Besjallach

Selectie uit de lezingen voor Besjallach

 

Tora : Exodus 17:1-4 uit 13:17-17:16

1 Daarna brak de hele gemeenschap van de Israëlieten uit de woestijn Sien op en trok van rustplaats tot rustplaats, op bevel van de Eeuwige, Zij sloegen hun kamp op in Rafidiem. Maar daar was geen water voor het volk om te drinken. 2 Het volk kreeg ruzie met Mozes en zei: Geef ons water, zodat wij kunnen drinken! Mozes zei tegen hen: Waarom hebben jullie onenigheid met mij? Waarom stellen jullie de Eeuwige op de proef? 3 Het volk smachtte daar naar water. Het morde tegen Mozes en zei: Waarom hebt u ons toch uit Egypte laten vertrekken? Om ons, onze kinderen en ons vee van dorst te laten omkomen? 4 Toen riep Mozes naar de Eeuwige: Wat moet ik met dit volk doen? Het scheelt niet veel of zij gaan mij stenigen.

Haftara : Rechters (Richteren) 4:16-19 uit 4:4-5:31

16 Barak, de legeraanvoerder van Israël, joeg de vijandelijke strijdwagens en het leger na tot Charoset-HaGojiem. Het hele leger van Siesera viel door het scherp geslepen zwaard. Zelfs niet één bleef er over, behalve Siesera. 17 Die vluchtte te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van Chewer, een Keniet. Er was namelijk vrede tussen Jawien, de koning van Chatsor en het huis van de Keniet Chewer. 18 Jaël stapte haar tent uit, Siesera tegemoet. Ze zei tegen hem: Blijf niet blindelings doorrennen, mijn heer! Wijk af van uw route en kom bij mij, wees maar niet bang! Hij maakte een bocht en rende naar haar toe, tot in de tent. Zij dekte hem toe met een deken. 19 Daarna vroeg hij aan haar: Geef mij alsjeblieft een beetje water te drinken, want ik heb dorst. Toen opende zij een leren melkzak en gaf hem te drinken. Daarna dekte zij hem weer toe.

Beriet Chadasja : Jochanan (Johannes) 7:37-40

37 Op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, Hosjeana Rabba – de grote dag van Ontferming – stond Yeshua op. Hij riep: “Als iemand dorst heeft, laat hij naar Mij toekomen om te drinken. 38 Wie Mij vertrouwt, maakt mee wat de Bijbel zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien”. 39 Dat zei Hij over de Geest, die zij die in de Eeuwige geloven, ontvangen. Dat heilige deel van de Geest was nog niet gegeven, omdat Yeshua nog niet verheerlijkt was. 40 Veel mensen in de menigte, die deze woorden hoorden, zeiden: Hij is echt de Profeet waarop we gewacht hebben.


Lion Erwteman over Besjallach

De landsbelofte is uitgesproken. Awraham heeft in dat Land van G’ds belofte geleefd, evenals zijn nakomelingen, de Kinderen van Israël. Hongersnood heeft het volk Israël gedwongen tijdelijk uit te wijken naar Egypte. Dat land was zeer vriendelijk jegens Israël en verwelkomde het. Maar, zoals in de geschiedenis nog veel vaker zou gebeuren, tot nu aan toe; ik heb het persoonlijk ervaren, het knuffelen werd doodknuffelen. De organisatie “Egypte voor Israël” is er de uitvinder van geweest.

Uiteindelijk leidde de Eeuwige Zijn volk uit, terug naar het Land van Zijn belofte. Om niet in de handen te vallen van de Filistijnen, de toenmalige bewoners van wat nu Gaza heet, liet de Eeuwige Israël een veilige omweg maken. En zo staken zij het Sinaï schiereiland over, kwamen uit bij Pi-Hachirot, staken daar de Rode Zee over om vervolgens de route te vervolgen naar Hebron en Jericho. Overigens is de Rode Zee de naam voor dat deel van de Golf van Akaba dat door zeewieren rood wordt gekleurd. Rietzee is vanwege de soort riet, schelf, dat de naam heeft gegeven aan Pi-Hachirot.

We moeten even stilstaan bij de aankomst van Israël bij Pi-Hachirot. Dat was niet een gewone route, waarbij de volgende nederzetting werd aangedaan. In hoofdstuk 14 lezen we dat de Eeuwige de specifieke opdracht gaf aan de Kinderen van Israël om van de route af te wijken, toen ze bijna bezig waren om de Golf van Akaba rechts te laten liggen. Ze moesten een stukje naar het zuiden en kamp opslaan bij Pi-Hachirot, kustplaats aan de Golf.

Maar in plaats van heerlijk de tijd te nemen om daar te duiken en te genieten van het leven onder het wateroppervlak met zijn koralen en vissen, moest daar een laatste veldslag geleverd worden met de ziedende vijand. Die werd gek van vreugd en haat, toen verkenners aan de koning het bericht doorgaven dat Israël afgeweken was van de route, voor de kust stond en dus gepakt kon worden. De tijd was bovendien verstreken om nog van drie dagen te kunnen spreken. Het vogeltje leek gevlogen.

De Eeuwige lokte zo de koning naar de val: “Ik zal het hart van de farao verharden, zodat hij hen achtervolgt. Dan zal Ik Mijn glorie tonen aan Farao en aan zijn hele legermacht. De Egyptenaren zullen weten, dat Ik de Eeuwige ben. En zo deden zij” (14:4). Zeshonderd elite strijdwagens plus alle andere strijdwagens in heel Egypte werden gemobiliseerd en bemand met officieren.

Even tussendoor kijken we naar de oorlog die de Ka’anieten aanspannen tegen Israël. De koning Jabien had zijn legergeneraal Siesra met voldoende legereenheden gestuurd om een overwinning te boeken. Maar dat viel tegen. Het Verdedigingsleger van Israël onder leiding van generaal Barak won deze veldslag. Siesra ontkwam aan een aanslag op zijn leven. Hij rende en rende langs de legertent van Jael, de echtgenote van een van de militairen, Chewer. Zij lokte hem binnen om te komen rusten, gaf hem een kom melk en dekte hem toe met een deken toen Siesra zich moe voelde. Eenmaal in slaap sloeg Jael moedig een tentpin door de slaap van het hoofd van het hoofd van het vijandelijke leger. Einde oefening voor Siesra.

Terug naar de Tora. Binnen de kortste tijd stond dit goed bewapende leger voor de vermoeide vluchtelingen die hoopten gebruik te kunnen maken op het recht van terugkeer naar hun land. Ze beginnen verwijten te maken richting Mosjee, zie 14:11. Mosjee praat terug met luide stem. De Eeuwige grijpt dan in en geeft opdracht om op te breken: de volgende fase in de bevrijding van de onderdrukkers en moordenaars waar Israël zo onder had geleden. En waar de kleine omweg voor was gemaakt.

Mosjee strekt zijn hand uit over de zee, daar op het strand van de Golf van Akaba. Een sterke oostenwind steekt op en houdt de hele nacht aan. En in die nacht van 21 Niesan, zeven dagen na het eten van de lammeren op de avond van Pesach, werd de zee verdeeld en kwam er een pad, waarover het volk naar de overkant kon lopen. Het vijandelijke leger volgde maar laat genoeg om de volgende ochtend te verdrinken. Archeologen hebben resten teruggevonden, waaronder een wiel van een strijdwagen. Vrijheid!

Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua,
Amsterdam