Messias Yeshua onderwijst Tenach en Joodse Halacha 6 – Yeshua en de Mondelinge Tora

Introductie
We hebben een gezegde: zeg me wie je vrienden zijn, dan weet ik wie jij bent. Tegenstanders van Yeshua hielden ervan een punt te maken van het feit dat hij tijd doorbracht met belastinginners, prostituees, en andere zondaren. Hij deed dit om hen dichter bij de Tora en de liefde van de Eeuwige te brengen. Het zou ons dan ook kunnen verwonderen dat van alle verschillende Joodse sekten in die tijd, Yeshua meer omgang had met de Farizeeën dan met anderen. Hij at ook bij de Farizeeën en schriftgeleerden.

Schriftgeleerden en Farizeeën en de Mondelinge Tora
Schriftgeleerden en Farizeeën waren de belangrijkste leraren van de Mondelinge Tora. Ze hadden een visie. Zij geloofden dat Israël de bestemming had een ‘koninkrijk van priesters, een heilige natie’ te zijn (Exodus 19:6). Hun visie was de mensen te heiligen door iedere persoon te leren alsof hij een priester was – daarbij was zijn huis zijn tempel, zijn tafel zijn altaar, en zijn voedsel zijn offer. Ze probeerden niet met de Tempel te concurreren of met de levitische priesters, maar alleen hun leringen een weerspiegeling te laten zijn in de levens van de mensen. Ze gaven zorgvuldig hun tienden aan de priesters en de levieten zoals de Tora beveelt. Ze pasten ook de reinigingswetten toe op het gewone, dagelijkse voedsel en de gebruiksvoorwerpen die de mensen in hun huizen gebruikten. Ze waren populair onder de mensen. Ze baden en leerden in de synagogen. Ze werkten in de dorpen en in de steden van Israël. Het was het denkvermogen van de Farizeeën en de mondelinge tradities, die de mensen van Israël de spirituele instrumenten gaven die ze nodig hadden om de vernietiging van de Tempel te overleven.

Mondelinge en Geschreven Tora
Yeshua uitte Zijn opvatting ten opzichte van de Mondelinge Tora eens tijdens een maaltijd met enkele schriftgeleerden en Farizeeën. “Toen de Farizeeën bij Hem samenkwamen met sommige van de schriftgeleerden, die uit Jeruzalem gekomen waren, zagen zij, dat sommige van Zijn discipelen met onreine, dat is ongewassen, handen hun brood aten” (Markus 7:1). Merk op dat alleen een aantal van Zijn discipelen was beschuldigd van het feit dat ze brood aten met ongewassen handen.

Geen gebod in de Tora
De schriftgeleerden en Farizeeën vroegen Hem waarom Zijn discipelen niet leefden volgens de traditie van de oudsten en hun brood aten zonder hun handen te wassen” (7:5). Dat was een eerlijke vraag. Sommige discipelen waren nogal onbehouwen types. Maar er bestaat niet een Toragebod dat je je handen moet wassen voor je gewoon of heilig voedsel nuttigt. Dit is slechts een uiting van een mondelinge traditie.

Wel de traditie, niet de Tora
In plaats van antwoord te geven op hun vragen, vroeg Yeshua hen naar een Mondeling Toragebruik waarmee zij een Torabevel omzeilden. “Hij zei tegen hen: jullie hebben een subtiele manier om het gebod van de Eeuwige aan de kant te schuiven, terwijl jullie vasthouden aan traditie. Mosjee heeft gezegd: Eer je vader en je moeder, en, Hij die kwaad spreekt over zijn vader of moeder, moet sterven. Maar jullie hebben ervan gemaakt: Als je tegen je ouders zegt dat je heel je bezit aan de Eeuwige wilt geven (dit is: korban, dat betekent: geef aan de Eeuwige), dan hoef je je ouders niet meer te verzorgen. Hiermee zeggen jullie eigenlijk dat niemand zich iets van het woord van de Eeuwige hoeft aan te trekken. Maar jullie eisen wel dat iedereen doet wat jullie traditie zegt” (Markus 7:9-13).

