Ha’azienoe

In deze parsje wordt het gedicht (lied) van Mosjee geheel neergezet, waartoe hij opdracht had gekregen. In Deuteronomium 32:1 roept hij hemel en aarde op als getuigen van dit gedicht. Volgens Rasji doet Mosjee dit omdat deze getuigen er tot het einde toe zullen zijn, en dat zij ondermeer de uitvoerders van straffen zullen zijn wanneer Israël ongehoorzaam is. De hemel zal geen regen brengen en het land geen opbrengst.

Vers 3-4: “Wanneer ik de Naam van de Eeuwige verkondig, kent dan de grootheid toe aan onze G’d, de Rots, Zijn werk is volmaakt, want al Zijn wegen zijn Recht. Een betrouwbare G’d zonder onrecht, rechtvaardig en eerlijk is Hij.” Het is door ons eigen(wijze) handelen dat wij de zegen van de Eeuwige weghalen en Zijn gramschap over onszelf afroepen. G’d voorziet, en wanneer alles goed gaat, neigen wij de Eeuwige te vergeten. Vers 15-18 spreekt hierover. Jesjoeroen (van werkwoord Jasjar, dat ‘recht’, ‘rechtvaardig betekent’) werd vet en trapte achteruit.

Van de verzen 19 t/m 28 worden de verschrikkelijke gevolgen beschreven, die het gevolg van eigen wijsheid, afgoderij, rebellie en ongehoorzaamheid zijn, maar ondanks deze ongehoorzaamheid laat de Eeuwige Zijn kinderen niet verloren gaan. Vanaf vers 36 zien wij dat G’d inkeer brengt, en Hij geen medelijden heeft met de vijanden van Israël. Vers 43: “De Eeuwige wreekt het bloed van zijn dienaren (Zijn volk) en zal verzoening brengen.”

Sjaoel (Paulus) schrijft in Filippenzen 2:5-13: “Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Messias Yeshua was, 6 die, in de gestalte G’ds zijnde, het G’de gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het vloekhout. 9 Daarom heeft G’d Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10 opdat in de naam van Yeshua zich alle knie zou buigen van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, 11 en alle tong zou belijden: Messias Yeshua is Hasjem, tot eer van G’d, de Vader!

12 Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, 13 want G’d is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.”

G’d redt, wij dienen in gehoorzaamheid en met ontzag Zijn Woord (het levende woord,Yeshua) de Tora toe te passen in ons leven, als antwoord op Zijn redding. Onze Rots is Hij, Zijn werk is volmaakt.