige is.