Pesach: mysterie met haastige maaltijd

Mysterieuze zaken
Ongeveer 3500 jaar geleden heeft er iets mysterieus plaatsgevonden. Een volk vormt onderdeel van een grote wereldmacht uit die tijd en weet zich, zo lijkt het, daaruit te bevrijden. Een vluchtelingenstroom, zo ziet het er uit, komt op gang die er veertig jaar over doet om weer in eigen land terug te keren. De tijdsduur is op zich niet opmerkelijk lang, eerder opmerkelijk kort. Want vele volken, die op de vlucht zijn geweest in de loop van de geschiedenis, keren nooit meer terug naar hun thuisland, maar gaan op in de volken waar ze onderdak hebben gevonden. Tot zover is deze gebeurtenis niet mysterieus. Vele volken hebben zich in de loop der tijd laten onderwerpen door wereldheersers. Dat waren de Egyptenaren, later de Babyloniërs, dan de Grieken, daarna de Meden en Perzen, en uiteindelijk het Romeinse rijk. Volken zagen zich overheerst in opeenvolgende rijken. Ze werden gedeporteerd en vermengd, om de oude nationale groepsgeest te breken en de geest van een nieuw volk te scheppen. Het is in dat licht opmerkelijk dat Israël als volk nog steeds bestaat. Maar niet mysterieus. Het wordt pas mysterieus wanneer we het optreden van de Eeuwige er in gaan herkennen.

Mysterie 1: Je was er zelf indertijd bij aanwezig
In de Haggada, de handleiding voor de viering van Pesach, staat onder meer: “B’chol dor wador chajav adam lir’ot et atsmo k’iloe hoe jatsa mimitsrajiem.” Dat betekent: In elke generatie moet iedereen zichzelf zien alsof hij persoonlijk uit Egypte was uitgegaan. Met haast (Exodus 12:11) en verlicht met de kennis van G’ds ingrijpen. Dat is mysterieus. Het is een soort tijdmachine, waarin je reist, wanneer je Pesach viert. Deze situatie is niet uniek, want zo moeten we ook doen alsof we persoonlijk aanwezig waren in Gan Eden, het Paradijs, toen Adam – dus wij met hem – zondigde. We waren erbij toen de Eeuwige ons hoorde in onze nood en ging reageren (Exodus 3:9). We reisden mee, dat ellendige land uit (Exodus 12:37). We verwonderden ons over de vuurkolom en de wolkkolom (Exodus 13:31) en we keken met het grootste respect naar het water van de Rietzee, dat met ingehouden agressie ons de doorgang verleende naar de overkant (Exodus 14:22). We waren erbij toen we hoorden dat de Eeuwige niet alleen de harten van de aanwezige menigte zou besnijden, maar tevens die van hun nakroost (Deuteronomium 30:6). Er over horen of het als een historisch feit vieren is één ding. Maar zelf aanwezig zijn bij een gebeurtenis die 3500 jaar geleden heeft plaatsgevonden, dat is mysterieus. Tevens zinnig.

Mysterie 2: Het werkt door in de tegenwoordige tijd
Het is één ding om bij iets aanwezig te zijn dat zo lang geleden heeft plaatsgevonden. Het is nog iets anders om iets, wat zo lang geleden gebeurd is, nu nog steeds te zien plaatsvinden. Bij de traditionele Seiderviering tijdens Pesach is de betekenis van de matse, het ongezuurde brood, na de hoofdmaaltijd: het Pesachoffer herdenken, dat werd gegeten wanneer men verzadigd was. Mosjee kreeg van de Eeuwige te horen dat het hart van Farao en zijn dienaren hard was gemaakt, om zo Mosjee in staat te stellen aan zijn nageslacht te vertellen wat de Eeuwige heeft gedaan (Exodus 10:2). Dat wijst er op dat Israël niet aan G’ds ingrijpen terug hoeft te denken als een mooie tijd, maar daardoor in geloof en vertrouwen kan groeien. De Eeuwige grijpt nog steeds in, als we ons in vol geloof tot Hem richten, zoals Israël dat indertijd had gedaan. Bovendien is Pesach ook in de loop van de geschiedenis van ons volk gebruikt om reiniging toe te passen in voorkomende situaties.

