Warning: Declaration of AVH_Walker_Category_Checklist::walk($elements, $max_depth) should be compatible with Walker::walk($elements, $max_depth, ...$args) in /home/bethyesh/public_html/wp-content/plugins/extended-categories-widget/4.2/class/avh-ec.widgets.php on line 0

Warning: Declaration of AVH_Walker_CategoryDropdown::walk($elements, $max_depth) should be compatible with Walker::walk($elements, $max_depth, ...$args) in /home/bethyesh/public_html/wp-content/plugins/extended-categories-widget/4.2/class/avh-ec.core.php on line 0
De inwoners van Samaria | Beth Yeshua, in Amsterdam (Netherlands)

De inwoners van Samaria

Schurken of geloofshelden
Pas geleden was mijn familie betrokken bij de nederzettingen in het hart van het land (dat is Samaria). Het meest fascinerende hierbij was het inzicht dat we kregen in het hart van de orthodoxe joodse inwoners. Door hen en hun manier van leven meer van nabij te leren kennen, geloof ik dat ik het geloof van Abraham in werking heb gezien op een heel ander niveau dan wat ik in andere kringen van gelovigen heb gezien. Het huidige nageslacht van Abraham, de inwoners van de nederzettingen of kolonisten, de wachters wonend in de heuvels van Efraïm, vertonen nogal wat van dezelfde kenmerken als hun geweldige voorvader. In deze kolonisten ontdekte ik iets dat misschien wel gedefinieerd kan worden als “het Zadrach, Mesach en Abednego geloof”.

Geen compromis
Laten we eens even naar het verhaal over Zadrach, Mesach en Abednego gaan. Zij waren drie jonge joden die in Babylon leefden gelijktijdig met Daniël in de dagen van Nebukadnezzar. Deze drie vrienden wilden het niet op een akkoordje gooien wat de Tora aanging en ook waren zij niet bereid zich neer te buigen voor vreemde goden. Hun geloofsleven was niet enkel gebaseerd op tradities maar was veeleer een oprecht wandelen in gehoorzaamheid aan het Woord van G’d. Hun vertrouwen in de G’d van Israël, de G’d van hun voorvaders en Zijn Tora was daarbij volkomen ingesloten in hun hele hart, verstand en kracht.

Zij kenden de soevereiniteit van hun G’d en de beperking van de autoriteit en controle van de mens. Luister naar hun oprechte gesprek met de koning van Babylon: “Is het waar, Zadrach, Mesach en Abednego dat jullie mijn goden niet vereren en niet willen neerknielen voor het gouden beeld dat ik heb opgericht? Luister goed, als jullie je bereid tonen om, zodra je de muziek van hoorn, panfluit, lier, luit, citer, dubbelfluit en andere instrumenten hoort, op je knieën te vallen en in aanbidding te buigen voor het beeld dat ik gemaakt heb… Maar weigeren jullie te buigen, dan worden jullie onmiddellijk in een brandende oven gegooid. En welke god zal dan uit mijn handen kunnen redden?”

Sjadrach, Mesach en Abednego antwoorden en zeiden tegen de koning: “Wij vinden het niet nodig, Nebukadnezzar, uw vraag te beantwoorden, want als de G’d die wij vereren ons uit een brandende oven en uit uw handen kan redden, zal hij ons redden. Maar ook al redt hij ons niet, majesteit, weet dan dat wij uw goden niet zullen vereren noch zullen buigen voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.” (Daniël 3:14-18). Deze drie Hebreeërs brachten de koning geen theologische verhandeling, legde hem geen onrecht ten laste; ook maakten ze geen aanspraak op de rechten van de mens of probeerden ze zich eruit te praten door een beroep te doen op één of andere religieuze of politieke leider. Hun ondubbelzinnig antwoord was simpel en direct: “… Wij vinden het niet nodig, Nebukadnezzar, uw vraag te beantwoorden, want als de G’d die wij vereren ons uit een brandende oven en uit uw handen kan redden, zal hij ons redden.

