Sjawoeot: vervulling van diep verlangen

Wekenfeest (Sjawoeot, Pinksteren) is de bekroning van het vertrouwen dat Adonai aan de geschapen mens (Adam) gaf, maar dat door ons zo wreed werd geschonden.

Herstel
Immers, Adonai had vanuit een chaos (De aarde was woest en leeg) de mensheid geschapen met het doel Hem te dienen en te gehoorzamen. Beantwoordden we niet aan dat doel, dan zouden we opnieuw de chaos in moeten gaan. En dat is ook gebeurd. Wat een geloof in ons mensen om opnieuw, met dat eerste Wekenfeest rond de berg Sinaï, deze gehoorzaamheid te testen. Het middel tot die gehoorzaamheid is de Tora. Het Wekenfeest is zo een herstel van wat Adonai reeds in het Paradijs wilde bewerken. En vanaf dat eerste Wekenfeest is het herstel begonnen.

Missie
Vandaar de opdracht, net voordat de Tien Woorden (in de volksmond de Tien Geboden genoemd, maar zie Ex.34:28) werden gegeven, om een volk van priesters te zijn. Israël werd de opdracht gegeven om, gekozen uit alle volken, de wereld terug te leiden naar deze paradijselijke situatie van totale gehoorzaamheid. En wie deze zelfde G’d van Israël aanbidt en Hem wil gehoorzamen, is “als in Israël geboren” (naar Psalm 87). Vijf dagen voordat Israël de Tora ontving, is haar deze opdracht tot priesterschap gegeven. Het is de essentie van de boodschap van de Tora. Want daardoor begrijpen we, dat het niet slechts gaat om gehoorzaamheid aan een stelsel van voorschriften, maar om een missie te gaan vervullen, waar het bestaan van de wereld van afhangt.

Saamhorigheid
De eerste tien geslachten van de mensheid waren ongehoorzaam aan G’ds leiding en opdrachten. In de tijd van Noach was G’ds reactie door middel van de grote overstroming nog genadig. Maar ook de generaties daarna waren ongehoorzaam. In plaats van de beelddrager van Adonai wilde de mens G’d zelf zijn. En nog steeds bestrijden mensen, juist ook in gemeenten, leiderschap om zichzelf te verhogen. Maar tegelijkertijd verlaagt een mens zich op zo een moment tot slaaf, slaaf van zijn eigen leugens, manipulatie en ongezeglijkheid jegens Adonai. Wat een geloof en vertrouwen heeft Adonai om met Israël het experiment van beelddrager en priesterschap opnieuw aan te gaan. En wat een genade om daar de niet-Joden aan toe te voegen. Het Joodse volk heeft een grote verantwoordelijkheid om aan die roeping te voldoen. En wat een respect en saamhorigheid is er nodig van niet-Joden, om samen die ene G’d te dienen. Wat een schade veroorzaken mensen toch, wanneer ze die kostbare eenheid verstoren. En wat een heerlijke vrede is er, wanneer die eenheid wel nagestreefd wordt.

Drie
Het Wekenfeest is een feest dat met het getal “drie” te maken heeft. De Tenach, waarvan we het begin – de Tora – op dit feest hebben ontvangen, is een eenheid, die uit drie delen bestaat: Tora (de boeken van Mosje), Nevi’iem (de Profeten) en de Ketoewiem (de heilige Geschriften). De maand, waarin het feest plaatsvindt, is de derde, namelijk Siewan. Het was de maand, waarin de kinderen van Israël in de woestijn kwamen, na hun vlucht uit Egypte. Het volk verdeelde zich in drie delen: kohaniem (priesters), Levieten en Am Ha’Arets (het volk). Israël werd uitgeleid door een man die het derde kind was van zijn moeder, namelijk Mosje (Mozes) en die drie maanden lang werd verborgen om hem tegen kindermoord te beschermen. Bovendien werd de Tora gegeven op de derde dag van de onthouding, zie Ex.19:16. Zo wordt op dit feest een band geschapen tussen drie partijen: de Geest van de Eeuwige, de Tora en de mens.

Opnieuw vertrouwen
Zo een overeenkomst van getallen is niet toevallig. Maar we moeten er ook niet meer in zien, dan er in zit. Adonai wijst ons er op, dat belangrijke zaken in drieën gaan. Zo is het Wekenfeest blijkbaar bijzonder belangrijk. Op allerlei manieren is duidelijk, dat er een verband bestaat tussen het eerste feest, namelijk Pesach en dit feest. Het is na de vlucht uit Egypte, dat Israël in de woestijn is, om vervolgens de Tora te ontvangen. Hoe kon Adonai opnieuw vertrouwen hebben in de mensheid? Omdat Israël de vernederende beproeving van Egypte had meegemaakt en zich had verootmoedigd. En omdat het bovendien het bloed van de lammeren op de juiste manier had weten toe te passen. Er was een nieuwe, juiste houding van een volk jegens haar Schepper, die van onderwerping en gehoorzaamheid. En nog ging alles niet vanzelf en in totale harmonie. Maar er was een basis gelegd, waar Adonai op wilde verdergaan.

Willen en doen
Deze basis was voorwaarde voor Adonai, om Zijn Geest in Zijn volk te laten wonen. Zonder Zijn Geest is niemand in staat om G’ds Woord en dus Zijn wil te gehoorzamen. Hij is het die het willen en het doen bewerkt. En zo kwam het, dat op de eerste Pinksterdag (Wekenfeest), daar bij de berg Sinaï, Israël als volgt reageerde: “En het hele volk antwoordde eenparig: Alles wat de Eeuwige gesproken heeft, zullen wij doen” (Ex.19:8). De worsteling om dat ook echt uit te voeren, is altijd bij Israël gebleven. Zoals die ook in elk ander menselijk wezen aanwezig is. Zo zijn er toch altijd mensen die Adonai willen volgen en verder vorm geven aan Zijn opdrachten.

Diepste verlangen
Zo gebeurde het, dat op Wekenfeest (Pinksteren) 3793 – het jaar 33 van de gangbare jaartelling, als dat het juiste jaar is – een aantal van dat soort gehoorzame Joodse mannen opnieuw het wonder van Sjawoeot, Wekenfeest, mee mocht maken. Ook zij waren vernederd en hadden zich verootmoedigd. Ook zij hadden begrepen hoe ze het bloed van het Pesachlam moesten gebruiken. De Heilige Geest nam bezit van hen. Het werd hun heiligste en diepste verlangen om de opdrachten van de Tora uit te voeren. Het werd hun ultieme verlangen om Adonai te behagen, omdat ze Zijn genade van verzoening en Zijn vergeving van zonden hadden ontvangen. En zij onderwezen aan iedereen die het wilde horen, wat het verschil is tussen gewijd en gewoon.

Lion S. Erwteman,
Rosj Kehilla van Beth Yeshua, Amsterdam