Binnenkort is het Jom Kippoer

Binnenkort is het Jom Kippoer. De heiligste dag van het Joodse jaar. Het is zaak om onze harten te onderzoeken en te zorgen dat er niets tussen de Eeuwige en ons instaat. We worden hierin onderwezen door Tora, waar over de dood van twee van de zonen van Aharon (Aaron) wordt geschreven. Het is namelijk in die tekst, de parasja Acharee mot, in Wajikra (Leviticus) 16-18), waar ons wordt geleerd de Jom Kippoerdienst te houden. Er lijkt een verband te bestaan tussen de dood van deze twee tsadikiem en Jom Kippoer. Deze twee zonen van de cohen Aharon, Nadav en Awihoe, hebben iets gedaan wat tot hun oordeel is geweest. In de parasja Sjeminie (Wajikra 10-11) hebben deze twee mannen vreemd vuur in hun vuurpan gedaan en brengen daardoor een ongeldig offer. Ze sterven ter plekke. Het luistert nauw voor cohaniem (priesters).
 
 
Daarna zijn eerst de parasjot Tazria (Wajikra 12-13) en Metsora (14-5) aan de beurt, voordat deze gebeurtenis verder beschreven wordt. Tazria en Metsora gaan globaal gezegd over reinheid en de aandoening van metsora – en de genezing daarvan. Onmiddellijk daarna, in Acharee mot, gaat de tekst verder met wat er na het overlijden van de twee cohaniem plaatsvindt. De context is: heiligheid. Ieders aandacht is gespitst. Aharon is in rouw al mag hij zijn haar niet los laten hangen en zijn kleren niet scheuren. Het contrast tussen G’ds heiligheid en reinheid en de onheiligheid en onreinheid van de mens wordt pijnlijk duidelijk. Het schept een spanningsveld dat onverdraaglijk is. Het uitgekozen moment om over verzoening te spreken.
 
Dat laat zien dat er hoop is. En het laat zien dat die hoop ook bestaat voor Nadav en Awiehoe, omdat juist rond hun overtreding over deze hoopvolle dienst wordt gesproken. Het verschil tussen G’d en mens wordt uitvergroot door het voorschrift van twee Voorhangsels, één waar de priester door gaat om in het heilige te komen; en één om 1x per jaar in ohasev ase (kodesj hakedosjiem, Heilige der Heiligen) te komen. Alsof hiermee wordt getoond dat een mens niet alleen zal overlijden en een poort door moet, nadat zijn leven afgelopen is, maar ook tijdens zijn leven moet sterven aan zijn oude, zondige leven, om die poort door te kunnen gaan en het eeuwige Leven binnen te kunnen stappen. Ook al is er dat overlijden aan het einde van je aardse leven.
 
Met die twee keer overlijden worden we niet G’d en we worden niet als G’d. Maar we dienen wel heilig te worden, zoals G’d heilig is (Wajikra 11:44). Wie zo Jom Kippoer beleeft zal de dood niet ondergaan die bestaat uit het niet binnen stappen van het eeuwige Leven (ook wel eens de “tweede dood” genoemd). Uit alle macht moeten we daaraan werken. Want alleen dan verzoent Jom Kippoer. Jom Kippoer verzoent namelijk alleen voor mensen die de dag erkennen als een heilige dag en er als zodanig mee omgaan.
  
Wat moet je doen op Jom Kippoer om verzoening te ervaren? Tijdens het vasten – licht gemaakt door het edele doel – en het werkverbod, overdenk je hoe volkomen afhankelijk je bent van G’ds genade, G’ds liefde, G’ds leven, G’ds oordeel, de gezondheid en de genezing die Hij geeft, in dit leven of in de olam haba, de wereld die komt. Hij verzoent je met Zichzelf. Hij was het die als Yeshua naar ons toe is gekomen door twee voorhangsels door te gaan: de eerste door vanuit de hemel naar de aarde te komen en de tweede door Zijn leven gevend en verzoenend offer te brengen, zoals onze profeten Jesaja (hoofdstuk 53) en Zacharia (12, zie vers 10) hebben voorspeld.
 
 
Zo had de Eeuwige eerder de poort van en naar de hemel gepasseerd om bij ons te zijn, toen Hij met Awraham sprak en Sodom en Gomorra verwoestte (Beresjiet, Genesis 18-19). Het was ook deze poort naar de hemel die Hij aan Ja’akov heeft laten zien. Later is Hij nog eens deze poort gepasseerd, toen Hij op de berg Sinai kwam om de Tora te geven. Het moge duidelijk zijn: onze G’d is werkelijk geïnteresseerd in verzoening. Wat wij hebben verbroken, en wat wij zelf niet kunnen herstellen, dat wil en kan de Eeuwige herstellen door te verzoenen. Namelijk onze relatie met Hem, zoals we die in Gan Eden hebben gehad met Hem. ke oum (Tsom kal, een gemakkelijk vasten).