Onheilige acties, heilige oplossingen

Deze week is de leesportie van de Tora erg praktisch: Hasjem laat zien hoe aards ons geloof hoort te zijn. Veel aspecten van het leven komen in deze sectie aan bod, zoals: wat te doen met een ongehoorzame zoon, verloren bezit, welke kleren wel en niet gedragen mogen worden, huwelijksproblematiek, wie wel en wie niet de heilige gemeente mogen binnengaan, hoe het kamp moet worden schoongehouden, prostitutie, rente, sja’atnez, landbouw en het bezit van buren, en het zwagerhuwelijk. Een speciaal deel van deze sectie wordt besteed aan het wegvagen van de herinnering aan Amalek, de aartsvijand van Israël.

De portie begint met de soldaat die uitgaat om de vijand te bevechten. Dan ontmoet hij een vrouw die hem aanstaat. Het is een bekend feit dat soldaten in oorlogstijd meer geneigd zijn om toe te geven aan hun passies dan in andere seizoenen van hun leven. Wellicht dat doodsmacht hier een rol in speelt. Zij menen het recht te hebben om te doen, te nemen, te zeggen en te doden wat en wie zij willen op bepaalde momenten. Tenslotte zijn zij zielig want zij moeten in een rechtvaardige oorlog vechten. In dit alles kan het zijn dat de soldaat zich zelfs niet bewust is van zijn jetser hara, zijn slechte neigingen, die hem in deze situatie beheersen. Zo kan het zijn dat een soldaat op het punt komt dat hij de vrouw molesteert en verkracht.

Daarom zegt Hasjem in Zijn Tora hoe zulke soldaten zich behoren te gedragen. De Tora geeft een uitweg aan de hitsige soldaat om zijn verlangen te bevredigen. Op die manier zal dat afkoelen, voordat het meer schade veroorzaakt. De soldaat moet de vrouw door een proces van aanpassing laten gaan, waar hij tevens zelf doorheen gaat, om een nieuwe situatie binnen te gaan. Hij moet haar in zijn huis brengen, haar hoofd scheren, haar nagels knippen en haar kleding van krijgsgevangenschap vervangen. Ze krijgt een maand de gelegenheid om haar ouders te bewenen. Daarna kan hij haar trouwen. Nooit heeft hij de vrijheid om haar als slavin te verkopen. Goddelijke bescherming in het goddelijke Boek.

In ons dagelijkse leven vinden situaties zoals deze vaak plaats. Iemand gaat op weg om een verkeerde situatie te bevechten en gedurende het proces doet hij of zij meer schade dan de persoon die het middelpunt van de reactie vormt. Bijvoorbeeld: je denkt dat iemand je afsnijdt in een verkeerssituatie. Nu meen je het recht te hebben om terug te vechten. Je kwade neigingen komen omhoog; je wordt veel bozer dan nodig is en je gaat dingen doen, zoals afsnijden en het opsteken van je middelvinger, om te laten zien hoe verkeerd de persoon is. Of je schreeuwt nare dingen door je autoraampje. Je denkt dat je een rechtvaardige oorlog voert; onrecht dient te worden gestraft. En jij blijkt de rechtvaardige rechter te zijn.

In andere situaties hebben we iets slechts over iemand gehoord. De Tora heeft het over roddelen in deze sectie, in hoofdstuk 24. Je meent dat je het onrecht bestrijdt door de persoon of de situatie waarover werd gelasterd te veroordelen. De roddelaars vergeten hoe ze met hun leven spelen wanneer ze iemand belasteren. “Laat een kwaadspreker niet in leven blijven” zegt Psalm 140. Het Beriet Chadasja (Nieuwe Testament) zegt het zo: “Bedrieg jezelf niet: … kwaadsprekers … zullen het Koninkrijk van G’d niet beërven” (1 Korinte 6:10).

De soldaat moet goed zorgdragen voor de vrouw die hij wil hebben. Hij dient een goddelijk recept te volgen om zijn slechte neigingen onder controle te houden. Wellicht dat wij bereid zouden zijn om een manier te bedenken om onze eigen slechte neigingen te beheersen, wanneer we denken het recht te hebben die van anderen te bevechten. Hij die elk recht had om onze slechte neigingen te bevechten heeft zichzelf voor ons geofferd. Met het doel om veranderde mensen van ons te maken. Goddelijk offer verricht door de goddelijke Messias van Israël, Yeshua.