Chol HaMoëd Pesach

Het is traditie om op chol hamoëd op Sjabbat onder meer te lezen over de confrontatie tussen Mosjee (Mozes) en de G’d van Israël. Deze unieke ontmoeting heeft geleid tot het hemelse geschenk van de Eeuwige aan Israël van de Tora. Dat is een geweldig blijk van vertrouwen geweest. Vijfendertighonderd jaar geleden heeft een nomadisch volk een tekst in handen gekregen die Joden en Christenen nu nog steeds kunnen lezen en bestuderen. Bij het ontvangen van de tekst wilde de ontvanger meer. Het is tenslotte een Joods gebruik om onder dezelfde voorwaarden meer te krijgen dan aanvankelijk zou plaatsvinden.

Mosjee vraagt om persoonlijke begeleiding op de reis naar het Beloofde Land. En hij vraagt om G’ds heerlijkheid (kawod) te zien. Die persoonlijke begeleiding wordt geboden. En bevestigd door Yeshua: “Ik ben bij jullie alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld” (Mattitjahoe/Matteüs 28:20), als een herhaling van B’resjiet/Genesis 26:24. En het zien van G’ds heerlijkheid heeft ook plaatsgevonden, waarmee Mosjee de enige mens op aarde is die de Eeuwige in werkelijkheid – en niet alleen in een visioen of droom – heeft gezien.

Onze leraar Mosjee moet tegen de verzengende lichtenergie van de Eeuwige worden beschermd. Die blijkt niet schadelijk voor het menselijk lichaam, althans niet voor Mosjee, maar alleen voor de ogen. En alleen wanneer menselijke ogen in G’ds gelaat kijken. Wanneer de Eeuwige Mosjee voorbijloopt in een unieke parade, plaatst Hij hem in een rotsholte. En met die hand bedekt Hij Mosjee totdat het gevaar van het in de ogen kijken voorbij is.

Tijdens deze bijzondere parade roept de Eeuwige Zijn dertien eigenschappen, Exodus 34:6,7a: “6 Eeuwige, Eeuwige, El, ontfermend en genadig, geduldig, overvloedig in genade en in waarheid, 7a die genade verschaft aan duizenden, die ongerechtigheid vergeeft, bewuste overtreding en zonde en die reinigt.” Aan het eind van vers 6 staat in de NBG-vertaling 1951: goedertierenheid en trouw, in de Statenvertaling: weldadigheid en waarheid. De grondtaal, Hebreeuws, zegt: genade en waarheid. Wegvertaald in sommige vertalingen, omdat het anders niet past in de visie en het vooroordeel, dat genade en waarheid niet in het “Oude Testament”, de Tora, zouden thuishoren.

In de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel, komt de combinatie van deze twee woorden 33 keer voor. Het gaat om de woorden: chèsed en èmet. In de Nederlandse vertaling zien we voor het woord ‘genade’ vaak vervangingen als: weldadigheid, liefde en goedertierenheid. De Bijbelvertalers hebben zich geen raad geweten met de waarheid dat ‘genade’ niet het unieke kenmerk is van het Nieuwe Testament, maar juist ook van de Hebreeuwse Bijbel.

Het Goede Nieuws is nu juist dat de Eeuwige dezelfde is. Hij was en is ons gunstig gezind en benadert ons terwijl wij nog zondaren zijn. Hij biedt ons Zijn vergeving en Zijn bevrijdende waarheid van de Tora (de Wet). Paulus weet hierover mee te praten: “De Eeuwige bewijst juist Zijn liefde voor ons, doordat Yeshua voor ons gestorven is toen wij nog zondaren waren” (Romeinen 5:8). Die G’d begeleidt Israël, toen en nu.

Sjabbat Sjalom en Pesach kasjer,
rabbijn Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam