Messias Yeshua onderwijst Tenach en Joodse Halacha 13: Tora over reinheid en onreinheid van vaten en handen


Introductie

Misschien was de meest ingenieuze vernieuwing van de Farizeeën het heiligen van het volk van Israël, door ons te leren ons te gedragen als ‘een koninkrijk van priesters’ (Exodus 19: 6). Dit gaf de gewone Israëliet die geen priester of leviet was, een verbinding met de Tempel en zijn diensten. De Farizeeën verwierpen de Tempel niet, net als de Essenen, en probeerden daar ook niet mee te concurreren. Ze leerden dat elke man een priester is, zijn tafel is zijn altaar, zijn voedsel is zijn offer. Hun visie maakte het mogelijk voor elke Jood, in of buiten het land van Israël, om ‘deel te nemen’ aan de Tempeldienst. Inderdaad, ze gaven het Joodse volk de wettelijke en spirituele hulpmiddelen om de verwoesting van Jeruzalem te overleven en om door te gaan, waar we ons ook bevinden, tot de Eeuwige het nodig acht de Heilige Tempel te herstellen.

Alleen in verband met de Tempel

In de bijbelse werkelijkheid, was het onrein zijn of het eten van onrein voedsel alleen van belang als iemand naar de Tempel ging, aan iets deelnam in de Tempel, of iets at van de Tempel, waar hij schoon moest zijn om binnen te komen en om eraan deel te nemen. (Elk anders kosjer voedsel dat in contact is geweest met een onreine persoon of gebruiksvoorwerp is onrein; niet-kosjer voedsel is altijd onrein.) De benadering van de Farizeeërs bracht de Levitische wereld tot leven voor het gewone volk. De belangrijkste uitdrukking van deze Levitische manier van leven was de gemeenschappelijke maaltijd. Een gezin, of een rabbijn met zijn discipelen, zou achterover leunend aan een tafel, handen wassen voor het eten van brood, de zegeningen uitspreken over wijn en brood, en dan de Tora bespreken, ondertussen genietend van de maaltijd.

Slechts interactie met Farizeeën op hun eigen gebied

Niet alle maaltijden waren gemeenschappelijke maaltijden. Sommige mensen hadden ze op Sjabbat en Feesten; sommigen vaker. Handelingen 2:46 zegt dat de apostelen van Yeshua en hun volgelingen dagelijks ‘brood braken’ in elkaars huizen. Yeshua zelf werd vaak uitgenodigd voor zulke maaltijden in de huizen van Farizeeën en Schriftgeleerden. Bij sommige gelegenheden komt het probleem van het wassen van handen naar voren. Ik geloof dat Yeshua in principe deze vernieuwing van de Farizeeën accepteerde. In de evangeliën wordt wel melding gemaakt van enkele gelegenheden, waarbij een geschil ontstond over de manier waarop het werd uitgeoefend. Op het eerste gezicht lijkt het erop dat hij het idee van het wassen van handen voor niet-heilig voedsel verwierp. Maar een nadere beschouwing van de verhalen en de wetten toont ons, dat Yeshua slechts interactie had met bepaalde Farizeeën op hun eigen gebied, juist omdat deze praktijken voor hem en voor hen van belang waren.

 

Handig schema over de overdracht van onreinheid naar vaten

De wetten van onreinheid voor vaten zijn complex in de Tora en nog meer in de Talmoed. Hier is een handig, kort schema om uit te leggen hoe het werkt. De bronnen van onreinheid, van de meest tot de minst krachtige, zijn:

  1. Een menselijk lijk; dan de primaire bronnen genoemd in de Tora, waaronder een melaatse, een man of vrouw met een lichamelijke afscheiding, het lichaam van een dood onrein dier of insect, en iemand die onrein is door contact met een lijk. Het volgende niveau naar beneden, eerste graad onreinheid genoemd, is: elke mens of gebruiksvoorwerp dat fysiek contact heeft gehad met een van de primaire bronnen. Tweede graad onreinheid is beperkt tot gebruiksvoorwerpen – waaronder bekers, potten, borden, maar ook kleding, meubels, beddengoed en handen.
    2. Handen of voorwerpen die in de tweede graad onrein zijn, maken een heilig gebruiksvoorwerp of voedsel alleen ongeldig voor heilig gebruik, maar niet onrein. Als echter iets onreins in de tweede graad in contact komt met een vloeistof, wordt de vloeistof in de eerste graad onrein en kan het andere handen of gebruiksvoorwerpen onrein maken in de tweede graad. Dit is allemaal gebaseerd op de regels in de Tora.
  2. De gemeenschappelijke maaltijd is een situatie waarin gebruiksvoorwerpen, handen, voedsel en vloeistoffen samenkomen, waardoor het gevaar ontstaat dat onreinheid schone handen, gereedschap of voedsel besmet wordt. Voordat we naar de maaltijdsituatie kijken, is hier een samenvatting van de wetten voor verschillende soorten gebruiksvoorwerpen.

