Messias Yeshua onderwijst Tenach en Joodse Halacha 5 – Yeshua en Sjabbat

Inachtneming van de Sjabbat
Toen Yeshua al lerend door Galilea reisde, het Koninkrijk van de Hemel aankondigend, zieken genas en andere wonderen deed, verspreidde Zijn roem zich als een vuur door het hele land Israël. Hij maakte discipelen, volgelingen, veel vrienden en enige vijanden. Zijn leringen en daden waren geworteld in de liefde voor G’d, de liefde voor de Tora, en liefde voor de mensen en voor het land Israël. Toch was hij op een of andere manier discutabel. Hij was zeker geen vreemde in debatten die oplaaiden in die dagen over allerlei zaken rondom de uitleg van de Tora en de inachtneming van de Tora. Wat waarschijnlijk het meest betwiste onderwerp hierin was, was het in acht nemen van de Sjabbat.

Traditie
De Tora is opmerkelijk onduidelijk over welke soorten werk er op Sjabbat verboden zijn, zelfs al staat op het verrichten van ‘werk’ de doodstraf. Het lijkt er op dat G’d een gat heeft gelaten in de Tora, dat opgevuld diende te worden door leraren en rechters. Hierdoor is er een traditie gegroeid die in veel details voorziet van wat is toegestaan en wat verboden is. Voordat we naar Yeshua’s uitleg over de Sjabbat gaan, is het van belang om kort terug te blikken naar de instructies die we in de Tora ontvangen hebben.

Wetten van de Sjabbat uit de Tenach
De Sjabbat is geheiligd vanuit de week van de Schepping, toen de Eeuwige Zijn schepping in zes dagen verrichtte en op de zevende dag rustte. Daarentegen gaf Hij ons de eerste instructies toen Hij ons manna in de woestijn gaf, voordat we aankwamen bij de berg Sinaï. Er was ons gezegd dat we op vrijdag tweemaal de dagelijkse hoeveelheid manna moesten verzamelen, omdat er niets gegeven zou worden op zaterdag (Exodus 16:22). Daar op de Sinaï werd de wet om de Sjabbat te houden, geheiligd in de Tien Geboden, zie ook Exodus 20:8-9, “Denk aan de Sjabbat dat je die heiligt. Zes dagen zul je werken en al je taken doen. Maar de zevende dag is van de Eeuwige, jullie G’d. Dan mag je geen werk doen.”

Wat is werk?
We zijn verteld dat we geen werk moeten doen op Sjabbat, maar er is geen uitleg over wat ‘werk’ is. Later, nog steeds bij de Sinaï, nadat de instructies voor de bouw van de Misjkan (Tabernakel) waren gegeven, wordt deze wet herhaald, met de waarschuwing dat de schending van de Sjabbat op ‘straffe van de dood’ is. Maar nog steeds is ons niet gezegd wat we onder ‘werk’ moeten verstaan, Jullie moeten de Sjabbat onderhouden, want deze is iets heiligs voor jullie. Wie hem ontheiligt moet zeker er dood worden gebracht. Want ieder die daarop werk verricht zal worden uitgeroeid uit het midden van zijn volksgenoten. Zes dagen mag men arbeiden. Maar op de zevende dag moet er een volledige Sjabbat zijn, geheiligd voor de Eeuwige” (Exodus 31:14-15). Na de episode van het gouden kalf, en voordat we de Misjkan (Tabernakel) bouwden, werd de waarschuwing herhaald. Een detail is toegevoegd – dat we geen vuur mogen ontsteken op Sjabbat, Zes dagen zal werk worden uitgevoerd, maar op de zevende dag moet het voor iedereen een heilige tijd zijn, een volledige Sjabbat voor de Eeuwige. Ieder die daarop werk verricht, zal ter dood worden gebracht. Jullie mogen in geen van je woningen voor ontsteken op Sjabbat” (Exodus 35:2).

