Vanaf 21 december worden de dagen weer langer. Al vanaf 13 december gaat de zon later onder. De kortste dag van het jaar is 21 december. De langste nacht valt dit jaar in de nacht van 21 op 22 december. De astronomische winter is dan begonnen. Dat betekent niet dat de zon dan het laatst opkomt en het vroegst ondergaat. Maar pas op 30 december blijft het ’s ochtends het langst donker. Dat komt onder andere doordat de aardbaan rond de zon niet cirkelvormig is. Hierdoor beweegt de zon in de winter schijnbaar iets sneller dan in de zomer. Het gevolg is dat de zon nu dagelijks iets later door het zuiden gaat.
De daglengte, dat is het verschil in tijdstip van opkomst en ondergang van de zon, is afhankelijk van de geografische breedte. Zo heeft Zuid-Frankrijk al op 9 december de vroegste zonsondergang en de meest late zonsopkomst op 3 januari. De winterzonnewende vindt op het noordelijk halfrond plaats, wanneer dit op zijn maximale helling van de zon af staat. De scheve stand van de aardas draait het noordelijk halfrond van de zon af in onze winter waardoor wij in Nederland het minste licht ontvangen op 21 december. Dit moment wordt ook wel de winterzonnewende genoemd, het moment waarop de zon de zuidelijkste positie bereikt gezien vanaf de aarde, waardoor de zon voor ons het laagst aan de hemel staat.
Het zuidelijk halfrond staat in onze wintertijd naar de zon toe, waardoor het daar dan juist zomer is. De langste nacht valt dit jaar in de nacht van 21 op 22 december. Ten noorden van de poolcirkel ligt het gebied waar de zon gedurende een aantal nachten rond 21 juni niet onder gaat, de zg. middernachtszon. In de winter komt de zon op het noordelijk halfrond in een aantal dagen rond 21 december niet boven de horizon ten noorden van de noordpoolcirkel. Hoe noordelijker, des te meer dagen het worden. Zie de foto van Tromsø in Noorwegen.