 

Verschillende soorten bekers en vaten

De Tora maakt onderscheid tussen gebruiksvoorwerpen gemaakt van verschillende materialen, waaronder klei (aardewerk), metaal, hout, steen, leer of andere stoffen. Glas en plastic waren nog niet bekend in de Tora-tijden. Vrijwel elk item gemaakt van een ander materiaal dan klei kan worden gereinigd van onreinheid. Reiniging werd meestal gedaan met water. Leviticus 6:28 “Een aarden (klei) vat waarin (een zondeoffer) werd gekookt, zal worden gebroken; maar als het in een bronzen vat wordt gekookt, zal dat worden geschuurd en in water worden gespoeld.”

 

Water en vuur

Leviticus 11:32-33, “Alles waarop enig (onrein dier of insect) valt wanneer zij dood zijn, zal onrein zijn, of het nu een voorwerp is van hout of doek of huid of zak, welk voorwerp dan ook voor welk doel dan ook gebruikt; het zal in water gedoopt worden en het zal onrein zijn tot de avond en dan zal het rein zijn. En indien zo’n dier of insect in een aarden vat valt, zal alles wat daarin is, onrein zijn, en gij zult het vat breken.” In de instructies voor soldaten die een lijk in de strijd hebben aangeraakt, wordt alles wat bestand is tegen vuurhitte gezuiverd door vuur en dan door water. Brandbare materialen worden alleen met water gereinigd.

Vaten van steen

Numeri 31:20-23, “… je zult elk gewaad zuiveren, elk stuk huid, alles gemaakt van geitenhaar en elk stuk hout. De priester Eleazar zei tegen de troepen die strijd hadden gevoerd: ‘Dit is de wet die Adonai Mozes heeft gegeven: goud, zilver, brons, ijzer, tin en lood … alles dat bestand is tegen vuur, zal in vuur gehouden worden, en het zal rein zijn. Niettemin zal het ook gezuiverd worden met het reingingswater; en wat het vuur niet kan weerstaan, zal door het water worden gehaald.”

Vaten van steen waren de uitzondering. Stenen vaten worden niet onrein en hoeven niet gereinigd te worden. Ze werden bij voorkeur gebruikt door priesters. We zien dit in het verhaal van Yeshua op een bruiloftsfeest waar de wijn op was en hij werd gevraagd om meer wijn te leveren.

 

Gebroken betekent schoon

Johannes 2:6; Nu stonden er zes stenen waterkruiken voor de Joodse zuiveringsrituelen, elk gevuld met twintig of dertig liter water. Steenvaten waren moeilijker te maken en daarom duurder. Gewone mensen konden die niet betalen. De meesten maakten hun eigen vaten uit klei. Vandaag, wanneer archeologen stenen vaten vinden tijdens het graven van een oude stad, weten ze dat het een Joodse stad was. Aardewerk van klei is het meest fragiele materiaal. Het wordt gemakkelijk onrein gemaakt en er is geen remedie behalve het vat te breken. Zodra het is gebroken, zijn de stukken schoon. Gebroken stukken kunnen worden gebruikt voor notities, lijsten, zakelijke transacties en andere gegevens van het dagelijks leven.

Fragiele lemen vaten

Deze aardewerkscherven zijn een belangrijk onderdeel geworden van onze archeologische archieven. Wanneer Paulus de Apostel spreekt over de kennis van de opgestane Messias als licht van G’d dat in zijn hart schijnt, schrijft hij: “Maar we hebben deze schat in aarden potten, zodat het duidelijk kan worden gemaakt dat deze buitengewone kracht G-d toebehoort en niet van ons komt. Wij zijn op elke manier verdrukt, maar niet verpletterd; perplex, maar niet tot wanhoop gedreven; vervolgd, maar niet verlaten; geslagen, maar niet vernietigd …” (2 Korinte 4:7-9). G’d heeft deze hemelse schat in fragiele lemen vaten (menselijke lichamen) geplaatst, maar ondanks de vele pogingen om ze te breken, breken ze niet, wat suggereert dat de ‘vaten’ schoon blijven. Laten we nu terugkeren naar de gemeenschappelijke maaltijd en zien hoe de onreinheid van handen en bekers in de praktijk uitwerkt.