Grens van privé naar publiek

Op een andere plek in de Tora staat een voorbeeld van een man die is betrapt op het sprokkelen van hout op Sjabbat. Hij is gedood door steniging (Numeri 15:32-36). Hier wordt niet uitgelegd waarom dit een schending was van de Sjabbat. Een ander detail vinden we in Jeremia, dat je op Sjabbat geen last draagt en die door de poorten van Jeruzalem binnenbrengt. Ook mogen jullie op Sjabbat geen last naar buiten dragen uit jullie huizen of enigerlei werk doen” (Jeremia 17:21). De rabbinale traditie verstaat hieronder dat het verboden is om iets te dragen van het ene terrein naar het andere, dit betekent: het oversteken van een grens tussen private en openbare eigendom, zoals door een poort of een deur gaan. Nehemia 13:15-22 voegt het betreden van de wijnpersen om wijn te maken en kopen en verkopen, toe aan de lijst van verboden werk. Dit is alle informatie die we kunnen vinden in de Tenach om ‘werk’ te definiëren. Aangezien de doodstraf op schending van de Sjabbat staat, is het belangrijk dat wij als mensen begrijpen wat precies verboden is en wat is toegestaan. De details zijn over de jaren heen ingevuld door onze traditie.

 

Wetten van de Sjabbat van de Misjna (Tora-uitleg)
Onze wijsgeren doorzochten de Tenach naar iedere aanwijzing die beschouwd zou kunnen worden als verboden werk. Ze vonden een grote aanwijzing in de tekst waar we al eerder naar keken in Exodus 31 en 35. Aangezien de waarschuwing om de Sjabbat in acht te nemen is herhaald na de instructies om de Misjkan (Tabernakel) te bouwen en nogmaals voor de bouw hiervan begon, begrepen de wijsgeren dat de werkzaamheden die destijds waren verboden, dezelfde werkzaamheden moesten zijn, als die gedaan werden tijdens de bouw van de Misjkan (Tabernakel). De lijst hiervan kan gevonden worden in de Misjna die 39 categorieën bevat van verboden werk. En elke categorie heeft afgeleide categorieën die uiteengezet zijn in de Talmoed.

 

Misjna Sjabbat 7:2
“De voornaamste categorieën van [verboden] werkzaamheden zijn veertig minus één: Zaaien, ploegen, oogsten, schoven binden, dorsen, wannen, sorteren, malen, ziften, kneden, bakken, wol scheren, wol bleken, wol kammen, wol kleuren, spinnen, weven, twee lussen maken, twee draden weven, verdelen van twee draden, binden, ontbinden, twee steken naaien, scheuren met als doel twee steken te naaien, jagen op een hert, het slachten, het afstropen van de huid, het zouten, behandelen van de huid, schrapen van de huid, snijden van de huid, twee letters schrijven, uitwissen met het doel twee letters te schrijven, bouwen, afbreken, vlam uitdoven, vlam ontsteken, slaan met een hamer, iets dragen van de ene naar de andere kant.”

 

Sjwoet
Deze 39 categorieën, en de weinige details in de Tenach, vormen de kaders voor de wetten van de Sjabbat. Vervolgens voegden sommige rabbijnen een andere categorie van activiteiten toe die niet expliciet verboden waren. Maar ze werden afgeraden, omdat ze op werk leken, of ze zouden per ongeluk iemand kunnen aanzetten tot werk. Dit wordt sjwoet genoemd. Het bevat een handeling, zoals het hanteren van gereedschap dat men niet mag gebruiken, of het bespelen van een instrument – omdat een snaar zou kunnen breken en iemand in de verleiding zou kunnen komen om dit te repareren, om een nieuw snaar vast te binden (genoemd in de 39 categorieën hierboven). Een zieke genezen wordt beschouwd als sjwoet zolang het leven van zieke niet in gevaar is. Het is duidelijk dat er verschil in mening was over wat sjwoet is en wat niet.

 

Yeshua’s activiteiten op Sjabbat
Laten we eerst opmerken dat Yeshua nooit beschuldigd is van specifieke schendingen van de Tora of rabbinale verboden. Hij ontstak geen vuur op Sabbat, Hij werkt niet in de timmermanszaak van zijn vader, Hij deed geen zaken. Had hij een van deze dingen gedaan, dan zouden we het zeker gehoord hebben van zijn tegenstanders. Toen mensen vragen stelden over iets wat Yeshua op Sjabbat deed, was er meestal genezing mee gemoeid. Soms genas Hij met een woord, soms met een aanraking. Een keer maakte hij klei van het stof op de grond en gebruikte het om een het gezichtsvermogen van een man te genezen, zie Johannes 9. Dit zijn geen schendingen van een wet in Tenach, noch van een van de 39 categorieën. Zij waren sjwoet, wat afgeraden werd maar niet verboden was.

