Messias Yeshua onderwijst Tenach en Joodse Halacha

Yeshua en Sjabbat, deel 3 (slot)

Graan plukken
Er was in ieder geval één gebeurtenis waar genezing geen rol speelde toen Yeshua ondervraagd werd over het houden van Sjabbat, “Op die dag ging Yeshua op de Sjabbat door de korenvelden. Zijn discipelen kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten. Maar toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tegen Hem: Uw discipelen doen wat men op Sjabbat niet mag doen. Hij zei tegen hen: Hebben jullie niet gelezen wat David gedaan heeft, toen hij en die bij hem waren honger kregen? Hoe hij het huis van G’d binnengegaan is en zij de toonbroden hebben gegeten, waarvan hij nog die met hem waren mochten eten, maar alleen de priesters? Of hebben jullie niet gelezen in de Tora, dat op Sjabbat de priesters in de Tempel de Sjabbat schenden zonder schuldig te zijn? Maar ik zeg jullie: Meer dan de Tempel is hier … Want de Zoon des mensen is heer over de Sjabbat” (Matteüs 12:1-8).

Oogsten van graan op Sjabbat
Allereerst, graan plukken en eten tijdens het wandelen door een veld is zeker geoorloofd (Deuteronomium 23:26). Wat verboden is, dat is het oogsten van graan wat niet van jou is. De vraag is, is het toegestaan op Sjabbat? Het afwegen van de Torawetten tegen elkaar om te zien welke zwaarder weegt, is een normaal gebruik in de Misjna en de Tora, juist deze vraagstukken waarbij de Sjabbat betrokken is. Sommige Farizeeën zagen wat de discipelen deden (Yeshua deed dit niet), en zij beschuldigden hen van wat niet toegestaan was op Sjabbat. De enige categorie van de 39 die vragen zou kunnen oproepen is het oogsten. Is het plukken van wat graan en het eten daarvan hetzelfde als oogsten? Aangezien de wet in Deuteronomium onderscheid maakt in plukken en oogsten, zou iemand nog kunnen aandragen dat er een verschil is, ook op Sjabbat.

Meer dan de Tempel
Yeshua brengt deze keer geen argument naar voren. Hij citeert een verhaal over David, die samen met zijn mannen naar de Tabernakel kwam, op zoek naar eten. De priester zegt dat hij alleen Toonbroden had, die enkel bedoeld waren voor de priesters om te eten (1 Samuel 21:1-6). De priester zegt dat hij David enkele broden wil geven mits hij en zijn mannen rein zijn. Het brood werd iedere Sjabbat vernieuwd en vervangen door nieuw gebakken brood (Deuteronomium 24:8). Het lijkt er op dat David en zijn mannen ook op Sjabbat kwamen en naar eten zochten. Yeshua gaat door met argumenteren, dat de priesters in de Tempel werk verrichten op Sjabbat wat buiten de Tempel verboden was. Dit is waar en herkend in de rabbijnse literatuur, uitgaande dat de wetten met betrekking tot Sjabbat ‘voor jou’ zijn, maar ‘voor G’d’ dit werk is toegestaan in de Tempel. Vervolgens zegt Yeshua ‘meer is dan de Tempel is hier’.

Autoriteit
Suggereert Hij dat hij en zijn discipelen beschouwd moeten worden als hogepriester en andere priesters? En dat waar zij zich bevinden dit de gelijkgesteld kan worden aan de heiligheid van de Tempel? Dit is een buitengewone bewering. Hij maakt zijn argument compleet door te zeggen, ‘Want de Mensenzoon is heer over de Sjabbat’. ‘Zoon des mensen’ kan een Messiaanse titel zijn; het is tevens een gewone uitdrukking die gewoon ‘een persoon’ betekent. In dit geval bedoelde hij het waarschijnlijk als een Messiaanse titel, aangezien hij het zich toe-eigent of betrokken is bij, ‘(iemand) meer dan de Tempel’. Zijn verwijzing naar David die de Toonbroden at, kan betekenen dat Yeshua de Zoon van David is, een andere Messiaanse titel. Deze factoren gaven hem het recht om te zeggen dat Hij ‘de heer over de Sjabbat’ is, wat ik echter niet zou willen aannemen als een goddelijke titel, maar eerder dat Hij enige autoriteit had wat Sjabbat aangaat.

Voor de mens
Een andere uitleg van het laatste deel wat we lezen ‘Mensenzoon’, kan betekenen: ‘een persoon’. Met andere woorden, een persoon is de meester van Sjabbat, in plaats van de dienaar hiervan. Het deel dat parallel loopt aan dit verhaal in Markus eindigt met net zo’n uitdrukking. In plaats van ‘Want de Mensenzoon is heer over de Sjabbat’, schrijft Markus, “De Sjabbat is gemaakt om de mens, niet de mens om de Sjabbat” (Markus 2:27). Deze uitdrukking weergalmt de gedachte in een Midrasj (uitleg deel van de Tora) uit het einde van de tweede eeuw, veel later dan Yeshua. De Toratekst roept vragen op, omdat die zegt, Sjabbat is ‘voor jou’, en ergens anders zegt het, het is ‘voor de Eeuwige’, R. Shimon b. Menassia zegt: ‘Je moet de Sjabbat onderhouden, want deze is iets heiligs voor u. Sjemot (Exodus 31:14) – Sjabbat is aan jou gegeven en jij bent niet gegeven aan de Sjabbat” (Mechilta d’Rabbi Yismael 31:2). Yeshua beantwoordt de vraag op dezelfde manier als waarop Rabbi Shimon antwoordde ongeveer 150 jaar later. Ja, het onderhouden van de Sjabbat is een Mitswa (gebod) en dat moeten we doen. Maar ons besef van wat is toegestaan of verboden, moet voortkomen uit een milder uitgangspunt, dat de Sjabbat voor de mens is en niet vice versa.

Heeft Yeshua de Sjabbat geschonden?
Op basis van de getuigenissen van de evangeliën heeft Yeshua de wetten in relatie met Sjabbat op geen enkele wijze geschonden. Hij stapte inderdaad het grijze gebied in, daden van genezing die werden beschouwd als sjwoet. Ik geloof dat Hij dat deed omdat dit juist de zaken waren die werden besproken en besloten in Zijn tijd. Ik geloof ook dat Hij de grijze gebieden koos om aandacht te vragen voor wie Hij was, om een kwestie op te wekken in de gedachten van enkele mensen rondom Hem. Als Hij zichzelf ‘heer over de Sjabbat’ noemde op de Messiaanse manier, laat dat natuurlijk zien hoe hoog hij de Sjabbat achtte. Immers, wie zou zichzelf ‘heer’ verklaren van iets wat niet belangrijk is?

Geen recht de Sjabbat te breken
Op het zelfde moment bevond Yeshua zich in de tradities van de rabbijnen van zijn tijd. Net zoals Hillel voor hem, verdedigde Yeshua uit de Tora de zaken die hij deed en toegestaan waren op Sjabbat. Hij beweerde niet dat hij het recht had de Sjabbat te breken. Net als bij Hillel werden zijn uitleggingen van de Tora niet ontvangen, omdat de autoriteiten in die tijd voorkeur hadden voor het gezag van Mondelinge Tora, die van eerdere leraren was ontvangen. Echter evenals Hillel, gaf Yeshua de voorkeur aan een milde benadering van de Tora, waarbij Hij het welzijn van de mensen boven de vernauwing van het eerbiedigen plaatste.

Leib Reuben
Jeruzalem