Verschillen tussen Beth Hillel en Beth Shammai tijdens een feestelijke maaltijd

De Misjna en de Talmoed leggen een geschil vast tussen de scholen van Hillel en Shammai, die in de eerste eeuw, tot aan de vernietiging, debatteerden over hun vele verschillende Halachische posities. Hun debatten waren ‘heet’ nieuws in de tijd van Yeshua. Berachot 8:2, De School van Shammai zegt: “Was de handen, en schenk daarna de beker (van wijn voor Kiddoesj)”. De school van Hillel zegt: “Schenk de beker in en was daarna de handen”. Waarom? Omdat de School van Shammai vereist dat de hele beker van binnen en van buiten schoon moet zijn. Men moet eerst zijn handen reinigen, zodat hij de beker niet onrein maakt. Handen en beker zullen dan schoon blijven, zodat ze het voedsel niet onrein wordt.

 

Buitenkant en binnenkant

De school van Hillel keurt een beker goed, waarvan de buitenkant onrein is, zolang de binnenkant en de rest maar schoon is, zoals de Talmoed uitlegt: “We hebben geleerd: als de buitenkant van een vat onrein is gemaakt door vloeistoffen, is de buitenkant onrein, terwijl de binnenkant, de rand, het handvat en de schacht schoon zijn. Als de binnenkant onrein is gemaakt, is het allemaal onrein” (Talmoed Berakhot 52a). Dus ze wassen hun handen na het gebruik van de beker, het maken van de zegen en het drinken van de wijn – om te waken tegen onreine handen, en vervolgens onrein voedsel. De Talmoed gaat verder met uitleggen in 52b, “Waarover gaat het tussen hen? – Beth Shammai beweert dat het verboden is om een vat te gebruiken waarvan de buitenkant door vloeistoffen onrein is gemaakt uit angst voor druppels, zodat er geen reden is om bang te zijn dat de vloeistof op de handen onrein zal worden door de beker.

 

De strenge Shammai

Beth Hillel daarentegen is van mening dat het toegestaan is om een vat te gebruiken, waarvan de buitenkant door vloeistoffen onrein is geworden, aangezien het druipen ongebruikelijk is, maar het gevaar bestaat dat de vloeistof op de (ongedroogde) handen de handen onrein maakt door aanraking van de beker. De School van Shammai is strenger. Ze maakten een schone tafel en bestek klaar en verplichtten de gasten onmiddellijk hun handen te wassen als ze aan de tafel aanlagen. Dit verwijderde de tweede graad onreinheid van de handen, dus er was geen angst voor besmetting van de schone vaat of tafel, zelfs als de handen nog nat waren na het wassen.

 

De mildere Hillel

De school van Hillel was milder. Ze lieten het gebruik van een beker, die aan de buitenkant onrein was, toe, zolang deze aan de binnenkant schoon was. Als ze eerst spoelen en de handen nat werden door het wassen, of als er wat vloeistof op de buitenkant van de beker terechtkwam, bracht de vloeistof de onreinheid terug naar de handen, en dat kon het voedsel besmetten. Dus wasten ze die na het gebruik van de beker. Er is nog een andere reden van de School of Hillel die in de Talmoed wordt genoemd, die niet alleen belangrijk is voor de Halacha, maar ook een onderdeel vormt in de discussie tussen Yeshua en zijn gastheren.

 

Israël heilig maken

In 52b Beth Hillel redeneert, “… handen wassen voor niet-heilig voedsel wordt niet voorgeschreven door de Tora”. Bedenk dat de mondelinge Tora, gehouden door de Farizeeën, de bedoeling had het volk van Israël heilig te maken, door hen te laten doen alsof ze priesters waren. Dit was niet vereist door de Geschreven Tora, maar het was een praktijk die wijd werd gevolgd door de Farizeeën, Essenen, en ja, ook door Yeshua en Zijn volgelingen, zoals we zullen zien. Dus wat deed Yeshua precies om kritiek te krijgen van sommige van zijn gastheren? En hoe moeten we zijn antwoorden begrijpen?