 

Bewijs uit de Tora
Als Yeshua uitgedaagd werd, kwam Hij meestal met een pleidooi uit de Tora, om aan te tonen dat dit geen schending was. , “Mozes heeft u de besnijdenis gegeven, niet, dat zij van Mozes komt, maar van de vaders. En jullie besnijden een mens op Sjabbat. Als een mens op Sjabbat de besnijdenis ontvangt, op dat de wet van Mozes niet verbroken wordt, zijn jullie dan boos, omdat Ik op Sjabbat een geheel mens gezond heb gemaakt?” (Johannes 7:22-23). Rabbijn Hillel gebruikte ook bewijsgronden uit de Tora om te bewijzen dat het Pesachlam geslacht moest worden op de juiste tijd, zelfs als die tijd op Sjabbat was. In de Jerusalem Talmoed, Pesachim 39a, redeneert hij de hele dag met een vaste groep collega’s, waarbij hij veel argumenten uit de Tora naar voren brengt om zijn punt te bewijzen. Zij accepteerden zijn tegenspraken echter niet. Alleen wanneer hij zei, ‘Dit heb ik geleerd van mijn leraren Sjemaya en Abtalion’ werd zijn standpunt geaccepteerd.

 

Eigen autoriteit
Later in de Misjna periode, na de Bar Kochba Revolte (132-135 gangbare jaartelling) werd dit soort bijbelse tegenspraak meer gewoon en geaccepteerd. In de tijd van Yeshua werden de School van Hillel en Sjammai meer geïnteresseerd in het verstevigen en overleveren van tradities die zij ontvingen van hun voorgangers. Bedenk dat een van de karaktertrekken van Yeshua die de mensen verbaasden was, ‘Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden’ (Mattheus 7:29). Hij was niet bang om uit naam van zichzelf te leren, in plaats van eerdere rabbijnen te citeren. Tijdens een andere gelegenheid gebruikt Yeshua een andere gedachtengang, maar met hetzelfde resultaat, “Hij vertrok van die plaats en ging in hun synagoge. Daar was een mens met een verschrompelde hand. Men legde Hem de vraag voor, of het geoorloofd is op de Sjabbat te genezen, om Hem te kunnen aanklagen. Maar Hij zei tegen hen: Wie zou er onder jullie zijn, die één schaap heeft en die, als dit op een Sjabbat in een put valt, het niet grijpen zal en eruit trekken? Hoeveel gaat een mens een schaap te boven? Dus is het geoorloofd op de Sjabbat goed te doen. Toen zei Hij tegen die mens: Strek uw hand uit. Hij strekte haar uit en zijn hand werd weer gezond, zoals de andere. 14 De Farizeeën gingen weg en spanden tegen Hem samen om Hem om te brengen” (Matteüs 12:9-14).

 

Heiligheid van de Sjabbat
Zijn gedachtengang was zinvol, maar niet acceptabel bij deze groep Farizeeën die Hem in opspraak wilde brengen. Merk op dat Yeshua niet pleit dat het toegestaan is om de Sjabbat te breken, zelfs niet voor genezing. Hij zegt dat genezing is toegestaan. ‘Het is legaal om goed te doen op Sjabbat’. Maar de Sjabbat moet nog steeds gerespecteerd worden. Ik hoorde eens over een christelijke student die voortdurend klaagde tegen de schoolbibliothecaresse, omdat de bibliotheek op zondag dicht was (voor hem was dit de Sjabbat). Hij gebruikte Yeshua’s uitspraak dat iemand zijn schaap uit de put zou redden op Sjabbat, dus waarom niet de ruimte krijgen om in de bibliotheek te studeren? Na diverse pogingen om haar over te halen zei de wijze bibliothecaresse, ‘Jongeman, ik stel voor dat je beter voor je schapen zorgt’. Zelfs als iets sjwoet is en technisch niet verboden is, hoort dit als het mogelijk is gedurende de week gedaan te worden, zodat de heiligheid van de Sjabbat behouden blijft.

 

Kenner van de Tora
Nu nog een ander voorbeeld met een interessante draai. “Hij was bezig te leren in een van de synagogen op Sjabbat. Er was een vrouw, die reeds achttien jaren een geest van zwakheid had en verkromd was en zicht in het geheel niet kon oprichten. Toen Yeshua haar zag, sprak Hij haar toe en zei tegen haar: Vrouw, u bent verlost van uw zwakheid. Hij legde haar de handen op. Direct richtte zij zich op en zij verheerlijkte G’d. Maar de overste van de synagoge nam het kwalijk dat Yeshua op de Sjabbat genas en hij zei tegen de menigte, Zes dagen zijn er, waarop gewerkt moet worden. Kom dàn om u te laten genezen en niet op Sjabbat. Maar Yeshua antwoordde hem en zei: Huichelaars, maakt ieder van jullie niet op Sjabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken? Moest deze vrouw, die een dochter van Avraham is, die de tegenstander achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op Sjabbat?” (Lukas 13:10-16). Het antwoord van de overste van de synagoge op Yeshua’s genezing van deze vrouw was een antwoord van een typische Tora kennende Jood, uit die tijd en van vandaag de dag.

