Ha’azienoe

Nu is de laatste Sjabbatlezing van de Tora aan de beurt. De laatste hoofdstukken van Dewariem (Deuteronomium) worden gelezen op Simchat Tora, 23 Tisjri van dit nieuwe bijbelse jaar 5767, dat is dit jaar op 15 oktober. Dit hoofdstuk beschrijft voor een groot deel een psalm van Mosjee. Dit was zijn tweede lied. Zijn eerste schreef hij na de doortocht door de Rietzee. Zijn derde lied is Psalm 90.

Dit tweede lied is hem door de Eeuwige opgedragen te schrijven en de aanleiding is de wisseling tussen gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid van het volk Israël, zoals die kenmerkend is voor elke gelovige. En zo vullen deze twee liederen elkaar aan. Het eerste lied beschrijft de grote ingreep die de Eeuwige heeft gedaan, waardoor Israël over de tijdelijk drooggevallen bodem van de Rietzee naar de overkant kon gaan.

Het lied van deze week gaat over de menselijke zwakheden die door Mosjee (Mozes) zwaar worden veroordeeld. In vers 5 zegt hij immers dat wie de Eeuwige niet gehoorzamen, Zijn zonen niet zijn. Mosjee heeft ervaren dat Jesjoeroen (Jesurun) zijn eigen nest vervuilt, nadat hij er is gevoed en verzorging heeft genoten. Het is de bijnaam voor Israël zelf en heeft de betekenis van: rechtvaardig, recht door zee. Het woord rah (Jasjar) betekent: oprecht, rechtdoor. Als u in Israël naar de juiste weg vraagt en u krijgt dit woord te horen, dan betekent dit dat u niet naar links of rechts moet afwijken.

Maar als Jesjoeroen de hand bijt die hem gevoed heeft, is hij, of zij, niet goed bezig. En Mosjee zingt dat er een ander volk op komst is, dat Israël jaloers gaat maken op de band en de persoonlijke relatie die dat volk wel met de Eeuwige heeft. Sja’oel (Paulus) gaat verder in op dit lied van Mosjee. In Romeinen 11 zegt hij: "Ik vraag u: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel moesten vallen? Absoluut niet! Integendeel, door hun val is er redding beschikbaar gekomen voor de niet-Joden, om hen jaloers te maken" (11:11).

In zijn boek "Bloed aan onze handen" vraagt Michael Brown terecht in hoeverre de niet-Joden jaloersheid wisten op te wekken en geen afkeer. Dat laatste is gebeurd door historische feiten, zoals Inquisities (waar "Te Deum Laudamus" werd gezongen op het moment dat Joden levend in brand werden gestoken), Kruistochten, waar ditzelfde gebeurde onder de kreet Hep Hep Hoera (Jeruzalem is verwoest, wij hebben Jeruzalem) en antisemitische preken zoals in maart 2005 door PKN-dominee Mos uit Wassenaar, waarin Hitler een compliment kreeg.

Aan de andere kant zijn er juist ook oprechte Christenen geweest die de boodschap van de Bijbel zuiver wisten te houden, alhoewel velen daarvan juist om die reden werden en worden vermoord. "Waar zijn de ware zonen van de Eeuwige?" zingt Mosjee. En ik sluit mij aan bij zijn tekst. De profeet Hosjea (Hosea) roept ook op tot bekering, evenals de profeet Joël. Alleen wie echt bekeerd is, zal de Roeach (Geest) van de Eeuwige ontvangen en het Koninkrijk zien, zeggen Joël en Yeshua (Jochanan/Johannes 3). Dan blijf je nederig van hart en wordt het leven rijk.