Messias Yeshua onderwijst Tenach en halacha, 2: Tora en evangelie in de Bergrede

Het goede nieuws van het Koninkrijk van de Hemel
De eerste opgetekende openbare derasjá (klemtoon ligt op de laatste lettergreep; preek) die Yeshua uitsprak, is vastgelegd in Matteüs 5 – 7. Yeshua was aan het rondreizen in Galilea, terwijl hij onderwees in synagogen en het Koninkrijk van de Hemel verkondigde. De Bergrede kan worden begrepen als een voorbeeld van Zijn onderwijs, waarbij de Voorspoed Uitspraken (ook wel: Zaligsprekingen) als een inleiding op Zijn boodschap fungeerden. Yeshua spreekt in zijn derasja over veel meer dan de Voorspoed Uitspraken. Het grootste deel van Zijn onderwijs in die studie is over de Tora en hoe die moet worden gevolgd in het Koninkrijk; of misschien, hoe die moet worden gevolgd, nu het Koninkrijk dichterbij komt.

Echtscheiding en hertrouwen
Bijvoorbeeld, een van de juridische onderwerpen waar Yeshua het over heeft, is het onderwerp echtscheiding en hertrouwen. In onze moderne wereld, waar echtscheiding veel te gewoon is, moeten we beseffen wat Yeshua van ons zou verwachten dat wij doen, als het ons, of mensen die we kennen, zou overkomen. Hetzelfde is waar voor veel juridisch en ethisch gedrag. In het land Israël in Yeshua’s tijd was echtscheiding een veelbesproken onderwerp. De twee belangrijkste stromingen van de Farizeeën – de school van Hillel en die van Sjammai – discussieerden over dit onderwerp en vele andere.

De Derasja op de Berg
En die discussies vloeiden over in de straten en huizen en synagogen van het land, ongeveer zoals wij vandaag een controversieel onderwerp bespreken zoals het homohuwelijk. Yeshua onderwees niet in een vacuüm. Hij nam deel aan de discussies en argumenten die aan de orde waren over veel van de Tora geboden; en hoe ze nageleefd moeten worden. Maar voordat we recht kunnen doen aan de juridische zaken waar Yeshua het over heeft in die derasja, moeten we eerst begrijpen wat de Derasja op de Berg (ook wel: de Bergrede) is. Wat was de boodschap van Yeshua aan die mensen op die heuvel? En hoe verhouden de verschillende juridische zaken zich tot die boodschap?

Wat is de Bergrede?
Sommige mensen geloven dat de Derasja op de Berg, zoals we die vandaag de dag hebben, nooit feitelijk is uitgesproken door Yeshua. Er zijn er die zeggen dat Matteüs, toen hij in het late deel van de eerste eeuw, na de verwoesting van Jeruzalem en van de Tempel, zijn evangelie schreef, veel gezegden en onderwijs van Yeshua verzamelde en dit alles samenvoegde tot een soort catechismus voor de vroege gemeenschap van de Nazareners, zoals de volgelingen van Yeshua werden genoemd. Of mogelijk nam Matteüs een bestaande collectie van Yeshua’s woorden en plaatste die in zijn versie van het evangelie op een punt in het verhaal, waar hij geloofde dat ze pasten.

Geen catechismus
Het mag aanmatigend klinken als ik verschil van mening met gerespecteerde geleerden zoals Joachim Jeremias, die er een dergelijke visie op na houdt. Toch waag ik het een andere opinie te geven. Matteüs, die het evangelie schreef dat zijn naam draagt, was een van de eerste twaalf volgelingen van Yeshua. Hij trok rond met Hem. Ik twijfel er niet aan dat hij werkelijk op zo’n helling zat op zo’n dag en naar Yeshua geluisterd heeft, toen die deze boodschap verkondigde; en die later in het evangelie opgeschreven heeft. De preek heeft de sfeer van een levendige toespraak voor een levend gehoor. Als dit bedoeld was als een catechismus voor latere volgelingen, dan zie ik de noodzaak niet in voor de Voorspoed Uitspraken (Zaligsprekingen) in het begin.