De mazen
Hij refereert hiermee aan een gebruik dat gevonden wordt in de Misjna, maar dat uiteindelijk is afgewezen door de geleerden. Volgens sommige rabbijnen kan iemand een ‘gelofte’ doen zoals: ‘Alles van mij dat een voordeel voor jou kan zijn (zolang het op jou van toepassing is) is korban’. Hij gaf zijn bezit niet daadwerkelijk aan de Eeuwige; maar zijn ouders moesten dit wel zo beschouwen. De persoon zelf kon zijn ‘opgedragen’ bezit zelf gebruiken, maar de ouders niet. Sommige autoriteiten beschouwden deze ‘gelofte’ als bindend maar sommige ook niet. Korban (een offer) was een van de sleutelwoorden dat gebruikt werd voor zo’n ‘gelofte’. Dit is een voorbeeld van hoe er met mondelinge tradities gebruik gemaakt werd van ‘de mazen in het net’ binnen de Tora.

Yeshua en Misjna
Bij de woorden ‘u’ en ‘jullie’ vraag ik me af of Yeshua dezelfde mensen aansprak die eerder zijn discipelen bekritiseerden op het niet wassen van handen. Waarschijnlijk had een van hen gedaan, wat de persoon doet in de volgende situatie in de Misjna. Hoewel dit verhaal niet exact overeenkomt met Yeshua’s voorbeeld, lijkt het er wel op.

Misjna Nedarim
Misjna Nedarim 5:6, Het gebeurde dat het aan iemands vader door een gelofte verboden was profijt van hem te hebben. De zoon huwelijkte zijn zoon uit en zei tegen zijn vriend: ‘Het gebruik van de binnenplaats en het feestmaal geef ik aan jou onder de voorwaarde dat mijn vader komt, feest met ons viert en deelneemt aan het feestmaal.’ ‘Als dit echt voor mij is’ zei hij, ‘laat het dan allemaal gewijd worden aan de Hemel.’ De zoon zei: ‘Ik gaf je mijn bezit niet om het aan de Hemel te wijden.’ Hij antwoordde: ‘Jij gaf het aan mij zodat jij en je vader samen kunnen feestvieren en verzoend kunnen worden, terwijl de overtreding en het breken van de belofte mij aangerekend worden.’ Toen de zaak werd voorgelegd aan de geleerden deden zij de volgende uitspraak: iedere gave die niet gewijd kan worden is helemaal geen gave.

Antwoord op de vraag
Hoe kan dit een antwoord zijn op de vraag over de discipelen die hun handen niet wasten voor het eten? Hij gaat verder met zijn uitleg over het wassen van handen en zegt: “Begrijp je niet, dat alles wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik en uiteindelijk het lichaam weer verlaat en wordt weggespoeld?” (Markus 7:18)

Handen wassen
Het wassen van handen was een weloverwogen symbool, gebruikt door de Farizeeën met de bedoeling zich te identificeren met de priesters en de Tempel; maar het was geen Toragebod. Het eten van gewoon voedsel zonder handen te wassen maakt een persoon niet onrein. De School van Hillel was het eens met Yeshua, ook zij wasten hun handen voor het eten. En Yeshua deed dit ook. Hij werd immers aangesproken op het niet wassen van handen. Hij ging niet in tegen mondelinge tradities in het algemeen. Maar iemand die een valse gelofte maakt om te voorkomen dat zijn ouders van zijn voedsel eten, zoals een van zijn tafelgenoten deed, heeft geen respect voor de Tora, of het nu geschreven of mondeling was.

Yeshua bevestigt beide, Mondelinge en Geschreven Tora
Het laatste gedeelte van vers 18, na het uitgaan van het voedsel, is vaak onjuist vertaald als, ‘Hij verklaart al het voedsel rein’, wat de impressie geeft dat Yeshua alle reinigingswetten opgeheven zou hebben en misschien ook de voedselwetten. Maar dit is niet wat de tekst zegt en het is ook niet in lijn met hoe Yeshua de Tora benadert. Hij zegt: “Ik zeg u met nadruk: tot het moment waarop hemel en aarde vergaan, blijft iedere letter, ieder leesteken van de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn” (Matteüs 5:18). Zelfs de leestekens (tagin) gekoppeld aan de letters van de Tora, zullen niet verdwijnen.

Een man zal opstaan
Het is interessant dat de Talmoed de tagin als de basis voor de wetten ziet die later uiteengezet zullen worden. Er is een verhaal van Mosjee die de Berg Sinaï beklimt en de Eeuwige de tagin ziet schrijven naast de letters van de Tora. Verrast vraagt hij waarom de Eeuwige dit doet. De Eeuwige antwoordt hem, ‘Er zal een man opstaan aan het einde van veel generaties, zijn naam is Akiva ben Joseph, die de vele leestekens bij de wetten zal verklaren’ (Talmoed B. Mekanoth 29b). Als dit in de tijd van Yeshua plaatsvond kon hij daarmee bedoeld hebben dat de Mondelinge Tora samen met de Geschreven Tora tot het einde gelden.

