Choekat

Israël moest af van het diep ingegraveerde beeld van heilige koeien, goden met een hondenkop en godinnen met kind op schoot. Alhoewel sommige huidige religies deze beelden blijven verafgoden (zie afbeeldingen van Maria met kind die identiek zijn aan afbeldingen van Isis met Horus) is de remedie daartegen die de Eeuwige opdraagt, dat er een echt kalf met de kleur van rood goud wordt verbrand in een speciaal offer.

Het verbranden van de bijbelse offers heeft onder meer tot doel te laten zien hoe gruwelijk onze daden zijn. De as van een rode koe wordt gemengd met cederhout, hysop en scharlakenrode wol. De man die de koe heeft verbrand is onrein tot de avond. Een andere reine man verzamelt de as en maakt er later reinigingswater van. Ook hij is onrein tot de avond. Eveneens uitgeschakeld tot de avond. Alleen al om te laten zien dat dit niet het brouwen van een tovermiddel is dat de maker macht geeft.

Als er al een verband bestaat tussen de voorgaande parsjiot (wekelijkse leesgedeelten uit de Tora) en dit water dan zou het zijn dat de houding van de tien verkenners en van Korach onreinheid zichtbaar maken die besmettelijk is. Speciaal wanneer het gaat om mensen die een verantwoordelijke positie hebben is het wanstaltig om zichzelf belachelijk te maken door wangedrag.

Die wanstaltigheid verontreinigt en vraagt om reiniging. Het is misschien mede daarom dat Mirjam in deze Toraportie overlijdt. Zij heeft het wanstaltige gedrag van laster gedemonstreerd, wat altijd een zwakke poging is om macht over een ander uit te oefenen: laster is toverij met de mond. Gelukkig heeft zij zich daarvan bekeerd. Bekering van de verslaving die laster heet is moeilijker dan stoppen met roken.

In deze portie van de Tora drijft de gemeenschap Israël hun leider tot het uiterste door het gebrek aan water bekend te maken door te zeggen dat men nog liever was gestorven. Mozes krijgt te horen dat hij het volk heeft weggeleid uit Egypte, zonder de vermelding dat men beseft dat de Eeuwige hier de regie van heeft gehad. De Eeuwige vraagt aan Mozes om de staf te pakken en de hele gemeenschap te laten aantreden. Mozes moet dan tegen de rots spreken. Mozes moet zich hebben herinnerd dat hij een keer eerder uit de rots water heeft weten te laten komen.

Die keer sloeg hij op de rots, omdat de Eeuwige hem dat had opgedragen: “Toen zei de Eeuwige tegen Mozes, Ga voor het volk uit en neem enige van de oudsten van Israël met je mee. Neem ook de staf waarmee jij de Nijl geslagen hebt, in je hand en ga op weg. Ik zal daar voor jou op de rots bij de berg Chorev staan. Je moet dan op de rots slaan en daar zal water uit te voorschijn komen, zodat het volk kan drinken. Mozes deed het zo voor de ogen van de oudsten van Israël” (Exodus 17:5-6). En in zijn frustratie die hij met overmoed compenseerde sloeg hij er opnieuw op. Dat kostte hem zijn toegang tot het Beloofde Land, de toegang die hij later alsnog verkreeg, toen hij de Messias ontmoette (Matteüs 17:1-7).