 

Liefde voor dieren en mensen
Yeshua’s pleidooi was deze keer een lastige. Hij zei tegen de mensen dat zij hun os of ezel los maken om hen naar het water te brengen. Nu, een knoop losmaken was een van de 39 categorieën, en dit kon in conflict zijn met Zijn redenering. Verder onderzoek is nodig om te weten of zij inderdaad hun dieren losmaakten op Sjabbat. Waarschijnlijk waren er manieren om een dier vast te binden zonder een knoop te maken. Misschien waren er verschillende manieren van knopen waarvan het niet verboden was als ze los werden gemaakt. Hoe dan ook, niemand heeft daadwerkelijk iets los gemaakt in dit verhaal. Yeshua brengt slechts een voorbeeld naar voren hoe liefdevol de mensen voor dieren waren op Sjabbat en dit ook zouden moeten zijn voor mensen. Hij speelt met de woorden en vergelijkt het losmaken van een dier met het ‘losmaken’ van deze vrouw die ‘(vast)gebonden’ was door ziekte.

 

Graan plukken
Er was in ieder geval één gebeurtenis waar genezing geen rol speelde toen Yeshua ondervraagd werd over het houden van Sjabbat, “Op die dag ging Yeshua op de Sjabbat door de korenvelden. Zijn discipelen kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten. Maar toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tegen Hem: Uw discipelen doen wat men op Sjabbat niet mag doen. Hij zei tegen hen: Hebben jullie niet gelezen wat David gedaan heeft, toen hij en die bij hem waren honger kregen? Hoe hij het huis van G’d binnengegaan is en zij de toonbroden hebben gegeten, waarvan hij nog die met hem waren mochten eten, maar alleen de priesters? Of hebben jullie niet gelezen in de Tora, dat op Sjabbat de priesters in de Tempel de Sjabbat schenden zonder schuldig te zijn? Maar ik zeg jullie: Meer dan de Tempel is hier … Want de Zoon des mensen is heer over de Sjabbat” (Matteüs 12:1-8).

 

Oogsten van graan op Sjabbat
Allereerst, graan plukken en eten tijdens het wandelen door een veld is zeker geoorloofd (Deuteronomium 23:26). Wat verboden is, dat is het oogsten van graan wat niet van jou is. De vraag is, is het toegestaan op Sjabbat? Het afwegen van de Torawetten tegen elkaar om te zien welke zwaarder weegt, is een normaal gebruik in de Misjna en de Tora, juist deze vraagstukken waarbij de Sjabbat betrokken is. Sommige Farizeeën zagen wat de discipelen deden (Yeshua deed dit niet), en zij beschuldigden hen van wat niet toegestaan was op Sjabbat. De enige categorie van de 39 die vragen zou kunnen oproepen is het oogsten. Is het plukken van wat graan en het eten daarvan hetzelfde als oogsten? Aangezien de wet in Deuteronomium onderscheid maakt in plukken en oogsten, zou iemand nog kunnen aandragen dat er een verschil is, ook op Sjabbat.

 

Meer dan de Tempel
Yeshua brengt deze keer geen argument naar voren. Hij citeert een verhaal over David, die samen met zijn mannen naar de Tabernakel kwam, op zoek naar eten. De priester zegt dat hij alleen Toonbroden had, die enkel bedoeld waren voor de priesters om te eten (1 Samuel 21:1-6). De priester zegt dat hij David enkele broden wil geven mits hij en zijn mannen rein zijn. Het brood werd iedere Sjabbat vernieuwd en vervangen door nieuw gebakken brood (Deuteronomium 24:8). Het lijkt er op dat David en zijn mannen ook op Sjabbat kwamen en naar eten zochten. Yeshua gaat door met argumenteren, dat de priesters in de Tempel werk verrichten op Sjabbat wat buiten de Tempel verboden was. Dit is waar en herkend in de rabbijnse literatuur, uitgaande dat de wetten met betrekking tot Sjabbat ‘voor jou’ zijn, maar ‘voor G’d’ dit werk is toegestaan in de Tempel. Vervolgens zegt Yeshua ‘meer is dan de Tempel is hier’.