Zowel de Mondelinge als de Geschreven Tora
Yeshua wijst de schriftgeleerden en de Farizeeën op een voorbeeld van rechtvaardigheid, een minimum-norm voor het Koninkrijk: “Want ik waarschuw jullie. Als jullie je niet méér houden aan de wetten van de Eeuwige dan de bijbelgeleerden en de Farizeeën, dan komen jullie het Koninkrijk van de hemelen zeker niet binnen” (Matteüs 5:20). De schriftgeleerden en Farizeeën waren in het algemeen geen vijanden van Yeshua; en Yeshua respecteerde zeker zowel de Mondelinge als de Geschreven Tora.

Enkele voorbeelden waarbij Yeshua de Mondelinge Tradities in acht nam
Achteroverleunend (ook wel vertaald als ‘aanliggen’) aan een tafel voor een heilige maaltijd en het zeggen van een zegen voordat je gaat eten is Mondelinge Tora. “Toen het avond geworden was, lag Hij met de twaalf discipelen aan … En terwijl zij aten, nam Yeshua een brood, sprak de zegen uit brak het en gaf het aan de discipelen … En hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die …” (Matteüs 5:20) Vertalingen geven vaak niet het verschil aan tussen achteroverleunen/aanliggen of zitten. Achteroverleunen of aanliggen was een teken, dat een familie of een groep studenten van plan was een gezamenlijke maaltijd te nuttigen, een heilige bijeenkomst.

Bidden als nieuwe traditie Misjna
Berachot 6:6 zegt dat als ze zitten om te eten, spreekt ieder voor zichzelf de zegen uit. Maar als zij achteroverleunen/aanliggen spreekt één persoon de zegen uit voor allen. Het was ook Yeshua’s gewoonte te bidden in de synagoge, “Hij kwam in Nazaret, het dorp waar Hij Zijn jeugd had doorgebracht. Op de Sjabbat ging Hij naar de synagoge, dat was zo Zijn gewoonte” (Lukas 4:16). In die tijd werd er al gebeden tijdens de diensten op Sjabbat. Bidden in de synagoge zoals we ook tegenwoordig doen in de synagoge op Sjabbat, wordt niet teruggevonden in de Tenach; het is een ontwikkeling, die ontstaan is in de tijd na het laatste boek van de Tenach.

Gouden regel
Een ander gebruik van de rabbijnen was het samenvatten van de Tora in één gebod. De ‘gouden regel’ is hier een voorbeeld van. “Behandel anderen zoals u wilt dat zij u behandelen. Dat is in het kort wat Mosjee en de profeten hebben gezegd” (Matteüs 7:12). In de Talmoed (B. Shabbat 31a) staat een soortgelijke lering van Hillel: ‘Een niet-Jood kwam bij Sjammai en zei: Ik zal mij tot u bekeren als u mij de hele Tora leert terwijl u op één been staat.’ Sjammai duwde hem opzij met zijn liniaal. Vervolgens ging de man naar Hillel en Hillel bekeerde hem door te zeggen: Wat niet goed is voor u, is ook niet goed voor uw naaste, dat is de hele Tora. De rest is toelichting, ga en studeer.’

Grootste gebod
Toen een schriftgeleerde aan Yeshua vroeg, Wat is het grootste gebod? citeerde hij het Sjema als antwoord. De tekst komt uit Deuteronomium en is een tekst waar de Joodse traditionele liturgie haar focus op heeft gericht en die bekend staat als ‘Het Sjema’, als deel van het dagelijkse morgen- en avondgebed. Een van de schriftgeleerden … vroeg hem , “Wat is het belangrijkste gebod van allemaal? Yeshua antwoordde, Dat is: Luister Israël, de Eeuwige is onze G’d, de Eeuwige is één. Heb de Eeuwige uw G’d, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht. En het gebod dat daarna komt, is dit: Heb uw naaste net zo lief als uzelf” (Markus 12:28-30; Deuteronomium 6:4-5; Leviticus 19:18).

