Poeriem: G’d op afstand

Bevrijding van dreigende vernietiging

Poeriem is het bevrijdingsfeest, waarin Israël opnieuw juicht dat het de dood kon ontspringen. Deze nipte ontsnapping vond 2375 jaar geleden plaats. Koning Achasjverosj (Ahasveros), bekend in de geschiedenis als Xerxes I (Chsjarsja harisjon), kwam aan de macht op de dag dat Boeddha stierf, namelijk het jaar 486 voor de gangbare jaartelling. Zijn regering duurde 4 jaar. Op die laatste dag werd hij in zijn slaapkamer vermoord door de bevelhebber van zijn lijfwacht en een leider van de harem. De reden dat we deze bevrijding nog steeds vieren is omdat we daartoe de opdracht hebben ontvangen, die in de Bijbel is te lezen: “… bepaalden de Joden en namen als inzetting aan voor zichzelf, hun nakomelingen en voor allen die zich bij hen zouden aansluiten, dat zij, zonder ooit over te slaan, deze beide dagen jaarlijks zouden vieren, zoals voor hen was geschreven, en op de voor hen aangegeven tijd” (Ester 9:27). Die twee dagen zijn: 13 en 14 Adar.

 
Vasten voor de strijd

Op 13 Adar vasten we, zoals indertijd gebeurde en altijd wanneer Israël strijd moest leveren en daarbij eerst de Eeuwige zocht. Leest u bijvoorbeeld in Exodus 17 vanaf vers 8 de oorlog tegen Amalek. Mosjee bidt de hele dag met geheven handen en neemt bewust geen tijd om te eten. Wanneer deze vastendag 13 Adar op een Sjabbat valt, zoals dat in dit jaar 2007 het geval is, dan wordt er gevast op de donderdag daaraan voorafgaande, dus op 11 Adar; dat is dit jaar op 1 maart. Er is nog een derde dag, namelijk 15 Adar. In Jeroesjalajiem (Jeruzalem) is dat de dag waarop Poeriem wordt gevierd. De reden daarvan is dat Jeroesjalajiem, net als de stad Sjoesjan, waar het koninklijk paleis stond in Perzië, een ommuurde stad is. In Sjoesjan duurde de strijd een dag langer, vandaar het verschil in tijd van viering.

 
Doodsvijanden

Israël werd bevrijd van doodsvijanden die probeerden, met de onbedoelde steun van deze koning, om alle Joden uit te roeien. De koning had een Joodse vrouw, zoals in de wereldgeschiedenis wel meer het geval is en wat tot interessante situaties heeft geleid. Deze vrouw van Achasjverosj heette Ester in de taal van de Perzen, dat is Hadassa in het Hebreeuws. Zij was het die het vasten heeft gevraagd van Mordechai, haar oom die Ester als zijn pleegdochter had aangenomen in de woelige tijden van strijdende wereldmachten die Israël als wisselgeld gebruikten. Esters vader en moeder waren daarbij omgekomen. Mordechai hoorde bij een aanzienlijk geslacht dat, samen met Ester, uit Israël was weggevoerd. Zijn oplettendheid en politieke bewustzijn hebben Ester geholpen bij haar reddingsacties.

 
Datum vastgesteld

De dreigende uitroeiing werd beraamd en in gang gezet door de premier van Perzië, de heer Haman. Hij is de tweede man van het rijk, hij is zeer invloedrijk en geniet veel vertrouwen van het hof. Haman is getergd door een Jood in zijn rijk die maar niet voor hem wil buigen. Het is verboden in de Tora om te buigen voor afgoden en Haman zal dus een ketting met een afgodssymbool om zijn hals hebben gehad. Daar eiste hij eerbied voor, zoals in andere, meer recente situaties een ring wordt uitgestoken om te worden gekust. Haman, een afstammeling van Amalek en dus erfelijk belast met een geest van antisemitisme, zag in de weigering om aanbidding af te dwingen de gelegenheid om het hele Joodse volk te trachten uit te roeien. De datum werd door middel van een soort dobbelstenen, Poeriem, beslist. De naam van deze stenen is in het Hebreeuws:goràl, gladde kiezelsteen.

