Messias Yeshua onderwijst Tenach en halacha, 1: Yeshua’s Voorspoed Uitspraken

Yeshua op weg
Er moet grote opwinding in de lucht gehangen hebben, toen het gerucht zich verspreidde dat Yeshua van Nazaret op weg was, terug naar Kapernaüm. Hij was gewoon in Kapernaüm te verblijven, zie Matteüs 4:13, in het huis van Simon Petrus. Dat was een typisch stenen huis, gebouwd met zwarte basaltsteen afkomstig uit het gebied, gelegen in een woonwijk tussen de synagoge en het meer van Galilea. Vanuit die basis: … trok [Yeshua] rond in heel Galilea. Hij onderwees in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk. Het gerucht over Hem drong door tot in heel Syrië. Men bracht tot Hem allen, die ernstig ziek waren, gekweld door allerlei ziekten en pijn, bezetenen en maanzieken en verlamden. Hij genas hen. En veel mensen uit Galilea, de Dekapolis, Jeruzalem, Judea en het Overjordaanse volgden Hem’ (Matteüs 4:23-25).

De verwondering
Dit was het begin van het publieke optreden van Yeshua. We weten misschien niet wat er in de Tora gelezen werd in die synagogen, of hoe Hij het uitlegde. Maar we hebben Zijn langste en meest beroemde opgeschreven preek, die we kennen als de Bergrede. De eerste verzen, beginnend met ‘Voorspoedig zijn zij …’ (de Voorspoed Uitspraken, ook wel bekend als De Zaligsprekingen), zijn een goed voorbeeld van Zijn verkondiging van het koninkrijk van de Hemel. Om de evangeliën juist te begrijpen moet je ze lezen als iemand die niet gelovig is, een Jood uit de eerste eeuw, die geen idee had wie Yeshua was. Als christenen de evangeliën lezen, is dat vaak vanuit de veronderstelling dat Yeshua de zoon van G’d is; en dan worden Zijn wonderen en wijze uitspraken routine. Het is makkelijk te denken, “Natuurlijk geneest Hij en zegt Hij geweldige dingen. Hij is de zoon van G’d!” En we verliezen de verwondering.

Naar de Tenach
Maar vanuit de positie van iemand die niet weet wie Hij is en die ziet dat Hij deze dingen doet, zijn we verbaasd, of zelfs geschokt. “Wie is dit die zulke dingen zegt en doet?!” En dat is precies hoe de Galileïsche Joden reageerden, toen ze hem toentertijd zagen. Het is de moeite waard je in die menigte te plaatsen op die dag. Wat is dat “goede nieuws van het koninkrijk der Hemelen”? Wat begreep een Jood uit de eerste eeuw? Om daar een antwoord op te geven wenden we ons tot de Tenach. In de Joodse wereld van de Tweede Tempelperiode werden woorden of zinnen die uit de Tenach geciteerd werden, begrepen in hun bijbelse context. De klassieke tekst, die het goede nieuws beschrijft dat “onze G’d heerst”, is Jesaja 52:7, ‘Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil [yeshuah] verkondigt, die tegen Sion zegt: Uw God is Koning.

De Eeuwige hield Zijn belofte aan Abraham
Als een Jood de woorden goed nieuws en koninkrijk van de Hemel, of: het koningschap van G’d, hoorde, zouden zijn gedachten naar deze tekst gaan. Jesaja sprak over het goede nieuws van de terugkeer van de Joodse ballingen uit Babylon, het herstel van Jeruzalem en de Tempel; en over de regering van een Israëlitische koning uit het geslacht van David. De Eeuwige greep in de geschiedenis oppermachtig in, om Zijn belofte te houden aan Abrahams nakomelingen. G’d regeert! De Joden in de tijd van Yeshua hoopten en baden voor hetzelfde, inclusief vrijheid van Romeinse overheersing. Dus toen Yeshua met het goede nieuws van het koninkrijk van de Hemel kwam, was dat wat ze begrepen. Daarom veroorzaakte hij zoveel opwinding en tegelijkertijd oppositie van de Romeinen en hun Joodse marionetten-autoriteiten.

