Chol HaMoëd Soekot 1 (Dag 3)

In onze Soeka, onze Loofhut, mogen we genieten van de vruchten van de najaarsoogst. Vruchten van het afgelopen jaar. Terwijl je in je Soeka zit kun je nadenken over het afgelopen jaar. Hoe ben ik gegroeid in mijn overgave aan Yeshua? Welke vruchten kan ik in mijn leven terugvinden? Liefde? Blijdschap? Vrede? Geduld? Vriendelijkheid? Goedheid? Geloof? Zachtmoedigheid? Zelfbeheersing? Zie de lijst in Galaten 5:22. Welke vruchten zou ik komend jaar meer willen cultiveren?

Het is een opdracht om je tijdens Soekot te verheugen. Verheug je over alle goede dingen die G’d heeft gedaan (Filippenzen 4:4-9). Ervaar de vreugde die Hij je geeft met iedere vezel van je wezen, mediteer over Filippenzen 4:13, Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft. Mocht het regenen, realiseer je dat ook de regen en zegen van G’d is, nodig om vrucht te dragen. Hij verkwikt mijn ziel (Psalm 23). G’d doet alle dingen meewerken, ten goede van hen die Hem liefhebben (Romeinen 8:28).

Daarbij wuiven we in de Soeka onze Loelav naar het oosten, zuiden, westen, noorden naar boven en naar beneden. Waarmee we proclameren: Hoor Israël, de Eeuwige is onze G’d, de Eeuwige is één. En hoor het woord van god, volken. Hij die Israël verstrooide , zal het verzamelen en het behoeden als een herder zijn kudde. Want de Eeuwige maakt Jakob vrij en verlost hem uit de macht van wie sterker is dan hij (Jeremia 31:10, 11). Dan verheugt het meisje zich in de reidans, jongelingen en grijsaards samen. Ik verander hun rouw in vreugde, ik troost en verblijd hen na hun smart (vers 13).

We zien uit naar de vervulling van de belofte van de Eeuwige in Jesaja 2:2 en Zacharia 14:16, 17 en mogen dan heel dicht bij Hem zijn, zoals Mosjee. Kijk, bij Mij is een plaats, waar jij op de rots kunt staan (Exodus 33:21). Daar sloot G’d een verbond met Israël (Exodus 34:10), een verbond dat steeds opnieuw werd vernieuwd (Deuteronomium 29:13, 14, Jozua 24:15-17, Jeremia 31:33). Een verbond waarbij de Eeuwige Zijn Tora in onze harten schrijft. Dan zullen zij allen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de Eeuwige, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken (Jeremia 31:34).

En hij toonde mij een rivier van levend water, helder als kristal die ontspringt uit de troon van G’d en van het Lam. Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte van het leven, dat twaalf keer vrucht draagt. Iedere maand geeft het vrucht. De bladeren van het geboomte dienen als geneesmiddel voor de volkeren. Niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van de Eeuwige en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Zijn gezicht zien en Zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. …En zij zullen als koningen heersen tot in alle eeuwigheid (Openb.22:1-5).