Dewariem

De reis loopt op zijn einde en Mosjee is aan het einde van zijn leven. Hij onderwijst en schrijft dit laatste deel van zijn levenswerk, Dewariem/Deuteronomium, in slechts vijf weken. In eigen woorden gaat hij alles wat hij gezegd heeft, nog eens na en geeft extra praktische wenken. In die zin is de benaming ‘Deuteronomium’ foutief, omdat het hier niet alleen maar gaat om een herhaling van wat Mosjee heeft gezegd in Sjemot/Exodus 20. Zoals Israël de stem van de Eeuwige hoorde via haar profeten, zo hoorde ze G’ds stem via Mosjee in dit vijfde deel van de Tora. De eerste vier delen waren anders: daar dicteerde de Eeuwige rechtstreeks.

Wanneer Dewariem begint, is Israël in haar veertigste jaar van de reis naar het Beloofde Land. Mosjee beseft dat Israël op het punt staat om het Beloofde Land binnen te trekken. En dat hij daar niet bij zal zijn. Daarom bereidt hij hen voor op het stadsleven. Nomadisch leven is voor een deel anders dan stadsleven. Spreek met een landbouwer of veeteler in Nederland en hij of zij zal je al kunnen vertellen dat stadsleven anders is dan hun leven. Daarnaast haalt Mosjee herinneringen op die belangrijk zijn om van te leren voor het heden en de toekomst. Willem Bilderdijk heeft dit principe geleerd, gezien zijn gezegde: In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal.

Direct en tussen de regels door leert de Tora dat we erg op ons gedrag dienen te letten. Niet alleen persoonlijk, maar vooral ook tegenover elkaar. Daarover gaat ook de tekst in Jesjajahoe/Jesaja. Deze profeet heeft aan den lijve ondervonden wat hij profeteert, namelijk: als je je niet goed gedraagt tegenover elkaar, gaan je onderlinge relaties en je band met de Eeuwige gegarandeerd stuk. Jesjajahoe 1 wordt altijd gelezen op de Sjabbat die voorafgaat aan Tisja b’Av (9 Av). Die dag herinnert aan de verwoesting van de eerste en de tweede Tempel van Israël. Jesjajahoe heeft de verwoesting van de eerste Tempel aangekondigd. Maar in plaats van stil te staan bij de verwoesting van de Tempel die hem zo dierbaar was, spreekt hij over de oorzaken van die verwoesting: het gedrag van Israël. “Hoor, hemel en aarde, richt je oor, want de Eeuwige spreekt. Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden” (Jesjajahoe 1:2).

Dit geldt net zo voor Joodse orthodoxie, waar je altijd eerst met je rechtervoet in een schoen moet stappen om geluk te ontvangen, als voor Christelijke orthodoxie, waar de Bijbelwetten en de tijden van de feesten bewust zijn veranderd. Bijzonder is dat de Eeuwige Israël uitnodigt om bij Hem te komen, om samen aan de relatie te bouwen en de fouten te kunnen wegdoen: “Kom toch en laten we samen spreken, zegt de Eeuwige. Al waren jouw zonden als rood scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw. Al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol” (Jesjajahoe 1:18). Geweldig, die uitnodiging van onze Papa in de hemel en wat een genade spreekt hieruit!