De tien Voorspoed Uitspraken
Stelt u zich als lezer voor, dat u een van de Joodse mannen of vrouwen was die Yeshua volgde, de heuvel op. Hij gaat zitten. Zijn volgelingen verzamelen zich om Hem heen; en daaromheen de massa’s. Yeshua begint te onderwijzen. Zegt hij iets waarbij je je ongemakkelijk kunt voelen?

Voorspoedig zijn de armen van geest, want voor hen is het Koninkrijk van de hemel.
Voorspoedig zijn zij die treuren, want zij zullen getroost worden.
Voorspoedig zijn zij die zachtmoedig zijn, want zij zullen de aarde erven.
Voorspoedig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Voorspoedig zijn de mensen die barmhartig zijn, want aan hen zal barmhartigheid plaatsvinden.
Voorspoedig zijn zij die rein zijn van hart, want zij zullen de Eeuwige zien.
Voorspoedig zijn zij die vrede stichten, want zij zullen kinderen van G’d genoemd worden.
Voorspoedig zijn de mensen die vervolgd worden vanwege hun gerechtigheid, want voor hen is het Koninkrijk van de hemel.
Voorspoedig zijn ben jij, wanneer men jou smaadt en vervolgt en liegend allerlei slechts over jou spreekt in verband met Mij. Verblijdt je en verheug je, want je loon is groot in de hemel. Want zo hebben zij de profeten vóór jou vervolgd’ (Matteüs 5:3-12).

Betaal mijn hypotheek
Lijkt het niet vreemd, dat hij begint met een serie zegeningen die als clichés klinken? Misschien denkt iemand, “Ik ben arm, ik heb geen geld, vriend! Ik heb het koninkrijk van de hemel niet nodig. Ik heb liever een baan!” Of zegt een ander, “Mijn zoon is vorige maand gestorven. Wanneer zal ik getroost worden?” Of: “De aarde erven? Misschien kun je de hypotheek op mijn huis voor me betalen?” Zijn gehoor vond snel genoeg uit, dat Yeshua’s zegeningen ver uitgingen boven het tegemoetkomen aan persoonlijke behoeften. Hoe moeten we de laatste twee zegeningen begrijpen: vervolgd worden vanwege hun gerechtigheid? Dat is het verhaal van ons volk al 2000 jaar. En waarom zou ik vervolgd moeten worden in verband met Hem? Ik ben geen profeet! Ik kwam alleen maar luisteren. Trouwens, waarom zou iemand die de armen zegent, vervolgd worden?

Verwijzingen naar de Tenach
Een vreemde manier om te beginnen. Hij introduceert zichzelf niet, noch Zijn onderwerp. Hij begint abrupt met mooi klinkende woorden, die niet veel lijken te zeggen. Waar heeft Yeshua het over? In Joodse preken was het gebruikelijk en werd verwacht op de Tenach te zinspelen. Rabbijnen van die tijd hielden ervan een preek te beginnen met een proloog. Het was een speelse manier om luisteraars te interesseren in de boodschap. Er zijn mooie voorbeelden van deze gewoonte te vinden in de Midrasj Rabba op Genesis 1, waar we de introductie van verschillende rabbijnen zien op het onderwerp “schepping”.

Geen hoofdstuk, maar zinsnede
Als we zorgvuldig naar de zegeningen in Yeshua’s proloog kijken, zien we hoe elke zegen verwijst naar een tekst in de Tenach. De meeste zijn redelijk duidelijk, sommige zijn wat moeilijker te vinden. Een Joods publiek kende de Tenach zo goed, dat een rabbijn, in plaats van hoofdstuk en vers te noemen, een zinsnede uit de tekst kon gebruiken. Zijn hoorders zouden begrijpen dat hij verwees naar de tekst waar die voorkwam. Dat werkt zo: ‘Voorspoedig zijn de armen van geest, want voor hen is het Koninkrijk van de hemel.’ We weten al dat Yeshua aan het preken was over het Koninkrijk van de hemel. Het is niet zo vreemd dat het daar in de eerste zin van Zijn preek over gaat.

