Besjallach

Toe Bisjwat!

De landsbelofte is uitgesproken. Avraham heeft in dat Land van G’ds belofte geleefd, evenals zijn nakomelingen, de Kinderen van Israël. Hongersnood heeft het volk Israël gedwongen tijdelijk uit te wijken naar Egypte. Dat land was zeer vriendelijk jegens Israël en verwelkomde het. Maar, zoals in de geschiedenis nog veel vaker zou gebeuren, tot nu aan toe; ik heb het persoonlijk ervaren, het knuffelen werd doodknuffelen. “Egypte voor Israël” leek er de uitvinder van te zijn geworden. Uiteindelijk leidde de Eeuwige Zijn volk uit, terug naar het Land van Zijn belofte. Om niet in de handen te vallen van de Filistijnen, de toenmalige bewoners van wat nu Gaza heet, liet de Eeuwige Israël een veilige omweg maken.

En zo staken zij het Sinai schiereiland over, kwamen uit bij Pi-Hachirot, staken daar de Rode Zee over om vervolgens de route te vervolgen naar Hebron en Jericho. Overigens is de Rode Zee de naam voor dat deel van de Golf van Akaba dat door zeewieren rood wordt gekleurd. Rietzee is vanwege de soort riet, schelf, dat de naam heeft gegeven aan Pi-Hachirot.

We moeten even stilstaan bij de aankomst van Israël bij Pi-Hachirot. Dat was niet een gewone route, waarbij de volgende nederzetting werd aangedaan. In hoofdstuk 14 lezen we dat de Eeuwige de specifieke opdracht gaf aan de Kinderen van Israël om van de route af te wijken, toen ze bijna bezig waren om de Golf van Akaba rechts te laten liggen.

Ze moesten een stukje naar het zuiden en kamp opslaan bij Pi-Hachirot, kustplaats aan de Golf. Maar in plaats van heerlijk de tijd te nemen om daar te duiken en te genieten van het leven onder het wateroppervlak met zijn koralen en vissen moest daar een laatste veldslag geleverd worden met de ziedende vijand. Die werd gek van vreugd en haat, toen verkenners aan de koning het bericht doorgaven dat Israël afgeweken was van de route, voor de kust stond en dus gepakt kon worden.

De tijd was bovendien verstreken om nog van drie dagen te kunnen spreken. Het vogeltje leek gevlogen. De Eeuwige lokte zo de koning naar de val: “Ik zal het hart van de farao versterken, zodat hij hen achtervolgt. Dan zal Ik Mijn glorie tonen aan Farao en aan zijn hele legermacht. De Egyptenaren zullen weten, dat Ik de Eeuwige ben. En zo deden zij” (14:4). Zeshonderd elitestrijdwagens plus alle andere strijdwagens in heel Egypte werden gemobiliseerd en bemand met officieren.

En binnen de kortste tijd stond dit goed bewapende leger voor de vermoeide vluchtelingen die hoopten gebruik te kunnen maken op het recht van terugkeer naar hun land. Ze beginnen verwijten te maken richting Mosjee, zie 14:11. Mosjee praat terug met luide stem. De Eeuwige grijpt dan in en geeft opdracht om op te breken: de volgende fase in de bevrijding van de onderdrukkers en moordenaars waar Israël zo onder had geleden. En waar de kleine omweg voor was gemaakt.

Mosjee strekt zijn hand uit over de zee, daar op het strand van de Golf van Akaba. Een sterke oostenwind steekt op en houdt de hele nacht aan. En in die nacht van 21 Niesan, zeven dagen na het eten van de lammeren op de avond van Pesach, werd de zee verdeeld en kwam er een pad, waarover het volk naar de overkant kon lopen. Het vijandelijke leger volgde maar laat genoeg om de volgende ochtend te verdrinken. Archeologen hebben resten teruggevonden, waaronder een wiel van een strijdwagen. Vrijheid!

Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman
Rosj Kehilla van Beth Yeshua,
Amsterdam