Besnijdenis ook voor niet-Joden?

Deze week antwoorden op vragen van lezers van de website en magazine Melach haArets. Vanwege hun privacy zijn hun namen alleen bekend bij de redactie. Op verzoek kunnen deze in de toekomst bekend worden gemaakt.

Vraag 1. In een discussie met een vriend over de besnijdenis haalde hij voor mij 1 Korinte 7:17-20 aan. Tot nu toe heb ik in de discussie steeds Tora-, c.q. bijbelgetrouwe antwoorden kunnen geven. Zoals bijvoorbeeld het besef dat de besnijdenis niet ons behoud is. Ook dat niet-Joden, als toegevoegd aan het volk Isra�l, de opdracht van Yeshua hebben om alles te doen wat Hij geboden heeft, zie Matte�s 5:17-19. Als ik de tekst in 1 Korinte 7 lees, vermoed ik dat het de bedoeling van Paulus is om de rust in de gemeente te bewaren. Ook zie ik dat hij het niet gebiedt, maar meer adviseert met het oog op situaties zoals in Handelingen 15. Hoe moet ik dit zien?
Antwoord 1. Dat stuk in 1 Korinte 7:17-20 moet u vooral niet uit zijn verband halen. Iemand die theologisch bevooroordeeld is tegen besnijdenis, leest wel het hele stuk, maar stopt met bewust kijken vanaf vers 19. Paulus (Sja’oel) zegt daar dat je alle geboden moet doen. Doet uw gespekspartner dat en is hij daarvan overtuigd? Of wordt er selectief gelezen? Terug naar vers 17 en 18: de onbesnedene moet zich niet laten besnijden. Wat is de reden dat hij dat niet moet doen? Als hij daarmee van identiteit wil veranderen en lid wil worden van de Joodse gemeenschap, dan moet hij zich vooral niet laten besnijden. Want, zo zegt Sja’oel in vers 19 van 1 Korinte 7, of je nu besneden bent of niet, waar het om gaat is het doen van niet alleen maar besnijdenis, maar van alle geboden. Dus, zegt Sja’oel in vers 17, laat iedereen zo leven, als G�d het hem toebedeelt. Dat houdt in: ben je Jood, blijf het; ben je niet-Jood, blijf een niet-Jood. Maar doe wel alle geboden; en dat geldt voor Joden en voor uw gesprekspartner. Inderdaad niet tot eeuwig behoud. Maar om de Eeuwige te behagen, zie Johannes 14:21. En om in de druk der tijden sterk te staan, zie Openbaring 14:12.

Vraag 2. Binnenkort is het Pesach. Tijdens de uittocht gaf de Eeuwige Mozes de regel dat een vreemdeling niet van de Sedermaaltijd mag eten, noch iemand die onbesneden is. Mijn vraag is: Mag ik als een niet-Isra�liet Pesach vieren? Acht jaar geleden ben ik op medische gronden besneden. Ben ik nu besneden zoals de Bijbel het zegt, of ben ik onbesneden?
Antwoord 2. U stelt een aantal vragen. Ik zal ze proberen te beantwoorden. 1. Mogen vreemdelingen (niet-Joden) meedoen met Pesach? Ja, alleen als zij daartoe de wil uitspreken. Zij worden dan als in Isra�l geboren, volgens Sjemot/Exodus 12:48. 2. Mogen mannelijke vreemdelingen dat in onbesneden staat doen? Nee. Zij dienen eerst besneden te worden, zelfde tekst. 3. Is iemand die om medische redenen is besneden, ook bijbels besneden? Nee, omdat de reden tot besnijdenis anders was, toen de ingreep indertijd plaatsvond. Het ging toen om een medische indicatie, niet om uw wil om aan de Pesach mee te doen. Wat nu te doen? Draag uw besnijdenis op aan de Eeuwige. Besef dat u daarmee deel krijgt aan de verbonden, zoals beschreven in Efeze 2:12, �Indertijd vreemd aan de verbonden�. Wie instemt met de tekst in Efeze zou niet meer vreemd moeten zijn aan de verbonden. Als u het besnijdenisverbond bewust bevestigt, wordt uw medische ingreep tot rituele, tot een teken van het verbond (Genesis 17:11).