Behar-Bechoekotai

Selectie en uitleg uit de lezingen voor Behar-Bechoekotai

 

Tora Leviticus 25:1-4 uit 25:1-27:34

De Eeuwige zei tegen Mosjee op de berg Sinaï: “Zeg tegen de Israëlieten: Wanneer jullie in het land zijn gekomen dat Ik jullie ga geven, dan moeten jullie het land om de zeven jaar rust geven. Het land moet een heilige rusttijd voor Mij krijgen. Zes jaar lang mogen jullie op de akkers zaaien en de wijngaarden snoeien en de oogsten binnenhalen. Maar in het zevende jaar moet het land rust hebben. Het is een heilige rusttijd voor Mij (Sjmieta).  Dan mogen jullie niet op de akkers zaaien en de wijngaarden niet snoeien.

Haftara: Jeremia 16:19-21 uit 16:19-17:14

Jeremia zegt: “Adonai, bij U ben ik zo veilig als in een burcht. U beschermt mij. Ik kan naar U toe vluchten in tijd van gevaar. Van over de hele aarde zullen de volken naar U toe komen. Ze zullen zeggen: ‘Onze voorouders kenden de waarheid niet. Hun goden waren machteloze goden die ons niet konden helpen.’ ” De Eeuwige zegt: “Als mensen zelf goden maken, zijn dat geen echte goden! Daarom maak Ik Mijzelf aan hen bekend. Ik laat hun mijn kracht en mijn macht zien. Dan zullen ze toegeven dat Ik de Eeuwige ben.”

Beriet Chadasja: Handelingen 1:13-18

Ze kwamen terug in de stad. Daar gingen ze naar de bovenzaal waar ze logeerden. Het waren Kefa (Petros), Jochanan (Johannes), Ja’akov (Jakobus), Andreas, Filippos, Tomma, Bar-Talmai (Bartolomeüs), Matitjahoe (Matteüs), Ja’akov Ben Chalfai (Jakobus, zoon van Alfeüs), Sjimon HaKanï (Simon de Zeloot), en Jehoeda Ben Ya’akov (Judas, zoon van Jakob). Ze bleven eensgezind met elkaar bidden, samen met een paar vrouwen. Ook Yeshua’s moeder Miriam en Yeshua’s broers waren daarbij. Op een dag was er een groep van ongeveer 120 talmidiem bij elkaar gekomen. Kefa stond op en zei: “Broeders en zusters, in de Schriften heeft David al door de Geest van de Eeuwige over Jehoeda Iesj K’riot (Iskariot) gesproken. En wat David over hem heeft gezegd, heeft ook plaatsgevonden. Jehoeda heeft de weg gewezen naar Yeshua aan de mensen die zijn gekomen om Hem gevangen te nemen. Hij hoorde bij onze groep en had dezelfde taak als wij. Maar hij heeft Yeshua verraden en daar geld voor gekregen. Met dat geld heeft hij een stuk grond gekocht. Daar is hij voorover gevallen. Zijn buik is opengescheurd en zijn darmen kwamen naar buiten.


Lion Erwteman over Behar-Bechoekotai

In parasjat Behar ontvangt Mosjee geboden rond het Sjmietajaar (zevende jaar) en het Joweljaar (Jubeljaar, 50ste), die hij doorgeeft aan Israël. Elk 50ste jaar – na 7 Sjabbatjaren van niet oogsten – wordt op Jom HaKippoeriem (de Dag van Verzoening) met sjofargeschal aangekondigd. Niet alleen de kohaniem (priesters), maar ook alle burgers worden opgeroepen om met de sjofar dezelfde tonen als die met Jom HaTroea/Rosj HaSjana (Dag van het Geklank/Nieuwjaar) te laten klinken: 100 keer! Het jaar van de verlossing is aangebroken! Zowel in deze parasja als in die van Bechoekotai is verlossing een belangrijk thema. Het Sjabbatjaar verlost van arbeid en het Joweljaar herstelt: Hebreeuwse slaven komen vrij en mensen ontvangen huizen en land terug.

Vanuit het boek Daniël berekende rabbijn Jehuda ben Samuël (1150-1217) dat 9 Joweljaren tot herstel van Jeroesjalajiem zouden leiden. De Gaon van Vilna (1720-1797) zei dat die periode begon met de verovering van Jeroesjalajiem door de Osmanen in 1517. Hij zei dat Jeroesjalajiem 8 Joweljaren in handen van de Osmanen zou blijven en na het 9e in Joodse handen vallen. In 1917 bracht Generaal Allenby Jeruzalem in Britse handen en in het jaar 1967 werd Jeroesjalajiem ongedeelde hoofdstad van Israël.

Met de instelling van het Joweljaar als jaar van herstel werd er een groot beroep gedaan op de eerlijkheid van Israëlals dienaar van de Eeuwige. Want je mocht in de handel met het oog op het komende Joweljaar van teruggave een ander niet met opzet benadelen. Parasja Behar eindigt met het verbod om je neer te werpen voor afgoden. Rabbijnen hebben zelfs gesteld dat je je niet moet neerwerpen op een vloer met afbeeldingen, zoals de dierenriem in de synagoge van Beth Alfa.

Bechoekotai stelt enorme zegen in het vooruitzicht als Israël Adonai trouw blijft. Maar onheil en rampspoed als Israël naar de afgoden gaat. Herhaaldelijk lees je: “Als jullie dwars tegen Mij ingaan” en “als jullie niet naar Mijn terechtwijzing luisteren…”. Dit klinkt dreigend, maar dat is niet zo bedoeld. Het betekent juist dat onze Vader Zijn kinderen herhaaldelijk de kans geeft iets beters van hun leven te maken. Uiteindelijk zal Hij hen ook niet totaal laten vernietigen, iets dat we ook steeds in de profeten tegenkomen en wat ook zo is gegaan. Zowel de spirituele als de militaire oorlog tegen de G’d van Israël en Zijn volk zal uiteindelijk de overwinning van G’d laten zien.

Onze Joodse profeet Jeremia vierde dat moment al van tevoren, door zijn oom Chanamel te gehoorzamen en een stuk land te kopen in Anatot, dat slechts 500 meter ten zuiden van wat tegenwoordig de stadswijk Pizgat Ze’ev is in de stad Jeruzalem. Dat is wat mijn vrouw en ik letterlijk ook hebben gedaan en het is dezelfde wijk, als waar onze jongste dochter woont met haar man en hun drie kinderen. Lees het artikel over deze buurt.

Het bezitten van een stuk land in Israël is het symbool van wat Yovel wil communiceren: de volledige vrijheid en vrede van de Messias voor Israël en ons land. De herinname van het Beloofde Land, dat zo lang in vreemde, onreine handen is geweest. Herstel van voorgeslacht. Het is de Heer van Israël die zegt: “Is er iets te moeilijk voor mij?” (Jeremia 32:27). Dus laten we Sjabbat vieren met die vrijheid en vrede in gedachten.

Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehila van Beth Yeshua
Amsterdam