Zo vierde Ezra Pesach op de volgende manier: “19 En op de veertiende van de eerste maand vierden zij die in de ballingschap geweest waren, het Pascha [Aramees voor Pesach]. 20 Want de priesters en de Levieten hadden zich samen gereinigd. Zij waren allemaal ritueel rein [tahor]. Zo slachtten zij het Pascha voor allen die in de ballingschap geweest waren, voor hun broeders, de priesters, en voor zichzelf. 21 De Israëlieten, die uit de ballingschap waren teruggekeerd, aten het, en tevens ieder die zich van de onreinheid van de heidenen van het land had afgescheiden en zich bij hen had gevoegd had, om de Eeuwige, de G’d van Israël, te zoeken. 22 En zij vierden het Feest van de Ongezuurde Broden met vreugde, zeven dagen. Want de Eeuwige had hen verblijd. Hij had het hart van de koning van Assjoer naar hen toe gekeerd om hen te steunen bij de arbeid aan het huis van de Eeuwige, de G’d Israël” (Ezra 6:19-22). Terugkeer, reiniging, ingrijpen van de Eeuwige op dat moment; dit waren de extra redenen voor Ezra om Pesach te vieren.

Toen koning Herodes huishield in Judea liet hij expres tijdens het feest van Pesach Ja’akov (broer van Jochanan) ter dood brengen en Petrus nam hij gevangen. Maar juist tijdens dit zelfde feest bevrijdde de Eeuwige Petrus weer (Handelingen 12:7). Ook de sjaliach (uitgezondene, apostel) Sja’oel (Paulus) maakt Pesach, als het reinigings- en bevrijdingsfeest, actueel in zijn tijd. Hij zegt: “7 Doe het oude zuurdeeg weg, zodat jullie een vers deeg zullen zijn. Jullie zijn immers ongezuurd. Want ook ons pesachlam is geslacht: Yeshua. 8 Laten wij daarom feest vieren, niet met oud zuurdeeg, of met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met matses, het ongezuurde brood van reinheid en waarheid” (1 Korinte 5:8). En zo trekt hij de Pesach naar het heden, waarin het Pesachlam altijd aanwezig is: de Messias. En hij ziet in de viering mede het wegdoen uit je leven van slechtheid in daden en boze voornemens.

Mysterie 3: Het werkt op volksniveau en op individueel niveau
De bevrijding en reiniging van Pesach is voor het hele volk Israël en hen die zich erbij aansluiten. Tegelijkertijd is het voor ieder afzonderlijk. Dat is mysterieus, iets wat tegelijkertijd een breed en een smal spectrum beslaat. Je moet je wel openstellen hiervoor. Als niet-Jood heb je daar een extra opdracht bij: niet alleen openstellen voor de Eeuwige, maar voor Israël. Je kunt niet Sjabbat vieren en je tegelijkertijd vijandelijk opstellen tegen een deel van Israël, orthodoxe, liberale, of Messiasbelijdende Joden. Pesach geldt per gezin en per zoon, zie Deuteronomium 6:20. Een geheel en toch individueel, zegt ook Sja’oel: “Zo zijn er velen van ons en in eenheid met de Messias vormen we één lichaam, terwijl ieder van ons tot de anderen behoort” (Romeinen 12:5).

Mysterie 4: De Eeuwige grijpt in
Het ingrijpen, reinigen en bevrijden van de Eeuwige is niet een automatisch gegeven. Dat laat het vallen onder de categorie genade; en dat maakt het mysterieus. Vergeving is mede om de Eeuwige te leren eerbiedigen (Psalm 130:4). En om Zijn Naam te vestigen (Jesaja 43:25). Zo heeft de Eeuwige ingegrepen door als Yeshua bij ons te komen. Hij was overal bij aanwezig, ook als we het niet beseften. De Eeuwige werkt zoals Hij altijd gedaan heeft (Hebreeën 13:8). Yeshua is gekomen voor allen en voor eenieder die Hem aanneemt als Messias (Johannes 3:16). Daar is verlichting bij nodig van denken. En haast. En ingrijpen deed Hij op die ene Pesach, door voor ons te sterven en drie dagen later uit de dood op te staan (Jesaja 53:10). Mysterieus. Maar zeer reëel.