De nederige van geest
Maar wie zijn die armen van geest? We lezen in Jesaja 57:15, ‘Want zo zegt de Hoge en Verhevene, die in eeuwigheid troont en wiens naam de Heilige is: In de hoge en in het heilige woon Ik en bij de verbrijzelde en nederige van geest …’ G’d die in eeuwigheid woont, woont ook bij de nederige van geest. Dit is hun verband met het Koninkrijk van de hemel. Maar wanneer zal dit verband historische werkelijkheid worden? De context vertelt ons, dat het zal gebeuren in de tijd dat de Eeuwige het volk Israël terugbrengt naar ons land, met alle vrede en zegeningen die daarbij komen. Yeshua hint dat dit precies staat te gebeuren. En het lijkt iets te doen te hebben met Hem.

Troosten
En dan deze, ‘Voorspoedig zijn die treuren, want zij zullen getroost worden.’ In hetzelfde stuk tekst, in Jesaja 57:18, belooft de Eeuwige de mensen die treuren te troosten. In een andere tekst, niet ver van deze, 61:1-2, gaat het over iemand die met de Geest van G’d gezalfd is om dit goede nieuws te brengen aan diezelfde mensen, waarover Yeshua deze zegen uitspreekt: ‘De Geest van de Eeuwige Adonai is op mij, omdat de Eeuwige mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om gebrokenen van hart te verbinden, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening van de gevangenis; om een jaar van het welbehagen van de Eeuwige uit te roepen en een dag van de wraak van onze G’d; om alle treurenden te troosten.’ Wanneer zal dit gebeuren? In het “jaar van het welbehagen van de Eeuwige”. Yeshua zinspeelt erop dat die tijd nabij is en dat Hijzelf de gezalfde boodschapper is. Zou het Koninkrijk van de hemel werkelijk nabij kunnen zijn?

Zachtmoedigen
‘Voorspoedig zijn de mensen die zachtmoedig zijn, want zij zullen de aarde erven.’ Dit is een duidelijke zinspeling op Psalm 37:11-13, ‘Maar de ootmoedigen erven het land en verlustigen zich in grote vrede. De goddeloze smeedt slechte plannen tegen de rechtvaardige en knarst de tanden tegen hem. De Eeuwige lacht om hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.’ In het Hebreeuws betekent hetzelfde woord zowel ‘aarde’ als ‘land’. De ootmoedigen zullen erven. Maar wanneer? In vers 13 staat, ‘zijn dag komt’. Blijkbaar is ook dit nabij. Vervolgens, ‘Voorspoedig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Dorst, smachten en verzadigd worden
Hoewel er geen duidelijke parallel is voor deze zegen, is er een soortgelijke gedachte in Psalm 63:2-6: ‘Eeuwige, U bent mijn G’d. U zoek ik, mijn ziel dorst naar U, mijn vlees smacht naar U, in een dor en dorstig land, zonder water. Zo heb ik U in het heiligdom aanschouwd. Ik heb Uw sterkte en Uw heerlijkheid gezien. Want Uw goedheid is beter dan het leven; mijn lippen zullen U roemen. Zo wil ik U prijzen mijn leven lang, in Uw naam mijn handen opheffen. Als met vet en merg word ik verzadigd, mijn mond looft met jubelende lippen.’ De ziel die hongert en dorst naar G’d zal Hem vinden in Zijn heiligdom, net als de psalmist, en zal verzadigd worden.

Barmhartigheid
In Yeshua’s tijd waren de Tempel en het priesterschap corrupt. Bedoelt Yeshua dat de tijd nabij is dat G’d de Tempel zal reinigen en Zijn aanwezigheid daar zal herstellen, zodat Hij gevonden zal kunnen worden door degenen die hem zoeken? De volgende Voorspoed Uitspraak is, ‘Voorspoedig zijn de mensen die barmhartig zijn, want aan hen zal barmhartigheid plaatsvinden.’ Het Griekse woord voor ‘barmhartigen’ kan betekenen: ‘medelijden hebben,’ of ‘daden van vriendelijkheid en loyaliteit doen.’ De eerste betekenis komt overeen met het Hebreeuwse לרחם l´rachem; de tweede betekenis komt overeen met het Hebreeuwse חסד (chesed, genade bewijzen).