Geen les in een klaslokaal
Als mijn begrip ervan, zoals het in mijn vorige artikel is uiteengezet, correct is, dan hangt hun kracht af van hun presentatie aan een werkelijk gehoor in de tijd, dat Yeshua begon met Zijn werk, toen hij nog relatief onbekend was. Yeshua spreekt zijn gehoor rechtstreeks aan. “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Tora (ook wel: wet) en de profeten te ontbinden …” (Matteüs 5:17). “Jullie hebben gehoord dat er gezegd is …” (5:27). “Let op de lelies in het veld …” (6:28). Hij heeft deze laatste woorden waarschijnlijk gesproken in de tijd van het jaar dat Israëls velden en heuvels tot leven kwamen met een duizelingwekkend aanbod van kleurrijke wilde bloemen, zoals ze dat nog steeds doen. Het klinkt gewoonweg niet als een les, die bedoeld was voor een klaslokaal.

Aankondiging
Nee, in mijn opinie hebben we hier een voorbeeld van een werkelijke derasja, een preek die Yeshua gaf voor een gehoor op een heuvel in Galilea, aan het begin van Zijn openbare optreden; zo niet de exacte tekst, dan iets wat erg leek op de boodschappen die Hij daadwerkelijk preekte. En ik wil weten wat zijn oorspronkelijke woorden betekenden voor de oorspronkelijke toehoorders die Hem hoorden. Alleen dan kunnen we begrijpen wat Yeshua’s woorden betekenen voor ons vandaag. De preek, zoals die gepresenteerd wordt in het evangelie van Matteüs, is een aankondiging van het goede nieuws van het Koninkrijk van de Hemel.

Medespelers
Yeshua begint met een verhulde proclamatie dat de verwachtingen die Israël koesterde, spoedig zouden uitkomen. Hij spreekt Zijn schare van schijnbaar toevallige luisteraars aan als medespelers. “Jullie zijn het zout van de aarde … Jullie zijn het licht van de wereld … Laat zo jullie licht schijnen …” (5:13-15). Of iemand van Zijn toehoorders hem die dag werkelijk wilde volgen en Zijn opdracht op zich zou willen nemen, weten we niet. Maar Yeshua begint ze aan te trekken en te werven voor Zijn roemrijke zaak. Zijn toehoorders hoopten daar misschien op, maar ze hadden zich waarschijnlijk nauwelijks kunnen voorstellen, dat ze het mochten zien gebeuren of er zelfs deel van konden zijn. De rest van de Rede houdt zich voor het grootste deel bezig met Yeshua’s uitleg van actuele Tora geboden.

Deel van een groter geheel
Is dit de Tora voor het Koninkrijk, of, zoals sommigen suggereren, een interim concept van de Tora dat gevolgd moet worden, terwijl het Koninkrijk eraan komt? Of is het een samenvatting van Yeshua’s eigen Tora, waarin hij beschrijft hoe de Tora altijd bedoeld was gevolgd te worden; en hoe zij gevolgd moet worden van nu af aan? Net als de Tien Woorden (ook wel: de Tien Geboden) behelst de Derasja op de Berg niet de hele Tora. Yeshua spreekt over bepaalde belangrijke geboden en beschrijft hun juiste naleving. Ik heb geen bepaalde volgorde gevonden in zijn keus van onderwerpen, hoewel we daar naar kunnen kijken in een ander artikel. Elk van de juridische onderwerpen die Hij aansnijdt, moet gezien worden als een deel van een groter geheel, misschien als voorbeelden van Zijn algehele benadering van het in acht nemen van de Tora. Hij onderricht ons hoe we moeten leven als het eeuwige volk van G’d, nu; zodat we gereed zijn voor het komende Koninkrijk.

Tora in de tijd van Yeshua
In de tijd van Yeshua was de Tora niet langer beperkt tot de tekst van de vijf boeken van Mozes. De Tora die Mozes ontving en opschreef op een boekrol op de berg Sinaï was de grondslag van Joodse wet. Echter, eeuwen van interpretatie van de Tora – om tegemoet te komen aan de veranderende tijden en situaties – werden overgeleverd door Schrijvers en Leraren in een vorm die bekend werd als de Mondelinge Tora. Sommigen zeggen dat de Mondelinge Tora ook haar oorsprong had op Sinaï. Dit is niet het moment om in details te treden over de oorsprong of de autoriteit van de Mondelinge Tora. Voor nu zal ik zeggen dat ik begrijp dat de autoriteit van de Mondelinge Tora van de Sinaï kwam, maar de juridische tradities werden afgeleid van de Opgeschreven Tora.

