Houd je mond onder controle

In de parsje van de week, Choekat Hatora, staat de ene crisis na de andere. Op een stresskaart zou dat hoog scoren. De grote en geliefde leiders van Israël, Mirjam en Aharon overlijden. Zij waren de zuster en broer van Mozes en kenden hem vanaf het begin van zijn leven. Direct na Mirjams overlijden is er geen water meer en daar komen moeilijkheden van. Je zult ook door een woestenij reizen, waar je alleen maar droge zandbergen om je heen ziet, op weg naar nog meer droogte. En vlak na het overlijden van Aharon is er opnieuw een water- en voedseltekort. Door de verkeerde reactie van mensen verschijnen er giftige slangen die dodelijke slachtoffers maken. Israël wordt wel kort gehouden, inclusief de grote leider Mosjee, die de gemeenschap bittere verwijten maakt over de manier waarop ze over het watertekort spreken en daardoor Israël niet inmag. De Eeuwige lijkt er op te wijzen dat je erg moet uitkijken wat je uit je mond laat komen. Ook, of misschien wel juist, in stress situaties. Soms is het beter alleen iets te denken, dan het ook uit te spreken. Nog beter is het om na te gaan wat je denkt en dat niet als “zo denk ik nu eenmaal” te accepteren. We zullen moeten letten op wat er uit onze mond komt. De correctie van de Eeuwige is streng, maar rechtvaardig. En wie de correctie accepteert, mag doorgaan.
 
Datzelfde gebrek aan controle op wat gezegd wordt vinden we in de Haftara. Jiftach (Jefta) belooft het kostbaarste wat hij heeft af te staan, als hij de overwinning behaalt op de vijand. Het zijn de Ammonieten die de vijand van Israël zijn op dat moment. Ze claimen land van Israël en beweren dat Israël dat land bezet houdt. En dat terwijl Israël dat land had ingenomen omdat het werd aangevallen door een bezetter. Deze leugenachtige verdraaiing van feiten vindt nog steeds plaats, bijvoorbeeld met betrekking tot het oostelijk deel van Jeroesjalajiem (Jeruzalem), de Golan Hoogvlakte en de zogenaamde Westbank (Judea en Samaria). Jiftach toont zijn dankbaarheid ten koste van zijn dochter. Wat gemakkelijk is het om ten koste van een zwakker iemand je positie veilig te stellen. Ook Jiftach had moeten leren zijn mond onder controle te houden.
 
De leider van de eerste internationale Joodse Messiasbelijdende gemeente, Ja’akov (Jakobus), waarschuwt zijn gehoor aangaande het ongecontroleerde gebruik van de mond. Hij zegt: “… alle soorten wilde dieren en vogels, kruipende dieren en zeedieren, worden tam gemaakt en zijn getemd door de mens. Maar niemand kan de tong temmen. Die is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk gif. We spreken er lofprijzing mee uit jegens Hasjem (de Eeuwige), de Vader, en we vervloeken er de mensen mee, die naar de gelijkenis van Hasjem zijn geschapen. Uit dezelfde mond komt zegening en vervloeking voort. Dit mag, mijn broeders, zo niet plaatsvinden.” In Psalm 141 komen we een gebedsverzoek tegen van David, dat hier helemaal in thuishoort: “Eeuwige, plaats een bewaker voor mijn mond, waak over de deuren van mijn lippen.” Goede voorbeelden van Ja’akov en David.