Sjema
Merk op dat het voordragen van het Sjema in het Judaïsme wordt beschouwd als een handeling van ‘het juk van het Koninkrijk van de hemel op je nemen’. Yeshua gebruikt deze manier van spreken om de schriftgeleerde aan te spreken op zijn wijze antwoord en Hij zegt tegen hem: “U bent niet ver van het Koninkrijk van de Eeuwige” (Markus 12:34).

Kracht, of geld
Ook het feit dat hij twee gedeelten gebruikt – ‘met al je verstand’ en ‘met al je kracht’ – het ene Hebreeuwse woord meodecha, laat zien hij deelneemt aan de actuele discussie over de betekenis van het woord meodecha. Dit woord betekent ‘erg veel’ en het wordt gebruikt als zelfstandig naamwoord in een puzzel. De Misjna worstelt ook met dit woord. De alternatieve vertaling is een slim woord voor spelen, namelijk: ‘en met alles wat je hebt’ (me’odecha) – met al je geld. Het alternatief: ‘Met alles wat je hebt’ – met elke maatstaf (middah) waar je mee meet (moded) waarmee je dank geeft (modeh) aan Hem (me’od) (Misjna Berakhot 9:5).

Dubbele schat
Dit zijn maar enkele voorbeelden die aangeven hoe Yeshua thuis was in de wereld van de Mondelinge Tora. Hij prijst zelfs de bekwaamheid van een schriftgeleerde die een unieke bijdrage levert aan het Koninkrijk van de hemel door te zeggen: “Daarom is iedere schriftgeleerde, die een volgeling geworden is van het Koninkrijk van de hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt. Met andere woorden hij heeft een dubbele schat, de oude schat van Mozes en de profeten én de nieuwe schat van Mij” (Matteüs 13:52).

Yeshua bekritiseert de schriftgeleerden en de Farizeeën
Het is geen geheim dat er spanningen waren tussen Yeshua en enkele schriftgeleerden en Farizeeën. Meestal waren dat slechts discussiepunten over de wet, ‘familiekwesties’, die een normaal onderdeel van de cultuur waren. Uit het verband gehaald lijkt het meer op een boosaardige intelligente ruzie, zoals het er ongelukkig genoeg uitziet in het Nieuwe Testament. Tegen het einde van Zijn leven was er helaas een groeiende spanning tussen hen. Het grootste voorbeeld hiervan is de ‘verkettering’ van Yeshua door de schriftgeleerden en Farizeeën, waarover we kunnen lezen in Matteüs 23. Maar zelfs hier begint Yeshua met de herkenning van hun autoriteit in het leren van de Tora in de synagogen, “De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben zich gezet op de stoel van Mosjee. U moet precies doen wat zij zeggen. Maar hun voorbeeld mag u beslist niet volgen. Ze doen zelf niet wat ze zeggen …” (Matteüs 23:2).

Stoel van Mozes
Sommige synagogen hebben een ‘stoel van Mozes’ voor hun rabbijn of oudsten die geautoriseerd zijn om te leren en te oordelen. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in de synagoge in Chorazin. Hij gaat verder en brengt meerdere schijnheilige zaken naar voren van sommigen van hen in hun manier van het uitvoeren van een aantal wetten, “Al hun werken doen zijn om in het oog te lopen van mensen, want zij maken hun (tefillin) gebedsriemen breed en hun (tsitsiot) gedenkkwasten groot” (Matteüs 23:5).

Yeshua stemt in met gebedsriemen en tsitsiet
Yeshua bekritiseert de Farizeeën en schriftgeleerden vanwege het verbreden van hun gebedsriemen en het vergroten van hun gedenkkwasten om ze zichtbaar te maken, maar Hij heeft geen aanmerkingen dat zij deze dragen. Hij droeg zelf ook de tsitsiet, zoals we zien in Matteüs 9. En het is erg aannemelijk dat hij ook de tefillin droeg. Het dragen van tsitsiet is een Toragebod (Numeri 15:38). Maar hoe ze te binden is uiteengezet door de Mondelinge Tora. Het dragen van tefillin is een Toragebod, “Jullie moeten ‘deze woorden’ tot een teken op je hand binden en het moet voor jullie een voorhoofdsband tussen je ogen zijn” (Deuteronomium 6:8), maar hoe dit te maken is ook uiteengezet door de Mondelinge Tora.