Hillel en Sjammai
Dat ging op grond van beproefde methodes van uitleg, door rabbijnen die getraind en gemachtigd waren om de Tora, de wet, te onderwijzen. De autoriteit van een rabbijn was meestal beperkt tot zijn eigen gemeenschap. En rabbijnen verschilden vaak van mening over de uitleg van de Tora tekst. De twee belangrijkste scholen van Tora uitleg onder de Farizeeën in Yeshua’s tijd waren gegrondvest door Hillel en Sjammai – twee van de beroemdste rabbijnen in de Joodse geschiedenis, wier discussies over de uitleg van de Tora legendarisch zijn geworden. In navolging van hun grondleggers neigde de school van Hillel naar een mildere benadering, terwijl de school van Sjammai strikter was. Over het algemeen wordt gedacht dat Yeshua in stijl dichter stond bij Hillel, de meer geduldige en genadige van de twee grondleggers.

Striktheid en barmhartigheid
Het is niet makkelijk een balans te vinden tussen strikte naleving van de Tora aan de ene kant, en barmhartigheid en genade aan de andere kant. Het is gemakkelijk te denken dat gehoorzaamheid aan de Tora onze bestemming zou kunnen bepalen in de toekomende wereld. Maar het is welbekend dat zelfs de beste mensen met de beste intenties over het algemeen zo’n hoog ideaal niet kunnen waarmaken in hun leven. Hoewel het niet ok is een Tora voorschrift te overtreden, is er ook genade in de Tora. De rabbijnen begrepen dat de Tora gegeven was voor het hele volk, niet voor een religieuze elitegroep.

Falen of weigeren
Zij was bedoeld om gehouden te worden door doorsnee mensen. En haar vereisten waren te bereiken door doorsnee mensen, met vergeving en verzoening beschikbaar voor degenen die struikelden. Het belangrijkste probleem in Joodse theologie, in tegenstelling tot protestantse theologie, is niet dat Israël de Tora niet kon houden, maar dat wij weigerden haar te houden. Niemand wordt uitgesloten van de toekomende wereld, omdat hij of zij faalde in het naleven van de Tora. Maar wie G’d en Zijn Tora verwerpt en weigert haar te volgen, snijdt zichzelf af van G’ds volk in deze wereld en van onze hoop in de toekomende wereld.

Een woord over de Farizeeën
Gedurende de periode van de Tweede Tempel werden de Farizeeën een populaire groepering onder het Joodse volk. Er waren er naar schatting minder dan 10.000 in de eerste eeuw van onze tijdrekening. Ze beïnvloedden het volk echter veel meer dan hun aantallen suggereren. De naam betekent: afgezonderd, want ze geloofden in de heiligheid van het volk, en trachtten te leven en Tora te onderwijzen op een manier, die het volk heilig maakte. Ze geloofden dat iedere Israëliet als een priester zou moeten leven, hoewel de meesten niet van Aaron of van de stam Levi afstamden. Hun bedoeling was niet een rivaal te zijn voor degenen die priesters waren van geboorte, noch streefden zij een alternatief na voor de Tempel, die in die tijd nogal corrupt was.

Alsof ze priesters waren
In plaats daarvan leerden zij, dat Joodse leken moesten leven alsof ze priesters waren. Het huis van iedere man was zijn tempel, zijn tafel was zijn altaar, en zijn voedsel was zijn offer. Dat was de reden dat zij zorgvuldig waren met het handen wassen en in het rituele bad gaan en de wetten van Levitische reinheid thuis na te leven; hoewel ze dat alleen voor de Tempel verplicht waren. Het bijzondere van de Farizeeën was, dat ze het volk verbonden aan de Tempel, zonder dat ze rivalen werden van de priesters. Natuurlijk zat er meer vast aan heilig leven dan alleen maar de Levitische wetten houden. Daarom plaatsten de Farizeeën de klemtoon op het bestuderen en doen van de geboden van de Tora, om de levensstijl die zij in de Tora gevonden hadden, te bevorderen.

Midrasj
Tegen de tijd van Yeshua hadden ze methoden ontwikkeld om de Tora uit te leggen en toe te passen op het moderne leven – midrasj genoemd. De Farizeeën, meer dan enig ander in de eerste-eeuwse Joodse wereld, legden de intellectuele en geestelijke basis die het Joodse volk in staat stelde de verwoesting van Jeruzalem en de Tempel te overleven en te gedijen in de Diaspora tot de dag van vandaag. Zo was de apostel Sjaoel (Paulus) een afgestudeerde student van Hillels kleinzoon Gamaliël; en hij verklaarde trots dat hij een Farizeeër was in Handelingen 23:6 en 26:5.

