Messias Yeshua onderwijst Tenach en Joodse halacha 4 – Yeshua geneest en reinigt van onreinheid

Yeshua geneest en reinigt van onreinheid

 

Na de Bergrede
De menigte, die Yeshua had horen spreken op die Galileese heuvel, was onder de indruk; en dat was alleen nog maar om zijn woorden! Toen Hij zijn spreken had beëindigd stond hij op en liep de heuvel af; en heel veel mensen volgden hem. De lucht moet vol geweest zijn van opwinding, nieuwsgierigheid en verwondering. Wat zou Hij nu doen? Waar ging Hij heen? Hij had gesproken over het Koninkrijk van de Hemel. Hij had gezegd dat het naderde. Stonden ze op het punt om getuigen te zijn van de vervulling van eeuwen van profetische hoop? Misschien, maar niet precies zoals ze verwachtten.
Yeshua ontmoet een melaatse
Matteüs 8:1, “Nadat Hij van de berg was afgedaald, volgden heel veel mensen Hem. 2 Een melaatse kwam naar Hem toe en viel voor Hem neer. Hij zei, Heer, als U wilt, kunt U mij reinigen.” Hoe de melaatse door de menigte gekomen was is op zich al een raadsel, misschien zelfs een wonder. De Tora geeft namelijk strikte instructies aan melaatsen: “De kleren van de melaatse, die door de plaag getroffen is, moeten gescheurd zijn, zijn hoofdhaar moet hij los laten hangen en de bovenlip bedekken en roepen: Onrein, onrein! 46 Zolang hij de plaag heeft, blijft hij onrein; hij is onrein; afgezonderd moet hij wonen, buiten de legerplaats zal zijn verblijf zijn” (Leviticus 13:45). Melaatsheid is één van de eerstegraads bronnen van onreinheid, volgens de Tora. En onreinheid is een erg besmettelijke conditie. De ziekte zelf is al erg genoeg.

 

Vreselijke ziekte
Maar ieder ding dat een melaatse aanraakt, of waar hij of zij op zit of ligt, wordt onrein. En iedere persoon die door een melaatse wordt aangeraakt, zelfs als hij of zij de ziekte niet krijgt, wordt onrein. Een onreine kan niet naar de Tempel gaan, kan geen meel- of brandoffer brengen, kan niet eten van wat op het altaar is geofferd. Hij moet een procedure ondergaan van wassing en reiniging. Als een priester of Leviet onrein zou worden, kan hij niet dienen in de Tempel. Zelfs zijn eten, dat afkomstig van de Tempel en daarom heilig is, kan hij niet eten. Melaatsheid was een vreselijke ziekte. Een melaatse was gedoemd een leven van ellende te leven, zonder hoop op genezing, terwijl zijn lichaam langzaam wegrotte. Zijn aanwezigheid bracht angst in het hart van ieder die ongelukkig genoeg was om zijn pad kruisen.

 

Wonderbaarlijke genezingen
Toch lukte het deze melaatse zich door de menigte te werken en te knielen voor Yeshua. Wat zou Yeshua doen? De scharen verwachtten dat hij aan het begin stond van een heilige missie, dat hij de Tempel zou reinigen, de Romeinen zou verslaan, dat de tijd van de Messias zou beginnen, of iets dergelijks. Wat als hij onrein zou worden? Wat als hij melaats zou worden? Ondenkbaar! Maar Yeshua schokt hen door precies te doen waar ze het meest voor vreesden. “Hij strekte zijn hand uit en raakte hem aan. En Hij zei: Ik wil het, word rein. En terstond werd hij rein van zijn melaatsheid” (Matteüs 8:3). Nu is dit iets wat gewoonlijk niet plaatsvindt. Een wonder! Ik weet niet of er gevallen bekend zijn van melaatsen die spontaan genazen in bijbelse tijden. Er zijn slechts enkele gevallen in de Tenach van melaatsen die op wonderbaarlijke wijze genezen werden. Maar hier, in aanwezigheid van vele getuigen, genas Yeshua deze man. En daardoor bezorgt Hij ons een probleem.

