Kie Tissa

Op het moment dat de Eeuwige in gesprek is met Mosjee (Mozes), krijgt Aharon tijdelijk de leiding over het volk. Dit gedeelte, beschreven in Exodus 32, is een ontsierend deel van Aharons leven. Vermeld wordt dat Aharon het volk de vrije teugel had gelaten en hun had toegestaan een afgod te maken en te aanbidden. De kinderen van Jisra’el meenden namelijk al gauw dat Mosjee niet meer terug zou komen en drongen er bij Aharon op aan dat hij voor hen goden zou maken om hen verder te leiden. Het verhaal vermeldt geen enkele vorm van protest van hem. Na het omsmelten van alle sierraden die de mensen hem gaven, maakte hij een gouden kalf, dat het volk aanbad als de god die hen uit Egypte had bevrijd. Toen Mosjee van de berg was afgedaald en dit tafereel gadesloeg, gooide hij uit woede de twee stenen tafelen met de ingegraveerde Tien Woorden stuk. Hij vernielde het gouden beeld, liet de Levieten (die niet mee hadden gedaan) een groot aantal kinderen van Jisra’el doden en vroeg de Eeuwige Aharon en het volk te vergeven. Ondanks deze en andere teksten uit de Tora, waarin hij fouten heeft gemaakt, die vergeving nodig hadden, wordt Aharon in Psalm 106:16 ‘de heilige dienaar van de Eeuwige’ genoemd.

Belangrijk is om te blijven zien dat de inzettingen van de Eeuwige door Hém zijn bepaald ter ere van Zijn Heilige Naam. Hij kiest Zelf de mensen uit aan wie door Hemzelf de talenten van vakmanschap zijn gegeven. Zij moesten maken wat Hij wilde hebben met betrekking tot de Misjkan, de Tabernakel, die gebouwd moest worden. Toch lijkt er geen twijfel aanwezig te zijn wanneer er een aanleiding gevonden lijkt te worden om over te gaan tot afgoderij. Zonder weerstand gaan de kinderen van Jisra’el over tot een losbandig feest.

Er ontstaat een gesprek tussen de Eeuwige en Mosjee, waarin de Eeuwige tegen hem spreekt over “jouw volk, dat jij uit Egypte hebt weggevoerd”. Mosjee hanteert vervolgens de omschrijving “Uw volk, dat U uit Egypte hebt weggevoerd” en laat alle eer van deze bevrijdingsactie bij de Eeuwige. Mosjee herinnert Hem aan Zijn verbond met Awraham (Abraham). Nu verandert de Eeuwige van besluit. De begane zonde van de kinderen van Israël is echter niet verdwenen, bij mogelijke strafuitvoering geldt deze zonde nog steeds. De Eeuwige besluit echter niet op eenzelfde wijze mee te gaan met het volk “omdat Hij hen zou verdelgen”.

Sjabbat Para is de Sjabbat waarbij wij worden herinnerd aan het belang van reinheid. Jechezkel/Ezechiël spreekt over de onreinheid van het volk en de verdrijving van hen naar andere landen. Daar werd door de andere volken G’ds naam ontheiligd, wat Zijn volk werd aangerekend. Maar in hetzelfde gedeelte staat ook dat Hij in Zijn volk wonderen laat gebeuren, zodat bij de volken om hen heen ontzag voor Hem wordt opgewekt. We komen steeds dichter bij Pesach. Deze Sjabbat Para en ook de Sjabbat Hachodesj volgende week zijn de voorbereiding op het Pesachfeest. “Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid” (1 Korintiërs 5:8).