 

Yeshua dineert met Farizeeën en Schriftgeleerden

Enkele van de ideeën in deze sectie komen uit het boek Mishnat Yeshua Rabbeinu, auteur anoniem, Torat rabbeinu, 2015, hoofdstuk 7, blaz. 62-69. Er waren verschillende soorten Farizeeën en Schriftgeleerden in de eerste eeuw – sommige van Beth Hillel, anderen van Beth Shammai; en waarschijnlijk weer anderen die andere Halachische posities bezaten, omdat de wetten nog niet hun definitieve vorm hadden bereikt. Degenen met wie Yeshua dineerde, zouden uit een van deze groepen kunnen komen. Geen van hen vertegenwoordigt alle Farizeeën of Schriftgeleerden. We moeten goed opletten om precies te weten te komen wie de gastheren van Yeshua waren en waarom hij elke antwoordde zoals Hij deed. Er is slechts één situatie in de evangeliën, waar Yeshua zelf wordt bekritiseerd, omdat hij Zijn handen niet waste voordat Hij ging dineren.

 

Handen later wassen

Lucas 11:37-38 “… een Farizeeër nodigde (Yeshua) uit met hem te dineren; dus ging hij naar binnen en nam Zijn plaats in (Grieks, ‘leunde’) aan de tafel. De Farizeeër was verbaasd te zien dat Hij zich niet eerst voor het avondeten waste.” Yeshua leunde achterover aan de tafel. Dit betekende dat de maaltijd een gemeenschappelijke maaltijd zou zijn, te beginnen met een beker wijn, gevolgd door de zegen en het breken van het brood en vervolgens de maaltijd. Als de gastheer van Yeshua een Shammaiïet was, zou hij verwachten dat Yeshua zijn handen wast, voordat hij de beker zou nemen. Nu, als Yeshua in overeenstemming met Beth Hillel handelde, zoals Hij gewoonlijk deed, nam Hij eerst de beker, maakte de zegen en dronk ervan, en waste dan de handen voor het brood.

 

Handen van te voren wassen

De Shammaiïet zou verbaasd zijn, omdat Yeshua zijn handen nog niet had gewassen, alvorens de beker te nemen. Dit was destijds een populair onderwerp, dus een discussie zou waarschijnlijk uitbreken. Kijk hoe Yeshua hem antwoordt in vers 39, “U Farizeeën maakt de buitenkant van de beker en van het gerecht schoon, maar van binnen bent u vol hebzucht en slechtheid.” Yeshua spreekt de positie van Beth Shammai aan, die vereist dat de buitenkant van de beker schoon is. Yeshua’s antwoord zou geen zin hebben voor een Hilleliet, die het gebruik van een beker toestaat die aan de buitenkant onrein is. Het is waarschijnlijk dat Yeshua de bedoeling had om handen te wassen na de beker, vóór het brood.

 

Traditie tegenover Tora

Twee zaken waarbij de discipelen betrokken zijn, hebben verschillende omstandigheden en een ander antwoord. Matteüs 15:2, Waarom breken Uw discipelen de traditie van de oudsten? Want zij wassen hun handen niet voordat zij (brood) eten.” De klacht is dat ze niet gewassen hebben voordat ze ‘brood’ aten. Er wordt geen melding gemaakt van achterover leunen voor een gemeenschappelijke maaltijd. Ze aten eenvoudig zonder te wassen, waarbij ze de ‘traditie van de oudsten’ schonden, maar niet de Tora, zoals ik heb uitgelegd. In beide passages zegt de tekst specifiek, dat ze ‘brood’ aten. Nu zou ‘brood’ echt brood, of eten in het algemeen, een gewone maaltijd kunnen betekenen. Omdat er geen gemeenschappelijke maaltijd was, hoefde brood daar geen deel van uit te maken. Maar zelfs als dat zo was, was de overtreding van een traditionele regel, niet van de Tora.

 

Ander probleem

Het incident in Markus werpt een ander probleem op: “Toen de Farizeeën en enkele schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen rond Yeshua kwamen, merkten ze dat sommige van zijn discipelen (brood) aten met verontreinigde handen, dat wil zeggen zonder ze te wassen. Want de Farizeeën en alle Joden eten niet tenzij zij hun handen grondig wassen, aldus de traditie van de oudsten waarnemend; en zij eten niets van de markt tenzij zij het wassen, en er zijn ook veel andere tradities die ze waarnemen, het wassen van bekers, potten en bronzen ketels. Dus vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden hem: Waarom leven Uw discipelen niet volgens de traditie van de oudsten, maar eten ([brood) met verontreinigde handen?” (Marcus 7:1-5).