 

Werd Yeshua onrein?
De Tora is duidelijk. Wie een melaatse aanraakt wordt onrein, of hij besmet wordt of niet. Yeshua had hem kunnen genezen door een woord, zoals Hij dat eerder gedaan had en nog vele keren zou doen. Maar Matteüs vertelt ons uitdrukkelijk, dat Yeshua zijn hand uitstak en de melaatse aanraakte. Hij doet niet alleen een wonder; Hij doet ook een uitspraak over hoe Hij onreinheid ziet. Hij gaat de dialoog aan met de wetten in de Tora; en we moeten de betekenis van zijn aanraking proberen te begrijpen. Yeshua laat geen angst blijken voor de onreinheid. Hij is niet bang om onrein te worden. Aan de ene kant hebben we geen enkele vermelding van een geval dat Hij onrein werd en naar een mikwe – een ritueel bad – moest om zich te wassen en weer rein te worden. Dit is niet de enige keer dat hij een onreine persoon aanraakte, of door een onreine persoon werd aangeraakt, zoals we nog zullen zien.

 

De heiligheid en reinheid in Yeshua
Aan de andere kant ben ik er zeker van, dat Hij gewoon was naar het mikwe te gaan, voordat Hij naar de Tempel ging of heilige dingen aanraakte, net als iedereen. Dat was de gewoonte, en als hij dat niet had gedaan zouden wij daarover gehoord hebben van zijn tegenstanders. Nam Hij, door de melaatse aan te raken, de onreinheid over op zichzelf? En nam Hij die daarbij, samen met de ziekte, af van de melaatse? Zo zou je het kunnen zien. Het past bij één aspect van zijn leven: dat Hij onze zonden en ziekten draagt. Maar we horen in dit verhaal niet doorschemeren dat Hij zelf onrein werd. Echter, toen Hij eenmaal de melaatse aangeraakt had, was de melaatsheid genezen en verdwenen. Was er geen onreinheid overgebleven, die van de melaatse op hem kon komen? Of misschien waren de heiligheid en reinheid in Yeshua krachtiger dan de onreinheid, en werden daarom overgedragen in de omgekeerde richting?

 

Getuigenis
In elk geval blijven we achter met het ‘probleem’ van een genezen melaatse. Wat moet er met hem gebeuren? De Tora geeft aanwijzingen voor zo’n geval, hoe zeldzaam het ook is. “De Eeuwige zei tegen Mozes: 2 Dit is de wet voor de melaatse in de tijd van zijn reiniging: hij moet bij de priester gebracht worden. 3 De priester moet buiten de legerplaats gaan. Wanneer de priester hem bekijkt en het blijkt, dat de plaag van melaatsheid genezen is, en is geweken van de melaatse, 4 dan moet de priester gebieden voor hem die gereinigd moet worden, twee levende, reine vogels te nemen, ook cederhout, scharlaken en hysop …” (Leviticus 14:1). En Yeshua zei tegen de melaatse, “… Let er op, dat jij dit aan niemand zegt. Ga naar de priester en laat jezelf zien en offer de gave, die Mozes heeft voorgeschreven, voor hen tot een getuigenis” (Matteüs 8:4). Yeshua werkt in het kader van de Tora. Hij vertelt de melaatse te doen wat de Tora zegt. Hoe kan dat een ‘getuigenis’ voor het volk zijn?

 

Ongeneeslijk en toch genezen
Stel dat je naar een ziekenhuis gaat en vraagt om een onderzoek, om te controleren dat je genezen bent van een ongeneeslijke ziekte. Dat zou een hele commotie veroorzaken! Dit is geen routinezaak. Als de dokters wisten dat je die ziekte had, en ze weten dat er geen genezing mogelijk is, en toch presenteer je jezelf gezond en wel, zullen ze willen weten hoe het gebeurd is. Welke dokter heeft je genezen? Welke wondervoedsel, of geneesmiddel, of behandeling, heeft je genezing mogelijk gemaakt? Dat is zeker een krachtig getuigenis! Matteüs vertelt vervolgens over een aantal ontmoetingen van Yeshua met verscheidene mensen. De meesten hebben een soort van genezing nodig. Ik wil me concentreren op twee andere die specifiek te maken hebben met de Torawetten van onreinheid. Het is belangrijk dat we twee zaken zien: 1. Matteüs geeft ons details die elk incident verbinden met de overeenkomstige wetten in de Tora; en 2. Yeshua handelt in het kader van de Tora, ook al doet Hij dat soms op onverwachte manieren.