Yeshua en de Farizeeën
Nergens staat dat Yeshua gestudeerd heeft bij, of gewijd is door, een rabbijnse autoriteit in Zijn tijd. Maar Hij krijgt verschillende rabbijnse titels, zoals Rabbi (Johannes 3:2), Meester (Matteüs 12:38) en Rabboeni (Johannes 20:16). Dat betekende echter niet, dat Hij rabbijnse autoriteit had behalve binnen Zijn eigen groep van leerlingen en volgelingen. Er staat ook nergens dat Yeshua lid was van de school van Hillel, of dat hij in welke hoedanigheid ook lid was van de Farizeeën. We zien alleen, dat Hij in Zijn manier van interpretatie van de Tora dichter bij Hillel stond, dan bij de andere scholen van de Farizeeën. Hij was zeker geen Zeloot, geen Sadduceeër, geen Esseen, geen sympathisant van Rome, noch een Hellenist. Hij past het beste in de wereld van de Farizeeën.

Een leraar voor velen in Israël
Dat is waarom hij zoveel discussies en geschillen met ze heeft. Zij zijn degenen bij wie Hij het dichtst stond en om wie Hij het meest gaf. Die discussies waren familiediscussies. De Farizeeën discussieerden onderling. Dat was een van de manieren waarop ze trachtten de Tora te begrijpen. Yeshua behandelde hen niet als vijanden. En meestal behandelden zij Hem ook niet als een vijand. Gedurende Zijn leven, en speciaal aan het begin van Zijn openbare werk, was Yeshua een leraar voor velen in Israël. Als zodanig nam hij vrijelijk deel aan juridische disputen tussen de twee scholen en werd Hij regelmatig gevraagd – of uitgedaagd – om Zijn mening te geven of een beslissing te nemen over Tora zaken, zoals hij doet in de Derasja op de Berg.

Yeshua’s benadering van de Tora: evenwicht tussen Wet en Genade
Yeshua’s benadering van de Tora leek op die van de school van Hillel. Hij onderwees de geest van de Tora, met vriendelijkheid en geduld. Op een keer wandelden Hij en Zijn leerlingen door een graanveld. Het was Sjabbat. De leerlingen begonnen graan te plukken en van hun omhulsel te ontdoen; om te eten. Dit was een onduidelijk gebied in de Torageboden aangaande Sjabbat. Graan plukken en eten als je onderweg was, was toegestaan, zie Deuteronomium 23:25. Maar was het ook toegestaan op Sjabbat? Het leek de verboden te overtreden aangaande oogsten en voedsel klaarmaken op Sjabbat. Maar was het wel een overtreding?

Wachten tot de Sjabbat voorbij was
Enkele Farizeeën zagen hen en spraken Hem erover aan. Zijn antwoord was: “De Sjabbat is gemaakt voor de mens en niet de mens voor de Sjabbat”, zie Markus 2:23-27. Hij gaf een dergelijk antwoord, toen hij geconfronteerd werd met een kreupele man op een andere Sjabbat. “Is het geoorloofd op de Sjabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden of te doden?”, zie Markus 3:4. Het was duidelijk dat een leven redden geoorloofd was. Maar iemand genezen van een ziekte, die kon wachten tot de Sjabbat voorbij was, dat was een ander onduidelijk gebied van de Tora. Yeshua onderwees dat het geoorloofd was.

Milder
Ik geloof dat deze antwoorden van Yeshua op de pedante uitdagingen van misschien goedbedoelende, maar overijverige Joodse volksgenoten ons inzicht geven in Yeshua’s paradigma, Zijn model voor het toepassen van de Tora in het dagelijks leven. De Tora was gegeven voor het welzijn van de mens, niet om hem te kwellen. Als de keuze bestond milder te zijn, koos Yeshua voor milder. Als de Tora, de wet, niet duidelijk was, legde Hij haar uit naar de meer genadige kant, zoals ook velen van zijn tijdgenoten deden. Het is mogelijk te denken dat de Farizeeën die Yeshua uitdaagden en bekritiseerden, van de striktere school van Sjammai waren en degenen die vriendelijker waren, van de mildere school van Hillel.

