Over Soekot

Over Soekot

In Wajikra, Leviticus 34:42-43 wordt van ons gevraagd om Soekot, het Loofhuttenfeest, te vieren. Het is de tijd, waarin Israël G’d bidt en smeekt om hemelwater voor de oogst. Een speciaal wateroffer werd, sinds jaar en dag en nog net zo in de tijd van Yeshua, vanaf de bron van Sjiloach ( Siloam) door de Waterpoort de stad Jeroesjalajiem (Jeruzalem) binnengedragen. Het was een offer om de Almachtige regen af te smeken. Al sinds de profeten speelt de Eeuwige in op de geestelijke betekenis van droogte. Jesjajahoe (Jesaja) zegt, “O alle dorstigen, kom naar het water” (Jes.55:1). En de psalmdichter roept uit, “Zoals een hinde die naar waterbeken smacht, zo smacht mijn ziel naar U, o G’d” (Psalm 42:2). Soekot is een waterfeest, een oogstfeest, het laatste van de drie pelgrimfeesten en een vreugdefeest.

Het is tevens een feest dat ons confronteert met onze afhankelijkheid van de Almachtige. Dit gebeurt met name door de opdracht om een soeka (loofhut) te bouwen. We beginnen de bouw van de loofhut vaak al voor Grote Verzoendag, want vijf dagen na die Grote Dag is het al Loofhuttenfeest. U kunt een loofhut in de tuin bouwen, maar ook op een balkon of zelfs in een bovenkamer met een dakraam, zodat je vanuit de hut, door het dak naar de lucht kunt kijken. Dat is namelijk het halachische voorschrift: het dak moet open genoeg zijn om de lucht te kunnen zien en tegelijk zo bedekt met takken, dat die schaduw geven (bedekking tegen regen is jammer genoeg niet mogelijk!). Men richt eerst de wanden op, daarna wordt het dak er op geplaatst. De muren kunnen van elk materiaal worden gemaakt. Er zijn loofhutten, waarvan de wanden de muren van een huiskamer zijn. Het dak is dan, soms mechanisch, te openen, waardoor het dak functioneel wordt. Boomtakken, repen hout, stro en dergelijke zijn geschikt als bouwmateriaal. Planken zijn niet toegestaan. De bladeren aan de takken mogen niet te snel afvallen.

Aan de binnenkant wordt de soeka versierd met vruchten. In ons land is het te koud om in de hut te slapen, maar er eten is een verplichting en, zo kan ik u uit ervaring zeggen, een vreugde. Het breekbare van de hut is een teken van onze eigen breekbaarheid en afhankelijkheid. Het laat zien dat we een zwervend bestaan op aarde hebben. Soekot is dan ook één van de pelgrimsfeesten, naast Pesach en Sjawoe’ot (Wekenfeest). De hut toont tevens onze kwetsbaarheid en onze behoefte aan koestering en bescherming. Boeiend is dat zowel de eerste als de tweede Tempel op Soekot werden ingewijd, evenals de gemeente Beth Yeshua, op Soekot in 1991!

Op Soekot draagt iedereen een loelav naar de synagoge, behalve op Sjabbat. Een loelav is een bundel van takken, bestaande uit één palmtak (letterlijk: loelav), twee wilgetakken (aravot) en drie myrtetakken (hadassot), plus een etrog, een citroenvormige citrusvrucht, zoals beschreven in Wajikra, Lev.23:40. De takken worden tezamen gebonden (op Erev Soekot) en vastgehouden in de rechterhand, terwijl de vrucht apart daarvan wordt vastgehouden in de linkerhand. Tijdens de beracha voor het loelav zwaaien brengt men de beide handen tezamen, waarbij de etrog vlakbij je hart komt. De plaats waar de etrog met zijn steeltje (okets) aan de boom heeft gezeten houdt men omhoog, tot na de beracha. Voordat men begint te wuiven (na’anoe’iem), draait men de etrog om, zodat het steeltje onder is. De pitma, een kleine uitgroeiing die tegenover het steeltje is, zit dan boven.

Het zwaaien is een wuifgebed naar de Almachtige, waarbij je om water smeekt. Zoals de etrog, net als alle andere soorten fruit, water nodig heeft, zoals palmtakken in valleien groeien waar een overvloed aan water is en zoals mirte en wilgen aan water groeien, zo laten we de G’d die ons geeft wat we nodig hebben, weten dat ook wij water willen. De loelav wordt naar alle windrichtingen gezwaaid en dan ook naar boven, hemelwaarts en naar beneden, richting de aarde. Zo heeft de hele wereld water nodig en zo zal bovendien de aarde eens vol worden van de kennis van de heerlijkheid van de Almachtige, zoals de wateren die de bodem der zee bedekken (Habakuk 2:14).

Er zijn verschillende opvattingen over de betekenis van de vier componenten waaruit de loelav bestaat. Een daarvan is dat de vier componenten betrekking hebben op vier soorten mensen:
1. zij die “lekker ruiken en smaken”, die Tora leren en ook onderwijzen, de etrog;
2. zij die “lekker smaken”, die Tora leren, maar niet onderwijzen, de palmtak;
3. zij die “lekker ruiken”, die Tora onderwijzen, maar niet verder leren, de mirtetakken;
4. zij die “niet lekker ruiken, noch zo smaken”, zij die geen Tora leren en er ook niet uit onderwijzen, de wilgetakken.
Het zwaaien is een gebed tot eenheid van die vier groepen. G’d heeft allen lief, die Hem liefhebben.

