Chajee Sara

Aan het hof van koning David vindt een coup plaats. Adonia, de zoon van koning David en Chagiet, vindt dat hij koning moet worden. Hij is een van de zonen van koning David, die zijn vader moet delen met acht vrouwen en vele andere kinderen. Is het de aandacht die hij moet missen waardoor hij geen respect toont voor zijn vader en niet met hem overlegt over opvolging? Maar dan nog zou dat geen reden mogen zijn voor Adonias gedrag. Zoals kinderen en andere familieleden kunnen vechten om de erfenis na en soms tijdens iemands sterven, zo neemt Adonia het koningschap van zijn vader over op een wel zeer krenkende manier.

Er is hier sprake van een machtsstrijd. En machtsstrijd is een verschijnsel dat te maken heeft met minachting voor degene van wie de leiding wordt overgenomen. Ook heeft het te maken met luiheid, want de vechtende opvolger probeert in het al gespreide bed van zijn voorganger te komen. Vaak heeft het ook te maken met gebrek aan inzicht. Want de opvolger wil wel het leiderschap, maar beseft niet wat daaraan vastzit. Wat er vaak gebeurt, is dat na de overname de zaak in elkaar klapt. De opvolger loopt dan weg en degenen over wie hij de leiding had genomen, blijven met schade achter. Dit gebeurt niet alleen bij koningen, maar ook in gemeenten. Nee, dan is de eerbied en de liefde waarmee Awraham zijn geliefde Sara begraaft in de spelonk van Machpela van een geheel andere orde. Hij koopt het graf, want dan kan hij zijn geliefde in hun eigen graf leggen.

Dit is een nog steeds bestaand gebruik in het Jodendom in allerlei situaties waar je iets voor de Eeuwige doet. Als we bijvoorbeeld een loelav willen zwaaien, dan hoort die van jouzelf te zijn. Als we een soeka (loofhut) willen, dan behoor je die zelf te bouwen. Want dan pas doe je iets vanuit jezelf en kost het je wat. Diezelfde soort eerbied en respect voor door Gd aangewezen leiderschap zien we ook in het gedrag van de profeet Natan en de priester Tsadok, die met gejuich en feestvreugde de werkelijke opvolger kronen: Salomo. Ook de behandeling van Isaak jegens Rebekka is zo waardig. Hij bracht haar in de tent van zijn moeder en hij nam haar (Gen.24:67). Het woord nam komt van een werkwoord dat ten huwelijk nemen betekent, met alle feestelijke tradities die daarbij horen. Ik had graag bij hun huwelijksfeest willen zijn.