Parrott: Moeilijke mensen

Parrott: Moeilijke mensen

Amsterdam, 8 februari 2007. Een van de boeken die in ons Boekencentrum HaOr worden verkocht, is het boek “Moeilijke mensen”, geschreven door Les Parrott. Dr. Parrott is professor in de psychologie aan het Centrum voor de Ontwikkeling van Relaties aan de Seattle Pacific University in Seattle, in Washington. Parrott beschrijft 16 verschillende typen mensen. Een daarvan is de Martelaar, een term die Parrott in dit geval niet bedoelt, zoals de Bijbel dat doet. Dit soort Martelaars heeft zichzelf aangewezen als slachtoffer. Parrott beschrijft dat ze herkenbaar zijn aan een aantal zaken. En inderdaad, u kunt ze niet over het hoofd zien. Het zijn volgens Parrott mensen die het eeuwige slachtoffer zijn. Ze zijn vervuld van zelfmedelijden. Parrott: “Martelaars hebben het gevoel dat de hele wereld tegen hen samenspant”. Uit het boek komt naar voren dat de “hele wereld” dit niet tegelijkertijd doet, maar, in de ogen van Martelaar, geval voor geval en situatie voor situatie. En in die situaties gaat de Martelaar uit van boze opzet, maar kan ook weer snel een ander daarvan beschuldigen. Het gaat immers om het gevoel van slachtoffer zijn, dat zo gevoed blijft. Er lijkt sprake te zijn van een verslaving aan de positie van slachtoffer, een verslaving die overgedragen kan worden op de kinderen.

 

Zelfmedelijden

Parrott benoemt een deel van dit gedrag als zelfmedelijden. “Als er in uw leven Martelaars zijn, hebt u van dichtbij gezien hoe ze hun zelfmedelijden kunnen blijven koesteren. Zelfs als er goede oplossingen worden aangedragen voor hun problemen, blijven ze gewoon doorgaan met klagen. Martelaars zitten vast in een slachtofferrol.” Verbonden aan deze rol als slachtoffer is het vinden van schuldenaren, mensen die iets fout hebben gedaan in hun ogen. Ik denk dat niemand zonder fouten is, maar de rij van beschuldigingen van een Martelaar kan eindeloos lang en eeuwig durend zijn. Parrott: “U hoort hen klagen over hun ouders, hun opleiding, hun inkomen, hun broers en zussen, hun vrienden, hun kerk, de overheid en natuurlijk ook over zichzelf.” Dit wil niet zeggen dat anderen niet ook problemen tegenkomen en neerslachtig kunnen zijn. Maar we koesteren onze problemen niet en willen ze oplossen, soms door maatregelen, soms door gesprekken, en soms door – zoals we wel eens zeggen – een nieuwe bladzijde om te slaan. Dit alles in het licht van de bewuste keuze van het komen tot een oplossing.

 

Schuldlijst bijhouden

Een ander aspect in dit gedrag is de behoefte aan controle en de daarbij horende manipulatie. Niemand kan denk ik zeggen dat hij of zij alle controle over alle situaties uit handen zou willen geven. Maar de fanatieke en dwangmatige controle die in de Martelaar aanwezig zijn, vallen wel op. Parrott ziet dit probleem gepaard gaan met het emotionele isolement, waarin de Martelaar zich bevindt. Deze controle lijkt de Martelaar kwijt te raken als hij of zij fouten zou moeten toegeven. Ook is er het gevoel van verlies van controle, wanneer er iets ontvangen wordt. Dingen ontvangen en bewezen diensten worden namelijk gezien als: Dat verdien ik in mijn situatie”. Dankbaarheid is daarom ver te zoeken, terwijl aan de andere kant eigen prestaties hoog worden aangeprezen en in herinnering gebracht. Parrott: “Het feit dat ze altijd de gever zijn en nooit de ontvanger, plaatst hen in een machtige positie; ze houden nauwkeurig bij wat anderen hun volgens hen verschuldigd zijn, ook al doen ze net alsof dat helemaal niet belangrijk is.” In een onderlaag zitten volgens Parrott dan ook zaken als pijn, angst, of een diep gevoel van minderwaardigheid. Dat wekt bij sommige omstanders, vaak de kinderen, de reactie op om de Martelaar in bescherming te nemen, welke absurde zaken er soms ook spelen. En zo wordt de manipulatie uitgeoefend, ondergaan en doorgegeven.

 

Hulp moet je willen

Zo bekeken zou je verwachten dat een Martelaar klaar is om verandering te ondergaan: alles beter dan dit! Parrott zegt echter: “De meeste Martelaars zitten vastgeroest in een bepaald patroon. Ze zijn opgegroeid met zelfmedelijden en hun schuldgevoel is met de paplepel ingegoten.” En Parrott waarschuwt zijn lezers: “Als u met zulke mensen te maken hebt, kunt u uw verwachtingen dus maar beter niet te hoog stellen. Martelaars veranderen langzaam. Het is meestal een geleidelijk proces waar veel psychotherapie voor nodig is.” Gevoel voor humor is een goede afweer tegen dit soort gedrag. Want er kunnen zich vervelende situaties voordoen, waarbij van iets kleins iets groots wordt gemaakt; vanuit de verslaving aan het hebben van problemen, waar de Martelaar het middelpunt vormt van alle pijn en ellende. “Martelaars”, zegt Parrott, “zijn niet prettig in de omgang. Ze kunnen ronduit vervelend zijn.” En als u probeert om een oplossing te bedenken, besef dan dat u daarmee het probleem dreigt op te lossen, waar de Martelaar nu juist verslaafd aan is. “Martelaars antwoorden altijd met: ‘Ja, maar ...‘ en leggen vervolgens uit waarom hun problemen niet op die manier opgelost kunnen worden” geeft Parrott aan. Hij laat zien dat Martelaars bevrijde mensen kunnen worden. Maar dan moeten zij “vroeg of laat gaan inzien dat het hele leven van een volwassene bepaald wordt door allerlei persoonlijke keuzes, beslissingen. ...Naar de mate waarin ze dat niet accepteren, zullen ze zich altijd slachtoffer blijven voelen.” Dat is zielig. Maar Parrott helpt ons te begrijpen dat mensen ook geholpen moeten willen worden.

 

Schuldigen aanwijzen

Martelaren schuiven schuld vaak naar anderen toe, personen en situaties. Daar hoort het weer bij, “hun zaken, hun kindertijd” en ook de mensen om hen heen, die te dicht in de buurt komen. Parrott heeft ontdekt dat deze mensen “eeuwige slachtoffers” zijn, “die genieten van hun zelfmedelijden en proberen ook bij anderen medelijden op te wekken met hun arme-hulpeloze-ik-methode.” Dit gedrag laat de slachtoffers van de Martelaren niet koud; het kost energie, veel energie, volgens Parrott. “Als u ooit een avond met een van deze moeilijke mensen hebt doorgebracht, hebt u waarschijnlijk uiteindelijk het gevoel gehad dat u werd ondergedompeld in een pot Bisonkit.

 

Ik heb dit gedrag willen beschrijven, omdat ik aanneem dat een aantal van u met deze moeilijke mensen in aanraking zal zijn of zijn geweest. De bedoeling van Parrott en ook van mij is niet om deze mensen te mijden. Uit bovenstaande kunt u zien dat Parrott aantoont dat deze Martelaren zelf niet sociaal en emotioneel sterk in hun schoenen staan en dus niet gemakkelijk contact weten te onderhouden. Maar doe zoals de apostel Sja’oel (Paulus) het aanraadt: “Houd zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen”( Romeinen 12:18). Ik kan het boek aanbevelen.