Trouw aan David en zijn nageslacht
De tweede betekenis heeft een directe parallel in Psalm 18:25-27, waar we zien dat G’d het goede dat we doen, op dezelfde manier terugbetaalt: ‘De Eeuwige heeft mij vergolden naar mijn rechtvaardigheid, naar de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen. Jegens de getrouwe (חסיד, chasied) toont U zich getrouw, jegens de onberispelijke toont U zich onberispelijk en jegens de reine toont U zich rein. Maar jegens de verkeerde toont U zich als tegenstander.’ Als Yeshua zegt: Voorspoedig zijn de barmhartigen, want zij zullen (van de Eeuwige) barmhartigheid ontvangen, dan kunnen we zien dat Hij zinspeelt op Psalm 18:26, en dat moet ons herinneren aan de hele psalm. David prijst de Eeuwige dat Hij hem heeft verlost van zijn vijanden. De rest van de psalm spreekt over hoe G’d buitengewone capaciteiten voor de strijd geeft aan zijn Koning. De psalm eindigt met de belofte van חסד voor G’ds gezalfde, Hij schenkt zijn koning grote uitreddingen, en betoont trouw חסד aan zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht voor altijd.

G’d zien
Deze betekenis past precies bij de boodschap van Yeshua´s preek. Suggereert Hij soms, dat Hij en Zijn volgelingen dezelfde soort chesed van G’d zullen ontvangen in de naderbij komende dagen van het koninkrijk? Zijn gehoor zou zichzelf deze vraag zo langzamerhand hebben moeten stellen. ‘Voorspoedig zijn zij die rein zijn van hart, want zij zullen G’d zien.’ Deze zegen zinspeelt op Psalm 24:3-4, ‘Wie mag de berg van de Eeuwige beklimmen, wie mag staan in Zijn heilige stad? Hij die rein is van handen en zuiver van hart ….’ Hoe zullen de reinen van hart G’d zien? Ze zullen de berg van de Eeuwige, de Tempelberg, beklimmen en in Zijn heiligdom staan. De psalmist roept de poorten van de Tempel op zich te openen en de Koning van de Eer binnen te laten. De Koning van de Eer is de Eeuwige zelf. Dus degenen die in de heilige plaats staan zullen G’d zien. Dat maakt ook deel uit van het pakket van vervullingen, dat meekomt met de Dag van de Eeuwige en Zijn koninkrijk.

Vrede bewerken
‘Voorspoedig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen van de Eeuwige genoemd worden.’ Yeshua zinspeelt op Jesaja 45:7-11, waar G’d zegt, ‘die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de Eeuwige, doe dit alles.’ Hoewel de NBG hier vertaalt met heil, is het woord in het Hebreeuws: sjalom, vrede. Dus er staat eigenlijk: die vrede bewerk. En niet lang daarna zegt Hij, Zo zegt de Eeuwige, de Heilige van Israël, en Zijn Formeerder: ‘Vraag Mij naar de toekomstige dingen, vertrouw Mij mijn zonen en het werk van Mijn handen toe’ (vers 11). Deze tekst uit Jesaja gaat over het heil en de komende glorie van Israël. G’d bewerkt vrede, en Zijn zonen bewerken vrede. Maar met het goede nieuws komt ook slecht nieuws: ‘Voorspoedig zijn de mensen die vervolgd worden vanwege hun gerechtigheid, want voor hen is het Koninkrijk van de hemel.’