Aansprakelijkheid
De Misjna zegt dat er situaties zijn beschreven, waar de details legaal zwaarder wegen over en boven de Tora. Misjna Sanhedrin 11:3, ‘Een vernauwing van de woorden van de schriftgeleerden boven de woorden van de Tora. Als iemand zegt dat er geen tefillin zijn, en hiermee de woorden van de Tora overtreedt, is hij niet aansprakelijk, (maar als iemand zegt) er zijn vijf (in plaats van vier) voorhoofdsbanden (totafot), dus woorden toevoegt aan de Schriften, is hij wel aansprakelijk.’

Niet iedereen zijn eigen regels
In de nasleep van de vernietiging van Jeruzalem waren het de rabbijnen die de meeste invloed uitoefenden om het Joodse volk te verenigen. Zij stonden niet toe dat iedereen zijn eigen regels maakte. Yeshua zei ook dat de Farizeeën hun tienden zorgvuldig afdroegen. “Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Jullie geven tien procent van wat jullie hebben aan munt en andere kruiden aan de Tempel, maar waar het op aankomt, goedheid, medelijden en trouw, daar houden jullie je niet mee bezig. Jullie moeten het ene doen en het andere niet nalaten” (Matteüs 23:23).

Wee als dreiging
Yeshua zei niet dat zij niet zorgvuldig hun tienden af moesten dragen. Hij zei dat zij dit ‘zouden moeten doen’. Zijn kritiek was dat zij belangrijker geboden negeerden. De betekenis van ‘wee’ moet hier niet te serieus genomen worden. Het is in rabbijnse debatten over Torazaken normaal krachtige taal tegen elkaar te gebruiken.

Tegenstanders in debatten Misjna
Jadajim 4:7, ‘De Sadduceeën zeiden: Wij beschuldigen jullie openlijk, Farizeeën, omdat jullie de stroom puur/heilig verklaren (wanneer vloeistof uit een rein vat in een onrein vat wordt gegoten). De Farizeeën zeiden: Wij beschuldigen jullie openlijk, Sadduceeën, omdat jullie een stroom water puur/heilig verklaren, terwijl deze uit een begraafplaats voortkomt!’ De Sadduceeën en Farizeeën verschilden op diverse gebieden van elkaar, maar ze spraken wel met elkaar, omdat ze belangrijk voor elkaar waren. Ze waren geen vijanden; ze waren tegenstanders van elkaar in debatten. En zo was het ook met Yeshua en de meeste Farizeeën.

Niet gedeeltelijk rein maken
In tegenstelling tot de krachtige toon van Yeshua’s woorden, gaat Hij door met het naar voren brengen van een andere beschuldiging aan het adres van de Farizeeën die het publiek aan het lachen zal hebben gemaakt, “Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! Jullie maken de bekers en schotels van buiten schoon, maar zien niet dat ze van binnen vol beroving en hebzucht zitten. Blinde Farizeeën! Maak eerst de binnenkant van de bekers en borden schoon, dan zal ook de buitenkant schoon worden” (Matteüs 23:25-26). De binnenkant en buitenkant van kopjes en gebruiksvoorwerpen werden als verschillende onderdelen gezien, als het handvat, de steel of de bodem. Een onderdeel kon schoon zijn, terwijl de andere onderdelen niet schoon konden zijn. Maar om een gebruiksvoorwerp te gebruiken moet de binnenkant schoon zijn. De buitenkant schoon maken en de binnenkant niet was erg grappig!

Autoriteiten van de Mondelinge Tora
Maar zelfs nadat Yeshua Zijn beschuldiging had geuit jegens de schriftgeleerden en Farizeeën en ze huichelaars had genoemd, zei Hij “Toch zal ik profeten, wijze mannen en schriftgeleerden naar jullie toesturen…” (Matteüs 23:34). De wijzen en de schriftgeleerden zijn de autoriteiten van de Mondelinge Tora. Het feit dat Yeshua zegt, dat de Eeuwige wijzen en schriftgeleerden naar hen zal zenden, terwijl Hij ernstige kritiek heeft op hen, zegt veel. In principe was Hij niet tegen hun rollen in het Joodse leven. Integendeel, Hij bevestigde hun rollen. Hij verzette zich alleen tegen het voortdurende falen van sommigen die leefden volgens hun eigen leringen.