Griezelige overeenkomst

Deze missie tot uitroeiing wordt uiteindelijk zijn eigen dood en de dood van zijn tien zonen, evenzeer antisemieten. Van de namen van deze tien zonen zijn in de Hebreeuwse tekst sommige letters klein geschreven en wel bij Parsjandata (de letter ,, tav, in 9:6), Parmasjta (de sjin in 9:9) en Wajzata (de zajin in 9:10). Bij elkaar vormen zij een code, namelijk 400 + 300 + 7 = 707. In het vijfde millenium, dat je Joodse kalender aangeeft, is dat het jaar 5707. En dat is het jaartal 1946. Het was in dat jaar en precies op Poeriem, dat precies tien kopstukken van de nazi’s die ter dood waren veroordeeld in de processen van Neurenberg op 1 oktober 1946, werden opgehangen. Een van hen, een generaal, zei als laatste opmerking dat dit Poeriem 1947 was, daarmee aangevend dat hij een belijdend kerklid was dat hij zijn Bijbel ook in de Hebreeuwse taal kende.

Boe roepen

Koning Achasjverosj was in een list getrapt van de heer Haman en had zijn zegelring laten gebruiken om een koninklijk bevel uit te laten vaardigen tot deze vernietiging van Israël; een wet van Meden en Perzen. Deze wet kon niet ongedaan worden gemaakt. Maar eenmaal gewezen op het beestachtige plan onschuldige en ongewapende burgers te vermoorden vaardigde hij een nieuwe wet uit, waardoor Israël zich kon gaan verdedigen. Deze bevrijdingsactie is zo effectief dat er drie directe gevolgen zijn: Israël wordt beschermd tegen totale uitroeiing, er vallen 75.000 slachtoffers onder de Perzische soldaten en vele Perzische burgers worden Joden (8:17). Een specifieke opdracht bij de viering van Poeriem is het lezen van de Megillat Ester of  tenminste het aanhoren daarvan. Deze lezing vindt plaats zowel op de vooravond, als op de dag zelf. Bij het noemen van de naam van Haman maken we geluid om onze afkeer te tonen. Zo zouden we bij het noemen van de naam van de Eeuwige in Yeshua onze aanbidding en enthousiasme mogen tonen.

G’d op afstand

De naam van de Eeuwige, noch een vermelding of verwijzing, vind je niet in deze rol, de Megillat Ester. De Eeuwige is verborgen en onzichtbaar. G’d lijkt op afstand te staan. Dat maakt deze geschiedenis minstens zo realistisch als de gebeurtenissen van mensen als Awraham en Mosjee, omdat ook wij veel minder van de Eeuwige zien, dan deze godsmannen. De rabbijnen zeggen over Poeriem, dat alle andere feesten zullen verdwijnen, maar niet Poeriem. De andere verdwijnen, omdat in de olam haba, de komende wereld, het Licht aanwezig zal zijn, waar de feesten naar wijzen. Maar Poeriem vraagt geen handelingen van mensen, maar wijst op het ingrijpen van de Eeuwige en dat is blijvend. Bovendien is Poeriem slechts het begin van het totale wegvagen van de vijand van de G’d van Israël. In Ester 9:29 staat dat koningin Ester samen met Mordechai hun instructies schreef.

Moed en vervolmaking van karakter
In de megilla is de letter tav) in dat woord groter geschreven. Dit is om de moed en de vervolmaking van haar karakter aan te duiden (zie ook het artikel De geheimen van het Hebreeuwse alfabet van deze maand). Dit zijn twee argumenten vanuit het Jodendom van de geldige aanwezigheid van dit boek in de Bijbel. Wijn speelt een speciale rol in dit boek. Koningin Wasjti weigerde te verschijnen op een wijnfeest. Koningin Ester gaf haar reddende boodschap door op een wijnfeestje met haar man en haar vijand Haman. Vandaar het gulle wijngebruik op dit bevrijdingsfeest.
Lion Erwteman