Hezbolla bang voor vernietigend rapport oorlogsmisdaden

De internationale mensenrechtenorganisatie “Human Rights Watch” heeft na onderzoek een rapport willen uitgeven, waarin wordt verklaard dat Hezbolla oorlogsmisdaden heeft gepleegd tijdens de laatste Libanonoorlog in 2006. De oorlog die 34 dagen heeft geduurd, brak uit op 12 juli 2006, nadat twee soldaten van het Israëlische leger waren ontvoerd en acht anderen waren gedood door een illegale terroristische actie die Hezbolla op Israëlisch grondgebied had uitgevoerd. De reddingsactie van het Israëlische leger werd niet geaccepteerd door Hezbolla en zo ontstond de oorlog. Het noorden van Israël werd tijdens deze oorlog geteisterd door raketten van Hezbolla, terwijl Zuid-Libanon en een deel van Beirut werden bestookt door luchtaanvallen van het Israëlische leger.

Op woensdag 29 augustus heeft “Human Rights Watch” verklaard dat de Libanese guerilla groep Hezbolla en de Libanese regering nu proberen om dit rapport in de doofpot te stoppen en actief trachten om dit rapport, dat Hezbolla beschuldigt van oorlogsmisdaden, niet te laten publiceren. Volgens het rapport heeft Hezbolla tijdens de oorlog een vast patroon getoond van “schieten zonder enig onderscheid en in sommige situaties opzettelijk op burgers en burgerdoelen, zulks in overtreding van internationale humanitaire wetgeving.”
Het rapport verklaarde ook dat Hezbolla, dat door Iran wordt gesteund, “herhaaldelijk grote en kleinere steden en dorpen had gebombardeerd zonder enige poging om een verschil te maken tussen burgerdoelen en militaire objecten.”

Het rapport zou op woensdag 29 augustus worden vrijgegeven tijdens een persconferentie in Beirut. Maar het hotel waar een en ander zou gebeuren heeft bekendgemaakt dat het niet toestond dat de conferentie op haar grondgebied zou plaatsvinden. Deze weigering kwam doordat de Libanese regering en Hezbolla de organisatie met harde kritiek veroordeelden en Hezbolla dreigde ook een demonstratie te houden voor het hotel.

Niet-officiële bronnen in de mensenrechtenorganisatie hebben laten weten dat hun medewerkers zich in Libanon bedreigd voelden en dat ze daarom de persconferentie niet door hebben laten gaan. In het rapport staat onder meer dat de oorlogshandelingen door Hezbolla, die “een partij betrokken bij een gewapend conflict onder wetgeving van internationale humanitaire wetten” is, “fundamentele verboden tegen moedwillige aanvallen zonder onderscheid tegen burgers geschonden” hebben. Verder staat er ook in dat “raketten van Hezbolla herhaaldelijk bevolkte gebieden in Israël hebben geraakt,” en dat in sommige gevallen de organisatie “geen bewijs kon vinden dat er een legitiem militair doel in de directe nabijheid aanwezig was op het tijdstip van de aanval, wat de suggestie wekt dat het een opzettelijke aanval was op burgers.”

Het rapport veroordeelt Hezbolla ook voor het roepen dat het “het principe ondersteunt dat burgers aan beide kanten gespaard dienen te worden”, terwijl deze aan de andere kant de Israëlische bevolkingscentra bedreigt en verantwoordelijkheid opeist voor eerdere aanvallen op gemeenschappen binnen Israël. “Hezbolla valt aan terwijl het de oorlogswetten schendt en met dit soort proclamaties criminele bedoelingen laat zien”, zegt het rapport. “Dit is sterk bewijs dat sommige leden en commandanten van Hezbolla verantwoordelijk waren voor oorlogsmisdaden.”

Het aantal oorlogsslachtoffers aan Israëlische zijde is sinds woensdag 29 augustus 2007 gestegen tot 153 doden. Mohammed Salum, 41 jaar oud, overleed op die woensdag aan ernstige verwondingen die hij had opgelopen door een Katjoesja raketaanval op Haifa tijdens de Tweede Libanonoorlog in de zomer van 2006, uitgevoerd door de Hezbolla terroristen die door Iran worden ondersteund. Salum was ernstig gewond geraakt toen een raket van het type Katjoesja zijn huis trof, dat staat in de Caesareastraat. Deze straat is gelegen in de overwegend Arabische buurt van Wadi Nisnas. Salum had ernstige brandwonden over zijn hele lichaam. De artsen hebben voor zijn leven gevochten vanaf het moment dat hij het Rambam Medische Centrum van Haifa binnen werd gereden. Vanaf dat moment tot zijn overlijden is hij in de intensieve verpleegafdeling van dat ziekenhuis gehouden. (Bron: Haaretz)