Conclusie
Van al de verschillende Joden in de tijd van de Tweede Tempel leek Yeshua meer op de Farizeeën dan op een andere groepering. Hij maakte geen ruzie over filosofie met de Hellenisten. Hij maakte geen plannen om zich aan te sluiten bij de Zeloten met het doel de Romeinse regering ten val te brengen. Hij prees de Grieks-Romeinse cultuur niet aan, zoals de Herodianen deden. Hij vertrok niet naar de woestijn om samen met de Essenen een gemeenschap te starten. Nee, hij studeerde en onderwees en debatteerde aangaande de Tora met de Farizeeën en schriftgeleerden. Hij at heilige maaltijden met hen. Hij bad met hen in de synagogen. Hij leefde het Judaïsme na, inclusief de Mondelinge tradities. Inderdaad, Hij was het vaak niet eens met de uitvoering of de uitleg, net zoals zij het oneens met elkaar waren en met elkaar debatteerden. Dit is het karakter van de Mondelinge Tora.

Geen voetnoot
Ik ben niet verrast dat het de Farizeeën en hun opvolgers zijn geweest die de leraren en de bewaarders zijn van wat we nu na 2000 jaar als ‘Judaïsme’ kennen. Vrijwel alle vormen van Judaïsme die vandaag bestaan zijn het gevolg van de leringen en gebruiken van de Farizeeën. Als Yeshua aan een andere groep zou zijn aangehaakt, waren Zijn volgelingen waarschijnlijk met hen uitgestorven en zou Hij alleen een ‘voetnoot’ zijn geweest in de geschiedenis.

Erfdeel
De Eeuwige heeft beide, de Tora en het Evangelie door twee turbulente millennia bewaard om Zijn doel in onze dagen uit te voeren. Vandaag in het land Israël zijn studie en het praktiseren van de Tora in al zijn verschillende variaties – behalve het ontbreken van de Heilige Tempel – niet verschillend van die in de dagen van Yeshua. Dit is de erfenis van de Farizeeën en de Mondelinge Tora die zij hebben onderwezen.

Leib Reuben (Jeruzalem)

Naschrift van de redactie

Rondom de beleving van gelovigen in Yeshua bestaan veel opvattingen. En dan heb ik het niet over mensen die geloven dat de Messias niet gestorven zou zijn en dat je Zijn offer alleen geestelijk zou moeten zien. Of dat Yeshua een broer van satan geweest zou zijn. Of dat er twee Jezussen geweest zouden zijn, waarbij de eerste gestorven is om diens geest in de tweede te laten komen. Ik heb het over nog twee bestaande opvattingen. Een bestaat er, van waaruit mensen vinden dat ze alleen moeten doen wat de Tenach en het Nieuwe Testament zeggen.

Maar besef dat Yeshua Pesach heeft gevierd. En de manier waarop is Mondelinge Tora. Zijn wat meer liberale opvatting over ritueel handen wassen is Mondelinge Tora. Hij deed dat wel, want slechts enkele van Zijn leerlingen deden het niet. En Zijn opvatting over de invulling van Sjabbat vieren is Mondelinge Tora. Vinden, dat vrouwen niet mogen spreken of onderwijs geven in een gemeente is Mondelinge Tora, waarin Paulus het niet met je eens is. Die heeft het over vrouwen die zijn collega’s zijn; en dan heeft hij het over het verkondigen van het Goede Nieuws.

En dan is er de opvatting dat Yeshua niet zou horen bij Joods geloof en dus niet in een Joodse gemeente. Het is door verwerpelijk Christelijk gedrag in de geschiedenis geweest, dat dit gedeeltelijk waar is. Het zou goed zijn daar niet aan mee te doen, door dan ook maar Yeshua te verwerpen. Het moet mogelijk zijn goed gedrag te tonen en daarbij te laten zien dat Yeshua een beter mens van je heeft gemaakt. Laat zien dat Zijn naam werd gebruikt in oudere Siddoeriem

(Joodse gebedenboeken) die met Rosj Hasjana (Israëlische Nieuwjaar) werden gebruikt. Lees en deel met anderen zulke boeken als: Jesus Christ in the Talmud, Midrash, Zohar and the liturgy of the Synagogue, door Gustav Dalman. En: The Jewish Gospels, the story of the Jewish Christ, door Daniel Boyarin (die professor is in Talmoedische cultuur en retoriek aan de Universiteit van Berkeley, Californië). Leer over de in de Talmoed Suka 52A en Sanhedrin 98B genoemde Masjiach Ben Josef – de lijdende Messias – en de Masjiach Ben David – de Messias die als Koning komt en vrede brengt -. Dan laat je het Jodendom intact en G’ds verschijning op aarde als Hij die zich heeft geofferd, blijft ongeschonden. (Lion Erwteman)