Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Dewariem
Tora Deuteronomium 1:22-26 uit 1:1-3:22
22 Jullie kwamen allemaal naar mij toe en zeiden: laten wij enige mannen vooruit zenden om voor ons het land te verkennen en ons in te lichten omtrent de route waarlangs wij moesten optrekken, en over de steden die wij zouden bereiken. 23 Dat was goed in mijn ogen. Dus koos ik twaalf mannen uit; uit elke stam een. 24 Zij gingen op weg. Ze trokken het gebergte in. Ze kwamen tot aan het Esjkol Dal en gingen dit verkennen. 25 Ook namen zij vruchten van het land mee en brachten die mee terug. En ze deden ons verslag. Ze zeiden: Het land dat de Eeuwige onze G’d, ons gaat geven, is goed. 26 Maar jullie wilden niet optrekken. Jullie protesteerden tegen het bevel van de Eeuwige jullie G’d.
Haftara: Jesaja 1:16-20 uit 1:1-27
Vers 1: Het hemelse beeld dat Jesaja heeft ontvangen…
16 Was jezelf. Reinig je. Doe je verkeerde daden uit mijn ogen weg. Houd ermee op je slecht te gedragen. 17 Volg een cursus: Hoe kan ik me goed gedragen. Leer goed te doen. Probeer het recht te dienen. Houdt controle over degene die gewelddadig is. Behandel de wezen rechtvaardig en verdedig weduwen in rechtszaken door schuldeisers. 18 Kom, lk wil graag met je spreken, zegt de Eeuwige. Al waren je overtredingen zo dieprood als scharlaken gekleurd, zij zullen wit worden als sneeuw. Al waren zij zo rood als karmozijn, zij zullen als witte wol worden. 19 Als je je wil traint en gaat luisteren, dan zul je goede oogsten met rijk resultaat. 20 Maar als je weigert en je je gaat verzetten, dan zul je door het zwaard worden verteerd. Dat is omdat de mond van de Eeuwige het heeft gezegd.
Beriet Chadasja: Handelingen 3:1-6
1 Kefa en Jochanan beklommen de Tempelberg. Ze waren op weg naar de Tempel voor Minche, het middaggebed. Het was rond drie uur. 2 Een man, die verlamd was vanaf zijn geboorte, werd op dat moment naar toegedragen. Elke dag droegen mensen hem naar de Mooie Poort van de Tempel, zodat hij om tsedaká (aalmoes) kon vragen aan mensen die door deze Tempelpoort liepen. 3 Toen deze man zag, dat Kefa en Jochanan richting de Tempel liepen, vroeg hij hen om tsedaká. 4 Kefa en Jochanan keken met aandacht naar hem. Kefa zei: Kijk naar ons. 5 De man bleef naar hen kijken, omdat hij dacht iets van hen te ontvangen. 6 Maar Kefa zei: Goud en zilver bezit ik niet. Maar, wat ik wel heb, dat geef ik jou. Namens Yeshua de Messias uit Natserret zeg ik tegen jou: Ga lopen.
Lion Erwteman over Dewariem
De reis loopt op zijn einde en Mosjee is aan het einde van zijn leven. Hij onderwijst en schrijft dit laatste deel van zijn levenswerk, Dewariem/Deuteronomium, in slechts vijf weken. In eigen woorden gaat hij alles wat hij gezegd heeft, nog eens na en geeft extra praktische wenken. In die zin is de benaming ‘Deuteronomium’ foutief, omdat het hier niet alleen maar gaat om een herhaling van wat Mosjee heeft gezegd in Sjemot/Exodus 20. Zoals Israël de stem van de Eeuwige hoorde via haar profeten, zo hoorde ze G’ds stem via Mosjee in dit vijfde deel van de Tora. De eerste vier delen waren anders: daar dicteerde de Eeuwige rechtstreeks.
Wanneer Dewariem begint, is Israël in haar veertigste jaar van de reis naar het Beloofde Land. Mosjee beseft dat Israël op het punt staat om het Beloofde Land binnen te trekken. En dat hij daar niet bij zal zijn. Daarom bereidt hij hen voor op het stadsleven. Nomadisch leven is voor een deel anders dan stadsleven. Spreek met een landbouwer of veeteler in Nederland en hij of zij zal je al kunnen vertellen dat stadsleven anders is dan hun leven. Daarnaast haalt Mosjee herinneringen op die belangrijk zijn om van te leren voor het heden en de toekomst. Willem Bilderdijk heeft dit principe geleerd, gezien zijn gezegde: In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.
Direct en tussen de regels door leert de Tora dat we erg op ons gedrag dienen te letten. Niet alleen persoonlijk, maar vooral ook tegenover elkaar. Daarover gaat ook de tekst in Jesjajahoe/Jesaja. Deze profeet heeft aan den lijve ondervonden wat hij profeteert, namelijk: als je je niet goed gedraagt tegenover elkaar, gaan je onderlinge relaties en je band met de Eeuwige gegarandeerd stuk. Jesjajahoe 1 wordt altijd gelezen op de Sjabbat die voorafgaat aan Tisja b’Av (9 Av). Die dag herinnert aan de verwoesting van de eerste en de tweede Tempel van Israël. Jesjajahoe heeft de verwoesting van de eerste Tempel aangekondigd. Maar in plaats van stil te staan bij de verwoesting van de Tempel die hem zo dierbaar was, spreekt hij over de oorzaken van die verwoesting: het gedrag van Israël. “Hoor, hemel en aarde, richt je oor, want de Eeuwige spreekt. Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden” (Jesjajahoe 1:2).
Dit geldt net zo voor Joodse orthodoxie, waar je altijd eerst met je rechtervoet in een schoen moet stappen om geluk te ontvangen, als voor Christelijke orthodoxie, waar de Bijbelwetten en de tijden van de feesten bewust zijn veranderd. Bijzonder is dat de Eeuwige Israël uitnodigt om bij Hem te komen, om samen aan de relatie te bouwen en de fouten te kunnen wegdoen: “Kom toch en laten we samen spreken, zegt de Eeuwige. Al waren jouw zonden als rood scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw. Al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol” (Jesjajahoe 1:18). Geweldig, die uitnodiging van onze Papa in de hemel en wat een genade spreekt hieruit!
Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam











