Niet alleen Sjabbat

In Sjemot 16:23 (Exodus) worden we geconfronteerd met de Sjabbat. Nog voordat deze hemelse instelling als een gebod wordt uitgevaardigd in Aseret Hadibrot (de Tien Woorden of Geboden) vinden we hier een duidelijke aanwijzing. En hoe belangrijk het je houden aan de Sjabbat is moge blijken uit bijvoorbeeld een tekst als Bamidbar 15:32-36 (Numeri in de Nederlandse vertaling), waarin staat dat iemand die betrapt werd op het verbreken van de Sjabbat, ter dood werd gebracht door steniging.

Van gelovigen uit de volken zal ook worden gevraagd om de Sjabbat te houden. We kunnen dit letterlijk lezen in de woorden van Jesjajahoe hanavie, de Joodse profeet Jesaja, in hoofdstuk 56, verzen 6 en 7. En als er geen geboden, zoals die van de Romeinse keizer Constantijn de Grote, waren geweest, hadden christenen nu ook de Sjabbat gehouden en geëerd. Zoals het Jodendom dit nu doet, waaronder Yeshua (Jezus), zoals we kunnen lezen in bijv. Lukas 13:10, Yeshua gaf onderwijs op de Sjabbat in een van de synagogen.”

Nu is de Sjabbat slechts een van de 613 geboden in de Tenach (door sommigen Oude Testament genaamd). Onze profeten hebben ons opgedragen om onszelf koninklijk te gedragen. En dat is niet gegarandeerd door het onderhouden van de Sjabbat alleen. Hierbij een aantal teksten uit de Tenach die de nadruk leggen op ons gedrag. Maar let goed op: wanneer een profeet zegt dat het beter is om ons goed te gedragen dan slachtoffers te brengen, bedoelt hij niet dat het brengen van slachtoffers “vervuld” zou zijn. We moeten het ene doen en het andere niet laten.

 

Teksten

Psalm 51:16-19, “Red mij van bloedschuld, Eeuwige, G’d van mijn redding. Laat mij over Uw gerechtigheid jubelen; Eeuwige, open mijn lippen, opdat mijn mond uw lof verkondigt. Want U heeft geen behagen in slachtoffers, dat ik die brengen zou; aan brandoffers heeft U geen welgevallen. De offeranden van G’d zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht U niet, o G’d.”

1 Samuel 15:22, “Samuel zei: Heeft de Eeuwige net zo welgevallen aan brandoffers en slachtoffers, als aan luisteren naar de stem van de Eeuwige? Gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren is beter dan het vette van de rammen.”

Jesaja 1:11-17, “Tot wat dient Mij de veelheid van jullie slachtoffers? zegt de Eeuwige. Oververzadigd ben Ik van de brandoffers van rammen en het vet van mestkalveren. Aan het bloed van stieren, schapen en bokken heb Ik geen plezier, wanneer jullie komen om voor Mij te verschijnen. Wie heeft van jullie verlangd mijn voorhoven plat te lopen? Ga niet door met huichelachtige offers te brengen; gruwelijk reukwerk is het voor Mij; nieuwe maan en Sjabbat, het bijeenroepen van samenkomsten. Ik verdraag het niet. Onrecht met feestelijke vergadering. Jullie nieuwemaansdagen en feesten haat Ik met heel mijn ziel, zij zijn Mij een last. Ik ben moe ze te verdragen. Wanneer jullie je handen heffen verberg Ik mijn ogen voor jullie. Zelfs wanneer jullie het gebed laten toenemen, luister Ik niet. Jullie handen zijn vol bloed. Was je, reinig je, doe je slechte daden uit mijn ogen weg. Houd op verkeerd te doen. Leer om goed te doen, streef naar rechtvaardigheid, houd de gewelddadige in toom, doe recht aan de wees, verdedig de rechtszaak van de weduwe.”

Psalm 50:8-15, “Niet om jullie offers berisp Ik jullie. Jullie brandoffers zijn voortdurend voor Mij. Ik neem uit jullie huis geen stier, geen bokken uit uw kooien, want ik bezit al het gedierte van het woud, het vee op bergen, rijk aan runderen. Ik ken alle vogels van de bergen. Wat beweegt op het veld staat Mij ter beschikking. Als Ik honger had, zou Ik het jullie niet zeggen, want Ik bezit de wereld en haar volheid. Eet Ik soms stierenvlees, of drink Ik bokkenbloed? Breng lofprijzing als offer aan de Eeuwige en betaal de Allerhoogste je beloften. Roep Mij aan op de dag van benauwdheid, Ik zal jullie redden. Jullie zullen Mij eren. Sela.”

Spreuken 21:3, “Gerechtigheid en recht doen is welgevalliger voor de Eeuwige dan offers.”

Hosea 6:6, “Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van G’d en niet in brandoffers.”

Micha 6:6-8, “Waarmee zal ik de Eeuwige tegemoet treden en mij buigen voor G’d in de hemel? Zal ik Hem tegemoet treden met brandoffers, met eenjarige kalveren? Zal de Eeuwige plezier hebben aan duizenden rammen, aan tienduizenden oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht van mijn schoot voor de zonde van mijn ziel? Hij heeft aan jou bekendgemaakt, mens, wat goed is en wat de Eeuwige van je vraagt: niet anders dan recht te doen en trouw lief te hebben, en om ootmoedig te wandelen met jouw G’d.”

Het is mijn wens dat we méér zullen gaan doen dan wat de Eeuwige aan opdrachten geeft, méér gaan doen dan wat Hij van ons vraagt. En dat er meer Messiasbelijdende Joodse gemeenten mogen komen in Nederland die alle zaken van de Tenach in praktijk trachten te brengen.