Maar …” Let alstublieft op bij deze volgende verklaring ” Maar ook al redt hij ons niet …” Velen zullen zeggen: “Nou dat spreekt ook niet van echt geloof! Het werkt alleen als je vasthoudt aan de positieve gedachten dat G’d je zal verlossen!” Hoe dan ook, dat ene zinnetje “… Maar ook al redt hij ons niet …” was voor de vrienden van Daniël een erkenning van G’ds soevereiniteit in alle omstandigheden van het leven. Zij beschermden hun geloof, hoe de uitkomst ook zou zijn. Dit feit getuigde van hun vertrouwen en stelde hen in staat de koning tegemoet te treden in moedig geloof, hun levens toevertrouwend aan de ongeziene G’d van Israël. “Weet dan dat wij uw goden niet zullen vereren noch zullen buigen voor het gouden beeld dat u hebt opgericht”. Met andere woorden: “Gooit u ons maar in de oven.”

Het verbond staat!
Nu terug naar de kolonisten. Pas geleden kreeg ik een landkaart met daarop de laatste land toewijzigingen in Samaria, volgens de Sharm el Sheik afspraken. Wat ik zag was schokkend om het zo maar te zeggen. Het hart van ons land wordt, op een paar wegen na die naar de nederzettingen leiden, overgedragen aan de Palestijnse Autoriteiten. Ik sprak aan de telefoon met een stel uit één van de nederzettingen en vroeg hen op de man af hoe zij dachten over de besluiten die gemaakt zijn door onze politieke leiders, samen met de Verenigde Staten en de Verenigde Naties. Hun antwoord verbaasde mij zeer: “Heeft u G’ds Woord niet gelezen? Wij zien onze levens hier in overeenstemming met G’ds verbond! Dit land is ons land en wij erkennen geen enkel ander plan. We moeten de G’d van Israël vertrouwen, zelfs met onze levens.”

Ik begon te beseffen dat zij niet louter vasthouden aan een Zionistisch ideaal. Deze mensen leven oprecht vanuit hun ondersteunend geloof, zelfs tot het punt dat zij hun leven en dat van hun kinderen toevertrouwen aan de soevereine, ongeziene G’d van Israël. Eén van de gedeelten uit de Tora die wij net gelezen hadden, gaat over Noach, ook een man van geloof. Hij hoefde niet door vuur te gaan maar door water. Later troost de Eeuwige Zion door te verzekeren dat, net zoals Hij Noach beloofd heeft geen watervloed meer te sturen over de aarde, Hij zijn liefdevolle vriendelijkheid niet verwijderen zal voor Israël. Ook zal Hij zijn verbond van vrede en medelijden niet breken. Hij heeft niet belooft dat het makkelijk zal zijn, maar Zijn trouw aan Zijn bruid is en blijft onveranderlijk.

De Haftara lezing (bij de parasja Noach) uit Jesaja 54, spreekt boekdelen over de Heilige van Israël als echtgenoot, verlosser en maker van Israël. De belofte uit Jesaja 54:17 staat dus nog steeds: “Maar elk wapen dat tegen jou wordt gesmeed zal machteloos zijn, en ieder die jou in een geding belastert zal zelf veroordeeld worden. Dit is het deel dat de dienaren van de EEUWIGE toekomt.” Laten degene van ons, uit de Galoet (diaspora), terug keren naar onze erfenis; niet door “lippendienst”, maar door het zoeken van Adonai en hoe we gezamenlijk met onze broeder Juda kunnen oplopen in het Land! Want de Eeuwige heeft in Ezechiël 37 gezegd dat Hij ons één zou maken IN HET LAND. “Maar jou, Israël, mijn dienaar, Jaäkov, die Ik uitgekozen heb, nakomeling van Abraham, mijn vriend, jou die ik heb weggehaald van de einden der aarde, die ik van haar verste uithoeken terugriep – jou zeg ik : Jij bent mijn dienaar, jou heb ik gekozen, ik heb je niet afgewezen. Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je G’d. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand” (Jesaja 41:8-10).

FFOZ (First Fruits of Zion)
© 2009 First Fruits of Zion, Inc. | All Rights Reserved