 

Yeshua wordt gevraagd een dode op te wekken
In een van de komische films van het Amerikaanse klassieke komieke duo van de tijd rond1940, Abbot en Costello, probeert het tweetal een lijk uit hun hotelkamer te laten verdwijnen. In een hilarische scene haasten ze zich met het lijk door de gangen van het hotel. Abbot, die vindt dat het niet snel genoeg gaat, zegt tegen Costello: “Kom op, geef het een beetje leven!” Waarop Costello antwoordt: “Denk je niet dat zoiets een beetje te veel gevraagd is?” Normaal gesproken zou dat inderdaad teveel gevraagd zijn. Maar dat is precies wat iemand Yeshua durfde te vragen. Ik weet niet of Yeshua al iemand van de dood had opgewekt. Yeshua’s groeiende reputatie was het resultaat van vele succesvolle genezingen van ziekte, zelfs het uitwerpen van demonen. Maar de liefde en wanhoop van een vader maakt hem bereid alles te proberen. En dit was de kans van een bestuurslid van een synagoge, “Terwijl Hij dit tegen hen zei kwam een overste van de synagoge naar hem toe. Hij viel voor Hem neer en zei: Mijn dochter is zo juist gestorven. Kom daarom mee en leg uw hand op haar. Dan zal zij leven” (Matteüs 9:18).

 

Logisch

Behalve de voor de hand liggende vraag of Yeshua zoiets kon doen, zijn er in de Tora diverse kwesties die zijn antwoord zouden moeten bepalen op dit buitensporige verzoek. “Hij die het lijk van enig mens aanraakt, zal zeven dagen onrein zijn. 12 Hij moet zich op de derde dag ermee ontzondigen, en op de zevende dag zal hij rein zijn. Maar als hij zich op de derde dag niet ontzondigt, zal hij op de zevende dag niet rein zijn” (Numeri 19:11). Volgens de Tora is een menselijk lijk de meest krachtige bron van onreinheid, meer nog dan een melaatse. Het aanraken van een lijk veroorzaakt onreinheid die zeven dagen nodig heeft voor reiniging, door middel van een kostbaar proces met offers en wassingen. Daarom zou het logisch zijn te verwachten dat Yeshua zou antwoorden, “Dank u, maar het antwoord is nee. Gaat u zelf, en leg uw eigen hand op haar, en misschien zal ze dan herleven!” Maar Yeshua zegt niets van die aard. Hij zei in feite helemaal niets, “Yeshua stond op en volgde hem, samen met zijn discipelen” (Matteüs 9:19).

 

Genezing onderweg
Matteüs 9:20, “Een vrouw, die reeds twaalf jaren aan bloedvloeiingen leed, kwam van achteren naar hem toe en raakte de kwast van zijn kleed aan. 21Want, zei zij in zichzelf, als ik alleen maar zijn kleed aanraak, zal ik behouden zijn.” Op weg naar het huis van de overste, ontmoet Yeshua nog een persoon die een eerstegraads bron is van onreinheid, volgens de Tora. In dit geval is het een vrouw die al twaalf jaar aan een vaginale bloedvloeiing lijdt. Een man of vrouw die een eerstegraads bron is van onreinheid kan andere mensen en dingen onrein maken door ze aan te raken, of door te liggen of te zitten op iets wat andere mensen of dingen vervolgens aanraken. Mensen die deze graad van onreinheid hebben, ontwijken over het algemeen contact met anderen, in het bijzonder in het openbaar. Niemand zou zijn onreinheid met opzet op een ander willen overbrengen.

 

Onreinheid en de Tempel
Het is geen zonde om onrein te zijn, maar een onrein persoon kan niet naar de Tempel gaan of iets aanraken of eten dat van de Tempel afkomstig is, “Wanneer bij een vrouw lange tijd bloed vloeit, buiten de tijd van haar maandelijkse onreinheid, of wanneer zij langer vloeit dan haar maandelijkse onreinheid, dan zal zij gedurende de hele tijd dat zij vloeit, onrein zijn, zoals in de tijd van haar maandelijkse onreinheid. Zij is onrein. 26 Elk bed waarop zij ligt, zal de hele tijd dat zij vloeit, voor haar zijn als het bed van haar maandelijkse onreinheid. En elk voorwerp waarop zij zit, zal onrein zijn als in de onreinheid van haar maandelijkse onreinheid. 27 Ieder die deze dingen aanraakt, zal onrein zijn en moet zijn kleren wassen, zich baden in water; die zal onrein zijn tot de avond” (Leviticus 15:25). Deze vrouw echter baant niet alleen haar weg door een menigte van mensen, met inbegrip van de discipelen van Yeshua, maar grijpt vervolgens de kwast van zijn kleed.