 

Autoriteit
Suggereert Hij dat hij en zijn discipelen beschouwd moeten worden als hogepriester en andere priesters? En dat waar zij zich bevinden dit de gelijkgesteld kan worden aan de heiligheid van de Tempel? Dit is een buitengewone bewering. Hij maakt zijn argument compleet door te zeggen, ‘Want de Mensenzoon is heer over de Sjabbat’. ‘Zoon des mensen’ kan een Messiaanse titel zijn; het is tevens een gewone uitdrukking die gewoon ‘een persoon’ betekent. In dit geval bedoelde hij het waarschijnlijk als een Messiaanse titel, aangezien hij het zich toe-eigent of betrokken is bij, ‘(iemand) meer dan de Tempel’. Zijn verwijzing naar David die de Toonbroden at, kan betekenen dat Yeshua de Zoon van David is, een andere Messiaanse titel. Deze factoren gaven hem het recht om te zeggen dat Hij ‘de heer over de Sjabbat’ is, wat ik echter niet zou willen aannemen als een goddelijke titel, maar eerder dat Hij enige autoriteit had wat Sjabbat aangaat.

 

Voor de mens
Een andere uitleg van het laatste deel wat we lezen ‘Mensenzoon’, kan betekenen: ‘een persoon’. Met andere woorden, een persoon is de meester van Sjabbat, in plaats van de dienaar hiervan. Het deel dat parallel loopt aan dit verhaal in Markus eindigt met net zo’n uitdrukking. In plaats van ‘Want de Mensenzoon is heer over de Sjabbat’, schrijft Markus, “De Sjabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de Sjabbat” (Markus 2:27). Deze uitdrukking weergalmt de gedachte in een Midrasj (uitleg deel van de Tora) uit het einde van de tweede eeuw, veel later dan Yeshua. De Toratekst roept vragen op, omdat die zegt, Sjabbat is ‘voor jou’, en ergens anders zegt het, het is ‘voor de Eeuwige’, R. Shimon b. Menassia zegt: ‘Je moet de Sjabbat onderhouden, want deze is iets heiligs voor u. Sjemot (Exodus 31:14) – Sjabbat is aan jou gegeven en jij bent niet gegeven aan de Sjabbat” (Mechilta d’Rabbi Yismael 31:2). Yeshua beantwoordt de vraag op dezelfde manier als waarop Rabbi Shimon antwoordde ongeveer 150 jaar later. Ja, het onderhouden van de Sjabbat is een Mitswa (gebod) en dat moeten we doen. Maar ons besef van wat is toegestaan of verboden, moet voortkomen uit een milder uitgangspunt, dat de Sjabbat voor de mens is en niet vice versa.

 

Heeft Yeshua de Sjabbat geschonden?
Op basis van de getuigenissen van de evangeliën heeft Yeshua de wetten in relatie met Sjabbat op geen enkele wijze geschonden. Hij stapte inderdaad het grijze gebied in, daden van genezing die werden beschouwd als sjwoet. Ik geloof dat Hij dat deed omdat dit juist de zaken waren die werden besproken en besloten in Zijn tijd. Ik geloof ook dat Hij de grijze gebieden koos om aandacht te vragen voor wie Hij was, om een kwestie op te wekken in de gedachten van enkele mensen rondom Hem. Als Hij zichzelf ‘heer over de Sjabbat’ noemde op de Messiaanse manier, laat dat natuurlijk zien hoe hoog hij de Sjabbat achtte. Immers, wie zou zichzelf ‘heer’ verklaren van iets wat niet belangrijk is?

 

Geen recht de Sjabbat te breken
Op het zelfde moment bevond Yeshua zich in de tradities van de rabbijnen van zijn tijd. Net zoals Hillel voor hem, verdedigde Yeshua uit de Tora de zaken die hij deed en toegestaan waren op Sjabbat. Hij beweerde niet dat hij het recht had de Sjabbat te breken. Net als bij Hillel werden zijn uitleggingen van de Tora niet ontvangen, omdat de autoriteiten in die tijd voorkeur hadden voor het gezag van Mondelinge Tora, die van eerdere leraren was ontvangen. Echter evenals Hillel, gaf Yeshua de voorkeur aan een milde benadering van de Tora, waarbij Hij het welzijn van de mensen boven de vernauwing van het eerbiedigen plaatste.

 

Leib Reuben
Jeruzalem