Bechoekotai

Het middendeel van de Tora, Wajikra (Leviticus), eindigt met de keuze tussen goed en kwaad. Die keuze is niet nieuw en stamt van Gan Eden (het Paradijs), waar wij ook voor die keuze stonden en toen fout gekozen hebben. In Leviticus 26:3 biedt de Eeuwige de mogelijkheid om goed te kiezen. T/m vers 13 staan er vervolgens allemaal heerlijke gevolgen op onze goede keuze. Geen kleine lettertjes, alles is transparant en duidelijk. Wat opvalt is dat er met geen woord gerept wordt over eeuwig leven of vergeving. En het mag ook duidelijk zijn dat ondanks de tweedeling die sommige theologen en kerkgenootschappen menen te mogen ma-ken er maar �n Evangelie in de Bijbel te vinden is, voor de Jood en voor de niet-Jood. En dat is: vergeving en eeuwig leven komen door niemands inspanningen. Geen mens kan ons dat geven, dan alleen Yeshua. Door Zijn offer en opstanding alleen is eeuwig leven mogelijk, maar dan alleen voor hen die beseffen dat ze Zijn offer en opstanding nodig hebben. Het is zoals de auteur van de brief aan de Hebree� het verwoordt: Het is onmogelijk dat het bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen (10:4). Na een aantal fikse dreigingen, die de bedoeling hebben slechts af te schrikken, niet om gebruikt te worden, herneemt de Eeuwige de draad van Zijn aanbod van voordelen mits er gehoorzaamd wordt in vers 44. De inzettingen en verordeningen zijn wel degelijk belangrijk voor Hem, al is het niet voor eeuwige redding. De Eeuwige Zelf noemt dit punt in vers 43. Deze zijn het meetpunt voor Hem om te zien hoe betrokken wij zijn in ons geloof in en vertrouwen op Hem. Hij wil niet dat we vrijblijvend zijn met Hem.

Allerlei uitvluchten bedenken wij om Gd slechts minimaal te kunnen dienen. De geboden waren voor de Joden, beweert de een. We leven in een andere bedeling of dispensatie, zegt een ander. Gd ziet mijn hart aan, dus ik hoef geen uiterlijke dingen te doen, beweert een derde. De geboden waren een straf van Gd voor de Joden, vanwege hun zonde met het gouden kalf, zeggen weer anderen. Het is niet voor niets dat Jeremia in de tekst van vandaag zegt: Arglistig is het hart boven alles, verderfelijk is het; wie kan het kennen? (Jeremia 17:9). Vervolgens geeft Gd het antwoord op die vraag: Ik, de Eeuwige, doorgrond het hart en toets de nieren en dat doe Ik om aan iedereen te geven naar zijn wegen, naar de vrucht van zijn daden (vers 10). Onze daden zijn dus van belang.

In de Openbaring zegt Yeshua tegen Johannes dat hij tegen de engel (voorganger) van de gemeente in Tyatira moet zeggen dat hun werken goed zijn bevonden: Ik ken jullie werken, liefde, geloof, dienstbetoon en jullie volharding en jullie laatste werken, die meer zijn dan de eerste (Openbaring 2:19). Ook in het Nieuwe Testament wordt er op goede werken gelet. Hoe kan het ook anders. Gd is onveranderlijk. In Ezechi� 20:11 staat dat als we Gds inzettingen doen, we zullen leven. Yeshua herhaalt die woorden en iedereen die in Hem gelooft dient dit serieus te nemen; leest u Lucas 10:25-28. Ook lezen we:Want dit is de liefde van Gd, dat wij Zijn geboden bewaren. En Zijn geboden zijn niet moeilijk (1 Johannes 5:3). Het is een kwestie van kiezen voor het goede.