Een ander beeld krijgen we, wanneer we de loelav op onszelf betrekken:
1. de etrog staat voor ons hart, ons begrip en onze wijsheid;
2. loelav, onze ruggegraat, onze oprechtheid;
3. mirte, onze ogen, ons onderscheidingsvermogen;
4. wilg, onze lippen, onze taal en ons gebed.
Het wuiven is dan een gebed om deze vier gebieden in onszelf te laten groeien onder de kundige handen van onze Schepper en Opperherder.
In de Mishna Soeka 37b staat over het in de vier richtingen wuiven geschreven: “De vier windrichtingen wijzen ons op G’d, die de vier richtingen in zijn bezit heeft en de loelav wordt op en neer gewuifd tot eer van hem, tot wie de hemel en de aarde behoren.” De zegen over de loelav bestaat uit diverse onderdelen. Eerst wordt zonder de etrog gebeden:
Baroech Ata Adonai, Elohenoe melech ha’olam, asjer kid’sjanoe bemitswotav, w’tsiwanoe al n’tilat loelav.
Gezegend bent U, Eeuwige, onze G’d, koning voor eeuwig, U die ons heeft geheiligd door Zijn geboden en die ons heeft opgedragen de loelav op te nemen.

Op  de eerste avond:
Baroech Ata Adonai, Elohenoe melech ha’olam, sjehechejanoe w’kiejmanoe w’higianoe lazman hazee.
Gezegend bent U, Eeuwige onze G’d, koning voor eeuwig, U die ons leven heeft geschonken, ons heeft ondersteund en ons tot dit ogenblik heeft geleid.

En dan, voor het wuiven plaatsvindt:
Baroech Ata Adonai, Elohenoe melech ha’olam, asjer kid’sjanoe bemitswotav, asjer bisjmo notliem anachnoe loelav.
Gezegend bent U, Eeuwige onze G’d, koning voor eeuwig, U die ons heeft geheiligd door Zijn geboden, in wiens naam wij de loelav wuiven.

Dit betrekken van ons als individu, maar tevens van de hele mensheid, bij Soekot is ook te zien in Zacharia 14, waar staat dat alle volken zullen opgaan naar Jeruzalem om daar dit zelfde Loofhuttenfeest te vieren. Het werd reeds aangegeven in Num.29:13-34, waar het offer van de zeventig stieren wordt verlangd. Zeventig is het getal van de volken, dat volgens de traditie zeventig bedraagt. Volgens Exod.1:5 bedraagt het aantal afstammelingen van Ja’akov, Jakob, zeventig. Op Soekot wordt de loelav, tezamen met een Torarol, de eerste zes dagen eenmaal rondgedragen, om de biema heen, waar de Torarollen altijd op worden gelegd om uit te lezen.

Op de zevende en laatste dag, Hosjeana Rabba, de dag waarop vele malen Hosjeana (“Ontferm U over ons”) wordt gezongen, worden Tora en loelav zevenmaal (hakafot) rondgedragen. Het getal zeven, dat zich in dit feest steeds weer laat zien, staat onder meer voor zondoffer ((Lev.4:6) en voor het reinigen en heiligen van het altaar (Lev.8:11). Het staat voor genezing (Lev.14:7) en verzoening op Grote Verzoendag (Lev.16:14). Het staat voor overwinning (Jozua 6:4) en lofprijzing (Ps.119:164). Het staat voor vallen en weer opstaan (Pred.24:16) en elkaar vergeven wanneer daar reden voor is. (Lukas 17:4).
Soekot is dus een waterfeest en het maakt ons weer bewust van onze Bron. De Bijbel noemt hierbij een ander soort van water scheppen, namelijk het water uit de bronnen van het Heil, de fonteinen des Heils (Jes.12:3). Dat woord ‘Heil’ is in het Hebreeuws ‘Yeshuah’, de naam van onze Messias, die ons Zelf opriep om, als we dorst hebben, te komen tot Hem. Wat er dan gebeurt is dat we G’ds Roe’ach haKodesj, Heilige Geest, laten werken door ons heen naar anderen toe (Joh.7:37-8).

Soekot is een feest om je bewust te zijn, of worden, van je dorst. En om opnieuw of hernieuwd, de bron van Levend Water te vinden. De Bijbel verbindt water met Roe’ach Hakodesj, de Heilige Geest, zie Jes.44:3, “Want Ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge; Ik zal mijn Geest uitgieten op uw nakroost en mijn zegen op uw nakomelingen.” Yeshua speelt daar op in, wanneer Hij op het Loofhuttenfeest uitroept, “En op de laatste, de grote dag van het feest [Loofhuttenfeest, zie vers 2], stond Yeshua en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, laat hem naar Mij toekomen en drinken! Wanneer iemand in Mij gelooft zullen er stromen van levend water uit zijn binnenste vloeien, zoals de Tenach zegt” (Joh.7:37-38).

We worden opgeroepen om dit feest te vieren in Jeruzalem, waar eens, spoedig, G’ds Koninkrijk gevestigd zal zijn en Yeshua als Koning op aarde (Zach.14:16) zal regeren. Het nieuwe Jeruzalem zal dan bewoond zijn (Openb.21:16) en G’d kan terugkijken op een heilswerk, door Zijn Zoon en Zijn volk heen, dat groots en machtig, vol genade en trouw, genoemd mag worden.

Na Soekot wordt Simchat Tora, Vreugde over het Woord, gevierd. Dansend worden Torarollen door de synagogen gedragen, als een bruid die uitzinnig is van blijdschap. Bereidt u zich vast voor! En inderdaad is Israël G’ds bruid. “Ik zal u Mij tot bruid werven voor eeuwig: Ik zal u Mij tot bruid werven door gerechtigheid en recht, door goedertierenheid en ontferming; Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Heer kennen” (Hosea 2:19-20). En Yeshua is de bruidegom van Zijn volk (Efez.5:25-27). Onze aanstaande bruiloft vieren we alvast, op Simchat Tora.