Jom zain d’Pesach

Wat Sjaoel (Paulus) in Filippenzen 1:6 zegt, is voor velen tot steun en bemoediging geweest: Ik ben er zeker van dat Hij die een goed werk in jullie begonnen is (G’d), het zal voltooien tegen de dag van Yeshua, de Messias, de dag van het oordeel. De Eeuwige maakt af wat Hij begonnen is. Maar Hij voert ons niet altijd langs de kortste weg.

G’d voert Zijn volk vanuit Egypte niet door het land van de Filistijnen, wat de kortste weg naar het Beloofde Land is. Op die weg zouden ze in strijd verwikkeld kunnen raken en dan in verleiding komen om naar Egypte terug te gaan (Exodus 13:17). Hij laat hen een omweg maken (Exodus 13:18a). Dat is typisch voor G’ds leiding. Soms lijkt het vreemd wat de Eeuwige met ons voorheeft, maar Hij kent ons beter dan wij onszelf kennen en weet precies wat we aankunnen. De langere weg is dan beter voor ons.

Beter? De koning van Egypte trekt met zijn leger de Israëlieten achterna! Zij komen klem te zitten tussen dit leger en de Rietzee! Ze reageren hun woede en angst af op Mosje (Mozes) (Exodus 14:10 12). Ze laten zich imponeren door de grote macht van het leger van Egypte. Die macht zie je en hoor je, ze is tastbaar. En ze vergeten de onzichtbare macht van Adonai. Hoewel, onzichtbaar? Hebben ze in Egypte niet de tien plagen meegemaakt waarmee de Eeuwige Egypte gestraft had, terwijl ze zelf beschermd gebleven waren? Hebben ze niet in de woestijn in de wolk en vuurkolom de Eeuwige Zelf bij zich? Maar dat valt voor hen in het niet bij wat ze nu voor zich zien. Iets dat we kunnen herkennen. Het overkomt ons ook zo vaak dat we alleen maar de aanval van de duivel zien en niet de macht van G’d.

Maar de Engel van G’d, de Eeuwige Zelf, die met de wolkkolom aan de spits van het leger van de Israëlieten ging, verandert van plaats en stelt Zich achter hen op. Dat betekent bescherming voor hen, maar bedreiging voor de Egyptenaren (Exodus 14:19,20). De Israëlieten worden gered door de Rietzee heen, de Egyptenaren verdrinken erin. Verlossing wil zeggen: waar wij geen weg meer zien, baant G’d een weg. Maar dezelfde weg die G’ds volk in veiligheid brengt, voert Zijn vijanden naar de ondergang. Sjimon (Simeon) zegt in Lucas 2:34 van Yeshua: Hij zal velen in Israël ten val brengen of laten opstaan. En in 1 Petrus 2:6-8 schrijft Petrus dat Yeshua een hoeksteen is voor allen die op Hem hun geloof bouwen, maar een steen waarover je struikelt en waardoor je ten val komt, voor degenen die zich tegen G’d verzetten. Hoeksteen of struikelblok.