 

Aanraking
Ze moet hebben geweten dat dit Yeshua’s kleding onrein zou maken; en waarschijnlijk ook hemzelf. Het kledingstuk dat ze aanraakte was niet slechts zijn overhemd of zijn jas, het was de tsietsiet van zijn talliet – een van de kwasten van het vierhoekige kledingstuk dat Joodse mannen moeten dragen om ons te herinneren aan G’ds geboden. Misschien dacht ze dat dit ‘heilige’ kledingstuk meer kracht tot genezing had, of misschien was de bungelende kwast makkelijker te grijpen. Hoe het ook zij, ze raakte het aan. Misschien heeft Yeshua de aanraking of ruk aan zijn tsietsiet gevoeld, misschien niet. Zonder twijfel duwde en drong de hele menigte om hem heen, zoals we zien in het verslag van Markus (5:30-31). Maar hij wist dat er iets was gebeurd.

 

Waar bleef de onreinheid?
En daarom gebeurde het volgende, “Maar Yeshua keerde Zich om, zag haar en zei: Houd moed, dochter, uw geloof heeft u genezen. En de vrouw was vanaf dat ogenblik genezen” (Matteüs 9:22). De daad van geloof en chotspe (vrijmoedigheid) van de vrouw bereikte wat ze had gehoopt. Yeshua verklaarde haar gezond, en ze was genezen. Dit wonder laat ons achter met hetzelfde dilemma als het vorige: wat gebeurde er met de onreinheid? Nam Yeshua haar onreinheid op zich? Of overmeesterde Hij haar onreinheid met zijn reinheid en heiligheid? Ook dit keer onthult het verhaal geen spoor van eventuele complicaties, als gevolg van het feit dat Hij onrein werd. Maar dan staat Hij op het punt een moeilijker probleem tegen te komen.

 

De opwekking uit de dood van een meisje
Toen Yeshua zijn weg vervolgde, kwam hij bij het huis van het bestuurslid, waarin het dode meisje lag. Hij zag dat de familie, de vrienden en de rouwenden al bezig waren met treuren. In die dagen waren er zelfs ‘professionele’ rouwenden, familieleden of dorpelingen die wisten wat te doen, welke gebeden te zingen en op te zeggen, en welke door de gewoonte voorgeschreven rouwgeluiden te maken. Het moet een hele opschudding geweest zijn. “Toen Yeshua in het huis van het bestuurslid was gekomen en de fluitspelers en het misbaar van de mensenmenigte zag, 24 zei Hij: Ga maar weg. Want het meisje is niet gestorven, het slaapt gewoon. Maar men lachte Hem uit” (Matteüs 9:23). Yeshua’s bewering dat het meisje slechts sliep, moet geklonken hebben als zwarte humor. Het moet moeilijk geweest zijn om over te schakelen van treuren op lachen, terwijl Yeshua hen wegstuurde.

 

Aanraking en aanwezigheid
Nu moest Hij een moeilijke beslissing nemen. De Tora zegt dat onreinheid van een menselijk lijk wordt overgedragen niet alleen door aanraking, maar ook door in dezelfde tent te verkeren als het dode lichaam. Een huis staat in deze wet gelijk aan een tent. Door het huis binnen te gaan, neemt Yeshua de ergste vorm van onreinheid op zich, die een proces van zeven dagen nodig heeft om gereinigd te worden, “Dit is de wet, wanneer in een tent iemand gestorven is: ieder die de tent binnengaat en alles wat in de tent is, zal zeven dagen onrein zijn” (Numeri 19:14). Weer toont Yeshua geen angst of bezorgdheid over de onreinheid. Hij gaat het huis binnen, alsof het een gewoon huis is; plus Hij neemt het meisje bij de hand! “Toen de menigte het huis uitgedreven was, ging Hij naar binnen. Hij pakte haar hand en het meisje ontwaakte. Het nieuws hierover verbreidde zich in die hele streek” (Matteüs 9:25-26).

