Omer tellen is bijbels

Volgens de Bijbel moeten we Omer tellen. In Leviticus lezen we: Dan moet je gaan tellen, vanaf de dag na de Sjabbat, de dag waarop je de graanschoof voor het beweegoffer hebt gebracht. Het moeten zeven volle weken zijn (hoofdstuk 23 vers 15). Omer tellen houdt onder meer in: uitkijken naar de vijfstigste dag na Pesach. Want dan herdenken we dat de Eeuwige de Tora (wet) heeft gegeven aan Israël. Het is dan namelijk Wekenfeest (ook wel Pinksteren genoemd, vanwege de 50 dagen tellen). Telt u mee? Want als we meetellen tellen we mee.

Bracha voor elke telling:
Geprezen bent U, Eeuwige, onze G’d, Koning voor Eeuwig, U die ons heeft geheiligd door Zijn geboden en die ons het tellen van de Omer heeft opgedragen.
Baroech Ata Adonai, Elohenoe Melech ha-olam, asjer kid’sjanoe b’mitswotav, w’tsiwanoe al s’firat haomer. (zie Siddoer voor de Hebreeuwse tekst)

Beracha na elke telling:
Dat de Barmhartige de tempeldienst weer op de daarvoor bestemde plaats zal herstellen. Moge het Uw wil zijn, Eeuwige onze G’d en G’d van onze voorouders, dat de Tempel spoedig in onze dagen herbouwd wordt, dat U ons deelgenoot van Uw Tora zult maken en dat wij U daar met ontzag kunnen dienen, zoals in de dagen van weleer en in vroegere jaren.
Harachaman jachazier awodat beit hamikdasj limkoma. J’hie ratzon milfanecha Adonai Elohenoe w’Elohee awotenoe, shejibanee, beit hamikdasj wimhera w’jamenoe, w’teen chelkenoe b’toratecha w’sjam na’awadcha b’jir’a, kiemee olam, oechsjaniem kadmoniejot. (zie Siddoer voor de Hebreeuwse tekst)

Terug naar homepage