“Hij leerde met autoriteit…”
Hoe belangrijk de inhoud van de Derasja op de Berg ook was, er was iets dat in de gedachten van zijn gehoor meer opviel, dan de boodschap zelf. Matteüs zegt van de massa’s, dat ze verbaasd waren over Zijn onderwijs. Want, “Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden” (7:29). Wat betekent dat? Wat zou u denken als u iemand hoorde zeggen, “Denk niet, dat Ik ben gekomen om de Tora (de Wet) of de profeten af te schaffen (te ontbinden). Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen” (Matteüs 5:17). De scharen wisten niet wie Hij was. Waarom zouden ze denken dat hij kwam om de Tora te ontbinden? Wie was deze man, die dacht dat iemand kon denken dat Hij kwam om de Tora te ontbinden?

Vervullen is niet tot een einde brengen
Geen rabbijn heeft autoriteit om enig Tora gebod te annuleren. Wie kon deze man zijn? Hij zegt vervolgens, dat hij was gekomen om de Tora te vervullen. We weten van de rest van deze Bergrede, dat ‘vervullen’ niet betekent ‘tot een einde brengen’. Het betekent het omgekeerde: ‘in volledigheid brengen’. Hij komt om ons de volledige betekenis van de Tora te laten zien en hoe zij zou moeten worden nageleefd. Dus, nogmaals, wie is Hij? “Jullie hebben gehoord, dat tegen de ouden gezegd is: … Maar Ik zeg u …” (Matteüs 5:21-22). Allereerst, in die dagen zou geen enkele rabbijn gezegd hebben, “Ik zeg u”. Deze uitdrukking moet zijn toehoorders verbaasd hebben.

Spreekt Hij G’d tegen?
Rabbijnen en schrijvers leerden altijd uit naam van een leraar, van wie ze een wet geleerd hadden. Dat was een principe in die dagen. Maar dat is niet alles. Op zijn minst enkele van de gezegden, die beginnen met, “Jullie hebben gehoord dat er gezegd is” komen uit de Tien Woorden: “Je mag niet doden” (vers 21), en “Je mag niet echtbreken” (vers 27). Wie had die dingen gezegd? De Eeuwige! Op de enige gelegenheid in de geschiedenis, waar Hij sprak met Zijn eigen stem tot het hele volk Israël – op de berg Sinaï. Wat moeten we denken, wanneer Yeshua later zegt, “Maar ik zeg jullie …” Spreekt hij G’d tegen?

Uitnodiging er deel van te zijn
Weet hij het beter dan wat G’d tegen Israël heeft gezegd? Wie is deze man? Er kan geen twijfel over bestaan, dat Yeshua precies deze vraag wilde opwerpen in de geest van zijn luisteraars, op die dag. Wat hij zei was zeker belangrijk. Maar net zo belangrijk was het, Zijn toehoorders te brengen tot de vraag wie Hij kon zijn. Hij gedroeg zich als een rondtrekkende leraar en wonderdoener. En in zijn tijd waren er anderen die hetzelfde deden. Maar Hij was anders. Zijn leer was niet alleen over het naleven van de Tora, moreel leven en vertrouwen op G’d. Onder Zijn woorden was een onderstroming van iets nieuws dat eraan kwam, iets buitengewoons. En Hij nodigde zijn volk uit om er deel van te zijn.

Conclusies
In mijn opinie, was Yeshua’s Derasja op de Berg niet alleen een samenvatting van Zijn onderwijs over de Tora, maar was het Zijn persoonlijke aankondiging – subtiel als het was – van het komende Koninkrijk van de Hemel; en van de rol die Hij erin speelde. Daarom moeten we begrijpen, dat Zijn boodschap niet alleen juridisch en moreel was, maar in dezelfde mate eschatologisch, gericht op de eindtijd. Hij riep mensen op de Tora na te leven, als een uitdrukking van G’ds wet, gematigd door Zijn genade. Hij daagt ons uit nu te leven voor het naderende Koninkrijk, en centra te zijn voor het vestigen van G’ds Koninkrijk in de wereld. In de volgende artikelen zal ik een paar van de Tora onderwerpen, die Yeshua onderwees in de Derasja op de Berg, nader onder de loep nemen. Ondertussen, laat ons licht zo schijnen, dat de mensen het goede zien dat we doen en onze Vader in de Hemel eren.

Leib Reuben,
Jeruzalem