Je telt mee

De Bijbel draagt gelovigen in de G’d van Israël op om de dagen tussen Pesach en Wekenfeest te tellen: “Jullie moeten tellen van de dag volgend op de feestelijke rustdag, van de dag dat jullie de Omer, bestemd voor de zijdelingse bewegingen, gebracht hebben; zeven volle weken moeten het zijn” (Wajikra/Leviticus 23:15).

Op de tweede dag behoren we de telling van de Omer te beginnen, volgens Leviticus 23:15-16. De tijd tussen Pesach en het volgende feest, Sjawoeot (Wekenfeest) duurt 50 dagen. En de precieze dag waarop we deze 50 dagen beginnen te tellen is “de dag na de Sjabbat”, wat de eerste dag Pesach was met de heilige samenkomst, zie Leviticus 23:7. Je zou namelijk kunnen zeggen dat het bij de eerste dag gaat om de Sjabbat, dat wil zeggen de rustdag, van Pesach. Dan begin je op de 2e dag Pesach te tellen.

Week of Sjabbat
Nu is het zo dat Hebreeuwse woord Sjabbat ook gebruikt wordt in vers 16, waar staat hoe lang we door moeten tellen, namelijk tot de dag na de zevende Sjabbat/week. Het woord Sjabbat betekent drie dingen:
1. de wekelijkse Sjabbat die begint op alle vrijdagavonden,
2. elk feest,
3. een week, zie Leviticus 23:15, “zeven volle weken”; daar wordt het woord “sjabbat” gebruikt.
Wanneer we na vijftig dagen zijn uitgeteld kan die laatste dag op elke dag van de week vallen. De beste vertaling van vers 16 is dan: “tot de dag na de zevende week”.

Mozes en Yeshua
De telling van de 50 dagen heet: Omertelling, zie het woord “eerstelingsgarve” (Hebreeuws: “omer resjiet”) in Leviticus 23:10. Het begin van deze telling valt, zoals hierboven al gezegd, op het oogstfeest van eerstelingen van gerst in het vroege voorjaar. Na de telling van de 50 dagen is de oogst van tarwe, een volgende eerstelingenfeest, zie Exodus 34:22. Yeshua is volgens plan de Eersteling uit de dood geworden (1 Korinte 15:20), opgestaan uit de dood op het oogstfeest van Eerstelingen van gerst in het vroege voorjaar. Op het daarop volgende Eerstelingenfeest, Wekenfeest, vieren we dat Mozes als eerste de Tora geschonken kreeg, uit de handen van de Eeuwige. Het Woord dat vlees, lichaam, was geworden, gestorven en opgestaan uit de dood, komt als tweedimensionaal Woord op de rol terug, zoals de oneindige Eeuwige als drie-dimensionale Yeshua naar ons toe is gekomen.

Verlangen
Dit tellen wordt in gang gezet door een verlangen om de Eeuwige te dienen. En dat verlangen is in ons hart geprent, doordat we bevrijd zijn uit Egypte. Die G’d van Israël die ons bevrijd heeft, die wil je dienen! De vraag is: waarmee. Onze wijze mannen in het Jodendom, wier herinnering gezegend is, hebben wijsheid gelijk gesteld met Tora (Genesis Rabba 1:1; Spreuken 8:22). Reden waarom Sjaoel (Paulus) heeft gezegd dat Tora geestelijk is (Romeinen 7:14). Dus waarmee dienen we de Eeuwige: met de Tora. En in dit geval, in het bijzonder met het tellen van de Omer.

De weg terug naar Gan Eden (Paradijs)
We kunnen niet van de Eeuwige verlangen dat Hij ons in ons hart geeft wat we moeten doen, als Hij dat al van te voren heeft aangegeven. En dat heeft Hij: in Zijn Tora, Zijn Handboek voor Dienaren van de Allerhoogste. In Rabbenoe Nisim staat: “Toen Mozes in Egypte tegen Israël zei, ‘Jullie zullen de Eeuwige dienen’, vroegen zij hem, ‘Wanneer zal dat plaatsvinden?’ Hij antwoordde hen, ‘Na vijftig dagen.’ Toen heeft iedereen de dagen geteld die naar deze nog grootsere gebeurtenis voerden.” En inderdaad stond het bevrijde volk na de al zo spannende gebeurtenis van de laatste maaltijd in Egypte rond de berg Sinai om de Tora te ontvangen. Instructies voor de weg terug naar Gan Eden (Paradijs). Op die weg is Israël nu. En allen die zich bij ons hebben aangesloten lopen mee in deze tocht.

Zeven Joodse mannen als voorbeeld
Zeven mannen met bijzondere karaktereigenschappen en leiderschap zijn ons voorgegaan in deze tocht, die we allemaal hebben te volbrengen.

  1. Awraham (Abraham) met zijn liefde, die de boodschap van de Ene G’d bracht aan een wereld die toen al verloren rondliep met haar afgoden.
  2. Jitschak (Isaak) met zijn sterke karakter en zijn respect voor de Eeuwige. Hij toonde dat bijvoorbeeld in zijn bereidheid rondom het offer dat zijn vader wilde brengen en in de zegen die hij van de Eeuwige had ontvangen (Beresjiet/Genesis 25:11).
  3. Ja’akov (Jakob) laat glorie en eervol gedrag zien, karaktereigenschappen die een mens dient te hebben om te kunnen laten zien, dat er een betere wereld is. Zijn afkeer van afgoden toont hij in het begraven van beelden en voorwerpen die verboden waren. Zijn geloof en vertrouwen toont hij in het gevecht met een engel en het gezegend worden door de Eeuwige met de naam Israël, die naam werd voor alle Joden.
  4. Mosjee (Mozes) met eeuwigheid in zijn gedrag, keuzes en woorden; zijn hele leven stond in het teken van de eeuwigheid die hij had gezien, bereikbaar maken voor zijn volk en hen die er zich bij aansluiten.
  5. Aharon (Aäron) had een karakter dat schitterde. Hij is de kohen gadol, de hogepriester van alle priesters van Israël en van Israël als geheel.
  6. Jozef leert ons moreel hoogstaand gedrag. Hij was een rechtvaardige die de maximale hoogte van heiligheid heeft bereikt. Of het nu was dat hij trouw bleef aan zijn werkgever Potifar, dan wel dat hij Egypte wist te redden van de hongerdood en daarmee Israël, hij scoorde maximaal.
  7. David de koning heeft koninklijkheid en soevereiniteit, die hij van de Eeuwige had ontvangen, ontwikkeld tot hoogstaand gedrag. Daardoor werd hij het model voor alle latere koningen van Israël.

En aan het einde van deze vijftig dagen wacht ons het geschenk dat de Eeuwige ons heeft gegeven: Zijn Tora, instructies voor de weg terug naar Gan Eden. Je hebt er G’ds Geest voor nodig om deze te begrijpen en te waarderen. En die geeft Hij er als bonus bij. Zorg dat je meetelt!

Lion S. Erwteman
Rosj Kehila van Beth Yeshua
Amsterdam