 

De Messias zelf?
Zijn daad gaf leven terug aan het meisje en ze stond op. Misschien was dit de eerste keer dat Hij iemand opwekte van de dood. Zelfs de mensen die hem volgden, in de hoop wonderen te zien, hadden dit waarschijnlijk niet verwacht. Meer dan het wonder van de genezing zelf, werden de genezing van een melaatse en de opwekking van de doden gezien als tekenen van de Messias. Een man die deze dingen kon doen in de naam van G’d en door Zijn kracht zou op zijn minst een profeet moeten zijn; en mogelijk de Messias zelf. Dit is de reden dat de genezing van de melaatse een getuigenis was, door hem vervolgens naar de priester te sturen om te worden onderzocht en zijn offers te brengen. Dit maakte de religieuze leiders attent op de mogelijkheid dat de Messias gekomen was om zich bekend te maken. Voor Israël dat onderdrukt werd door de Romeinen en door zijn eigen corrupte leiders, was dit groot nieuws, dat bijna onmogelijk stilgehouden kon worden.

 

Yeshua, wonderen en de Tora
Na de Bergrede bericht Matteüs over een serie ontmoetingen tussen Yeshua en mensen die lijden aan verschillende soorten aandoeningen. Yeshua geneest hen allemaal, zonder aarzeling en zonder fanfare. Niet al die aandoeningen zijn onderhevig aan wetten in de Tora die het gedrag bepalen van de mensen die eraan lijden. Vaak zijn die genezingen een vertoon van zowel het mededogen als de macht van G’d. Ze zijn praktische bevestigingen van zijn voortdurende aankondiging van de komst van het Koninkrijk van de Hemel. Iedereen kan preken en aankondigen. Maar als iemand dingen begint te doen die niemand anders kan doen, is dat een manier om zijn spreken te bekrachtigen. Deze en andere wonderen en genezingen die Yeshua deed, zetten kracht bij aan zijn bekendmaking dat het Koninkrijk van de Hemel eraan komt. Ze maken het echt.

 

De Messias moet de Tora houden
Als iemand verschijnt die de Messias zou kunnen zijn, moet hij slagen voor een beslissende test, voordat enig ander ‘bewijs’ gewicht in de schaal legt. Hij moet de Tora houden en onderwijzen. Een kandidaat voor Messias die de Tora brak of mensen leerde te breken met de Tora zou onmiddellijk gediskwalificeerd zijn in de ogen van de priesters, de rabbijnen en het volk van Israël. Yeshua zei eerder over de Tora en de Profeten, Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen” (Matteüs 5:17). Duidelijker dan dit kan het niet. Toch hebben christenen bijna vanaf het begin geleerd dat Yeshua gekomen is om ons te verlossen van de ‘last’ of zelfs de ‘vloek’ van de Tora. Hij hield zich eraan zodat wij dat niet meer zouden hoeven doen. Dit is een van de redenen waarom de Joden daadwerkelijk niet in staat waren om Yeshua te overwegen als een mogelijke Messias. Als hij de Tora brak, dan is hij niet de Messias.

 

Wat de Tora wel en niet zegt
Wat we zien in deze verhalen van genezingen, waarbij Torawetten gemoeid zijn, is dat Yeshua opzettelijk handelingen verricht – en Matteüs bericht zorgvuldig de relevante details – die de Torawetten respecteren en ermee in dialoog zijn. De Tora verbiedt niet een melaatse aan te raken, of een huis of tent in te gaan waar een lijk ligt. Zij zegt alleen dat je, als je dat doet, onrein wordt. Maar de Tora houdt zich niet bezig met de mogelijkheid dat iemand een melaatse geneest of een dode tot leven wekt door aanraking. De Tora geeft geen antwoord op de vraag: als de oorzaak van de onreinheid opeens wegvalt, wordt de onreinheid dan nog steeds overgedragen door aanraking, of door andere door de wet gestipuleerde wegen?

 

Yeshua en onreinheid
Werd Yeshua onrein? We weten het niet. Als Hij onrein werd – als Hij de onreinheid van anderen op zich nam – dan ben ik er zeker van dat Hij de in de Tora voorgeschreven reinigingsrituelen in acht genomen zou hebben. Dat was wat Hij tegen Jochanan de Doper zei, toen Hij zichzelf voor onderdompeling aanbood, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen” (Matteüs 3:15). Of verwijderde Hij de bron van onreinheid, terwijl Hij zelf rein bleef? Als dat zo is, was misschien aan de eisen van de Tora voldaan op een manier die de Tora zelf niet voorzien had. Hoe dan ook, het is duidelijk dat zowel Yeshua door zijn daden, als Matteüs in zijn verslag ervan, de Tora bevestigden, in die gevallen waarin zij betrekking had op situaties van genezing.

 

Leib Reuben
Jeruzalem