Jitro

In de Tien Geboden (letterlijk: Woorden, Aseret Hadibrot) komt zeven keer een mitswat lo taasee (verbod om iets te doen) voor, naast drie keer een mitswat asee (opdracht om iets te doen). Misschien nog een herinnering aan het verbroken verbod om de verboden vrucht in Gan Eden (het Paradijs) te eten. En dat na zon crisissituatie als een uittocht. Kon G’d de vluchtelingen, de asielzoekers geen rust geven? Het antwoord is: juist niet. Wat zou het voor zin hebben om de Benee Isra�, de kinderen van Isra�, pas te laten weten hoe zich te gedragen, wanneer we al in het Land waren aangekomen? Jong geleerd, oud gedaan. En nog maken we zoveel fouten.

In Exodus 18 brengt Jetro zijn zuster terug (18:5,6), die Mosje had weggezonden (leest u nog eens Ex.4:20). De vader van Jetro, Reuel, hadden we ontmoet in Ex.2:18. Schoonvader is in het Hebreeuws: chatan. Dit woord betekent: schoonvader, zwager en echtgenoot (zie Ex.4:25). Het gezin van Reel is een gezin van dorpspriesters, dat aanvankelijk niet tot Isra� behoort en niet in de G’d van Isra� gelooft. Maar dat geloof komt er, door de zichtbare redding die de Eeuwige aan Isra� heeft geschonken (18:10,11). Zo heeft bevrijding gewerkt als getuigenis. Dat werkt beter en sterker dan woorden alleen. Jetro introduceert vervolgens een nieuwe methode voor beter management (18:17-23). En Mosje leert graag. Alles tot eer van de Eeuwige.

Gd vraagt van Isra� om een heilig volk, Goi kadosj, te zijn (19:6a). Want G’d is heilig. De spelling voor het woord heilig in dit vers in het Hebreeuws is dezelfde als die voor dit Hebreeuwse woord wanneer het voor Gd wordt gebruikt (zie bijvoorbeeld Lev.19:2). Dat geeft aan wat Gd van ons verlangt. Te zwaar? Yeshua helpt, allereerst met bevrijding en persoonlijke verlossing en dan met wat voor ons te zwaar lijkt. Hij is het die ook de stampende laarzen tot zwijgen zal brengen, die ooit vernietiging brachten. Jesaja kondigt het aan: Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur. Want een Kind is voor ons geboren, een Zoon is aan ons gegeven. De heerschappij rust op Zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke G’d, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat Hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de Eeuwige van de legermachten zal dit doen (Jes.9:4-6). Dat Koninkrijk moet nog komen. Maar onze inzet voor Gds geboden is een teken van ons verlangen daarnaar.