Beresjiet

In B’resjiet/Genesis 1:1 staat: “In het begin…”. Maar je kunt ook vertalen: “Met de eersteling”. Eén in wezen. Maar het is de Eeuwige die ervoor kiest om te verschijnen in welke vorm. Ondermeer als vuur, wind, wolk, vuurkolom, als rook tussen de cheroewiem (cherubs), als hand, pratende ezel, brandende braamstruik, als tongen van vuur, als stem, als Rots en ook als mens. Het model van de drie-eenheid doet pas vele eeuwen later zijn intrede en is gebaseerd op het triumviraat van het Romeinse keizerrijk. Wederom een menselijke inzetting, die met veel geweld is opgedrongen. Maar de gevolgen van deze dwaling zijn vandaag de dag sterker dan ooit.

Het moet u niet verbazen dat er continu geprobeerd wordt u een verkeerd beeld van G’d voor te spiegelen. Zie bijvoorbeeld B’resjiet/Genesis 3:1-6, het gesprek van de slang met Chava (Eva). Wat begint met twijfel zaaien en het tornen aan het volledige gezag van wat de Eeuwige gezegd heeft, eindigt in het overtreden van dat volledige gezag, waardoor er scheiding ontstaat tussen twee partijen, Schepper en schepsel. Dit proces ligt ten grondslag aan elke overtreding van G’ds Woord.

Een mooi voorbeeld hiervan; Genesis 1:14 De zon, maan en sterren worden door de Eeuwige geplaatst zodat wij Zijn ‘gezette tijden’ (mo’adiem), beter bekend als de hoogtijdagen, feestdagen, waaronder de Sjabbat, nieuwe maan, Pesach, Jom Kippoer en Soekkot, op de daarvoor bestemde tijd kunnen vieren. Heden zijn al deze dagen vervangen door: zondag, Pasen, Pinksteren en Kerst. Het maakt allemaal toch niet uit? Dit is een veel gehoord argument. Hiermee echter doe je niet wat de Eeuwige in Zijn Woord zegt. Yeshua zegt immers dat de Sjabbat is gemaakt voor ‘de mens’ en niet voor ‘de Jood’.

De geschiedenis leert dat zodra er aan het Woord van de Eeuwige getwijfeld wordt, je de deur voor de vijand wagenwijd openzet. De getalswaarde van Amalek heeft dezelfde getalswaarde als het Hebreeuwse woord ‘soeffek’, dat ‘twijfel’ betekent. Door het twijfelen, wantrouwen en niet geloven van de Eeuwige kon Israël door Amalek aangevallen worden omdat zij al bij de eerste keer dat zij de opdracht kregen de Sjabbat te vieren deze werd overtreden (Wajikra/Leviticus 16:27).

Denk aan Ja’akov/Jakobus 1:6-8: “6 Want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. 7 Want zulk een mens moet niet menen dat hij iets van de Eeuwige zal ontvangen, 8 innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.” In Tehilliem/Psalm 109:105 staat: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” David heeft het hier over Yeshua, de levende Tora. Laten ook wij in onze wandel (halacha) keren naar dit eeuwenoude pad. Het is een smal, maar recht pad richting de levensboom in het paradijs.