 

Verschil tussen erin en eruit

Het woord vertaald met ‘verontreinigd’ betekent eigenlijk ‘gewoon’ (in tegenstelling tot ‘heilig’). Ze beschuldigden de discipelen niet van het eten met onreine handen, maar alleen ongewassen handen. Dit druiste in tegen de Farizeese doctrine van zich gedragen alsof iemand een priester was die op het punt stond heilig voedsel te eten. Dus Yeshua antwoordt: “… maar wat uit de mond komt, komt voort uit het hart, en dit is wat verontreinigt. Want uit het hart komen kwade bedoelingen, moord, overspel, hoererij, diefstal, valse getuigenis, laster. Dit is wat een mens verontreinigt, maar het eten met ongewassen handen verontreinigt niet” (Mattheüs 15:18-20). Hij legt uit dat volgens de Tora, wat uit de mond komt, veel giftiger is dan wat er in gaat. Wat eruit komt, is waarschijnlijker een zonde of veroorzaakt een zonde.

 

Niet-heilig persoon of al van te voren gewassen

Maar opnieuw, volgens de Tora, is het eten van niet-heilig voedsel met ongewassen handen niet in strijd met een Tora gebod, en het maakt een persoon niet niet-heilig, omdat hij al niet-heilig is. Dit is dezelfde positie die wordt ingenomen door Beth Hillel, zoals ik hierboven citeerde. Er is nog een andere mogelijkheid: het zou kunnen zijn dat de discipelen eerder hun handen hadden gewassen en ze rein hadden gehouden totdat ze de maaltijd aten. Als dat het geval was, was een andere wasbeurt niet nodig. Maar de traditionele Halachah vereiste wassen vlak voor een maaltijd om enige twijfel over onreinheid weg te nemen.

 

Alsof zij priesters waren maakt wel of niet heilig

Matteüs 15:12 Toen kwamen de discipelen naderbij en zeiden tegen hem: ‘Weet u dat de Farizeeën aanstoot namen toen zij hoorden wat u zei’? Het is geen wonder dat de Farizeeën-Hillelieten en Shammaiïeten beledigd zouden zijn door de uitspraak van Yeshua dat “het eten met ongewassen handen iemand niet niet-heilig maakt”, omdat dit in strijd is met hun hele uitgangspunt – dat het volk van Israël heiliger gemaakt zou kunnen worden door zich te gedragen alsof ze priesters waren. Zoals ik eerder zei, geloof ik dat Yeshua, Paulus, Jakobus en de andere apostelen dit Farizeïsche uitgangspunt accepteerden. Het verschijnt op veel manieren in het Nieuwe Testament. Ik zal enkele voorbeelden ervan in andere artikelen bespreken. Waar Yeshua bezwaar tegen maakte, was dat sommigen het belangrijker maakten dan de Tora zelf.

Conclusie

Wanneer we de traditionele Halacha, de Tora en de evangeliën samenbrengen, beginnen we te begrijpen wat Yeshua zegt en doet in de context van het Jodendom in de eerste eeuw. Het lezen van de evangeliën 2000 jaar later, in vertalingen die beïnvloed zijn door de Christelijke theologie die vaak tegen het Jodendom gericht is, kan ons ertoe brengen ten onrechte te concluderen dat Yeshua de Farizeeën, de mondelinge Tora en zelfs de geschreven Tora, heeft verworpen. Het vergt wat werk, maar wanneer we de wetten, praktijken en cultuur van het Joodse volk van Yeshua’s tijd beginnen te begrijpen, wordt het gemakkelijker te zien, dat Yeshua deelneemt aan het leren, onderwijzen en beoefenen van de Tora.
Hij debatteert met Farizeeën, waarbij ze met elkaar debatteren, als insider, als deelnemers en broeders. Met betrekking tot de wetten van rein en onrein, als ze van invloed zijn op gebruiksvoorwerpen en handen, kunnen we aan de hand van de Geschreven Tora zien dat dit een complex terrein is. De rabbijnen probeerden de wetten in de Tora te begrijpen, de lege plekken (waarvan er veel zijn!) in te vullen en toe te passen in het echte leven. Zelfs vandaag, wanneer een Joodse moeder tegen haar kinderen schreeuwt om hun handen te wassen voor ze eten, is er een directe verbinding met deze wetten uit zowel de Geschreven als de Mondelinge Tora van duizenden jaren geleden. En dit is onderdeel van de glorie van de Tora. De complexiteit ervan houdt het levend en relevant van generatie op generatie.

Leib Reuben
Jeruzalem