De Eeuwige is één

De tekst in de Tora die het bekendst en ons het meest dierbaar is, is die over de eenheid van de Eeuwige, het Sjema. Door de eeuwen heen hebben onze vaders en moeders op brandstapels, voor wilde dieren, levend gestroopt, gemarteld en staande voor zelf gegraven grafkuilen, of gewoon bij het opstaan en slapen deze tekst gezegd. Maar ook in de prachtigste synagogale diensten hebben we deze tekst gezegd. Het is de tekst die Israël al zei, toen de rest van de toenmalige wereld nog afgoden naliep. Ooit zal de tijd komen dat de hele wereld zal weten dat de Eeuwige één is.

In diverse tijden zijn Joden gedwongen geweest zich te laten dopen. En dat terwijl besnijdenis vaak verboden werd, evenals het vieren van Sjabbat, Joods ritueel geoorloofd – kosjer – voedsel en Joods ritueel slachten – sjechita -. We werden in boerenkarren naar het kerkgebouw gereden om daar in de naam van de door de kerk beleden Yeshua te worden nat gespat. Alsof dat iets zou kunnen veranderen aan de indruk die we van de chauffeurs van deze karren kregen, namelijk bloeddorstige moordenaars die hun wil trachtten op te leggen. In de tijd van de kruisridders werden de Joodse mannen vermoord en van hun kleren ontdaan, want dat bracht geld op. De vrouwen en kinderen werden verkracht en als slaven verkocht. Door de inquisiteurs werden ook de vrouwen vermoord; door verbranding want dood door het zwaard was bijbels niet toegestaan, achenebbisj.

Dit soort moordpartijen heeft de zeer gerespecteerde rabbijn Rashi (Rabbijn Solomon Ben Isaac, 1040-1105) ertoe gebracht om in de woorden van onze profeet Jesaja hoofdstuk 53 de geslagene te herkennen in het volk Israël. Degene die striemen kreeg, degene die de schuld kreeg, dat was Israël. Want de Jezus van de moordende kerkgangers, opgezet door hun vurig prekende predikanten was vanzelfsprekend niet te herkennen in de woorden van Jesaja hoofdstuk 53. Deze kerk had van een zelf gemaakt beeld van een mens, Jezus, G’d gemaakt. Dat is godslasterlijk, want G’d is één. Geen ander wezen kan die eenheid met de Eeuwige delen. G’d is één, dus geen drie-eenheid of iets dergelijks. In welke naam van welke G’d men ook veroordeelde en veroordeelt, executeerde en executeert, moordde en vermoordt, onze G’d is één en anders dan die van hen. Hij redt ons, op dat moment of daarna.

De Messias van de Tenach is volstrekt anders. Hij laat zich niet dwingen. Hij is G’d zelf, zoals bijvoorbeeld te lezen valt in Ezechiël hoofdstuk 34, waar staat dat G’d zelf komt om Zijn schapen te hoeden. Hij is G’d zelf, zoals te lezen is in Zacharia hoofdstuk 12, vers 10, waar het G’d is die spreekt en die doorstoken wordt als mens. Het is G’d zelf die als mens met Awraham spreekt, zie Genesis 18. En het is die mens die met Awraham sprak in Genesis 18 die JHWH wordt genoemd en die van JHWH in de hemel vuur en zwavel regent op Sodom en Gomorra in Genesis 19, zie vers 24. De mens die G’d is in Tenach, en G’d die zich af en toen als mens heeft laten zien in Tenach, zijn één en dezelfde. Yeshua is niet een door mensen gemaakte afbeelding die gebruikt kan worden voor de moordpartijen op G’ds volk. G’d heeft zich uiteindelijk als Yeshua laten zien. Yeshua is geen ander wezen. Hij was het die de schuld van Israël op zich heeft genomen. Hij is het die genezing brengt.

Lion S. Erwteman