Het vierde koninkrijk
Deze zegen voor de vervolgden, die het Koninkrijk van de hemel zullen ontvangen, herinnert aan de bekende profetie van Daniel 7:17-18, die spreekt over vier rijken, Babylon, Perzië, Griekenland en Rome, ‘Die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. Daarna zullen de heiligen van de Allerhoogste het koningschap ontvangen. En zij zullen het koningschap bezitten tot in eeuwigheid, ja, tot in eeuwigheid van eeuwigheden. Deze vier rijken zouden de wereld regeren van de tijd van Daniel tot de komst van het Koninkrijk van de hemel. En kijk, Yeshua kwam naar het volk Israël in de dagen van het Romeinse Rijk, het vierde koninkrijk. Ieder die deze profetie kende, zou reikhalzend aan het wachten zijn op nieuws, dat het Koninkrijk van de hemel eraan kwam, om de Romeinen kwijt te raken en het koningschap voor Israël te herstellen.

Strijd
Maar er was een maar, zie Daniël 7:21-22, ‘Ik zag, dat die horen strijd voerde tegen de heiligen en sterker was dan zij, totdat de Oude van Dagen kwam en er recht werd verschaft aan de heiligen van de Allerhoogste …’ Het plaatje dat Yeshua aan het tekenen is, is bijna compleet. Eerst spreekt hij zegen uit over de neerslachtigen, de depressieven, de rouwenden, de zachtaardigen, de krachtelozen. Zijn bemoediging is veel meer dan een meevoelende hand op de schouder. Hij geeft hen hoop dat hun verlossing nabij is. Dan roept Hij zijn hoorders op zich klaar te maken. Doe barmhartigheid. Zuiver je hart. Streef er naar vrede te stichten. En bereid je voor op strijd. De strijd zal moeilijk zijn, maar de getrouwen zullen zegenvieren.

Niet zelf beschaamd worden
Yeshua moet nog één ander punt maken om zijn gehoor klaar te maken voor de volle ernst van zijn boodschap, ‘Verblijdt je en verheug je, want je loon is groot in de hemel. Want zo hebben zij de profeten vóór jou vervolgd’. Als men mij smaadt? Of mij vervolgt? Wat heb ik gedaan? Ik kwam alleen maar naar Zijn preek luisteren. Waarom zou iemand mij vervolgen vanwege Hem? En dan beginnen Bijbelteksten boven te komen, ‘Al uw geboden zijn trouw; onverdiend vervolgen zij mij, kom mij te hulp’ (Psalm 119:86). En Jeremia 17:18, ‘Laten mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat ik niet beschaamd worden. Laten zij verschrikt worden, maar laat ik niet verschrikt worden …’ De luisteraars op de heuvel op die dag begonnen te begrijpen, wat het betekent om het goede nieuws van het Koninkrijk van de hemel te preken. Yeshua riep mensen niet op om toeschouwers te zijn in een groots eschatologisch drama. Hij riep hen op om deelnemers te zijn. Dit was de inleiding tot Zijn boodschap.

Zijn vertegenwoordigers worden
Yeshua vervolgt zijn boodschap met de mensen te vertellen, ‘Jullie zijn het zout van de aarde … jullie zijn het licht van de wereld.’ Het grootste deel van de rest van Zijn preek is een uitleg over de Tien Woorden en andere belangrijke onderwerpen in de Tora. Het lijkt of Hij wil zeggen, dat deze wetten de basis zullen vormen voor de regering van het Koninkrijk; en dat Zijn volgelingen Zijn vertegenwoordigers kunnen worden. We weten dat er scharen waren die naar hem luisterden, die dag. Matteüs vertelt het ons (zie 7:28)

Voor wie oren heeft
Wat Yeshua zei, daar op die heuvel, was inderdaad om versteld van te staan. De scharen leken hem te begrijpen. En toch was hij erg slim en voorzichtig niets te zeggen dat Hem in staat van beschuldiging zou kunnen stellen. Hij gaf geen verklaring af dat hij de Messias was. Hij zei niets over het ten val brengen van de Romeinse regering in Judea. Hij had geen leger. Er was niets waarvan iemand hem kon beschuldigen, behalve dat hij een heleboel zieken genas en dat hij preekte over de liefde van G’d. En toch, voor wie oren had om te horen, zei Hij alles wat hij wilde zeggen door zijn getalenteerde zinspelingen op bijbelse teksten, zorgvuldig omgeven door een boodschap van troost en hoop. En dat was nog maar het begin.

Leib Reuben,
Jeruzalem