Behaälotcha

De lezing uit Numeri behandelt allereerst hoe om te gaan met de kandelaar bij het Woestijnheiligdom en vervolgens de wijding van de Levieten voor hun dienst aldaar. Dan volgt hoe de tweede Pesach gevierd mag gaan worden. Bamidbar 8:14 zegt nadrukkelijk dat ook vreemdelingen eraan mogen deelnemen, mits ze zich houden aan de regels die voor Pesach gelden.

Daarna komen regels hoe het heeft te gaan op de reis naar het Beloofde Land: de volgorde van de stammen op die mars, het steken van de trompetten, de wolkkolom en de vuurkolom, die de reis aangeven en begeleiden. Want Israël is op reis naar K’na’an (Kanaän).

Niettemin, al lijkt dat nauwelijks voor te stellen: er heerste ontevredenheid. Bamidbar 11 spreekt van G’ds ingrijpen door vuur. Maar het baatte niet, want even later werd door het volk negatief gesproken over het manna dat de Eeuwige gaf en werd nota bene terugverlangd naar het vlees, de vis en de groenten van Egypte. Een verlangen van een terug naar het slavenhuis, waar ze met grote kracht door G’ds hand uit waren weggehaald, om naar het Beloofde Land te gaan, een land dat vloeit van melk en honing! Toch is de Eeuwige ook hier meer dan overvloedig genadig en gul: Hij belooft vlees, in de vorm van kwakkels, en die komen in uitbundige hoeveelheid.

Ontevredenheid ook bij Aharon (Aäron) en Mirjam. Maar Mirjam wordt melaats. Na gebed van Mosjee tot de Eeuwige wordt ze genezen, nadat ze zeven dagen buiten de legerplaats was gehouden. Ook wordt gesproken van zeventig oudsten, die Mosjee terzijde staan in al zijn bedieningen, om hem te ontlasten van het vervullen van alle taken. De Toralezing eindigt met het komen van Israël dicht bij het Beloofde Land.

De Haftaralezing uit Zacharia heeft het niet minder over het Beloofde Land, maar dan in het bijzonder over de heerlijkheid en de luister van Israël en van Jeroesjalajiem (Jeruzalem) als die door de Eeuwige hersteld worden. Over de Eeuwige, die als een muur om Jeruzalem en Zijn volk zal zijn. Over de volken, die zullen komen, om Hem te aanbidden in Jeruzalem. Over G’d, die op één dag alle ongerechtigheid van Zijn volk zal wegnemen. Om dan voor immer te midden van hen te wonen.

In het Nieuwe Verbond werkt Romeinen 11 dat uit. De Messias zal Zich aan Israël openbaren. Tot aan die tijd gaat G’ds roep uit in het bijzonder naar de volken; maar – Romeinen 11:25 – als dat is voltooid, als de volheid der heidenen, zo zegt Paulus, is ingegaan, dan is daar het moment dat de Eeuwige Zich op Zijn wijze tot Israël zal wenden, zodanig dat heel Israël behouden zal worden.