Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Emor
Tora Leviticus 21:1-4 uit 21:1-24:23
De Eeuwige zei tegen Mozes: “Zeg tegen de priesters, de zonen van Aharon: Een priester mag geen dode aanraken. Dat wil zeggen: hij mag alleen een dode aanraken als dat zijn moeder, zijn vader, zijn zoon, zijn dochter, zijn broer, of zijn ongetrouwde zus is. Omdat hij een leider van zijn volk is, mag hij zich niet onrein maken.”
Haftara: Ezechiël 44:15-18 uit 44:15-31
Alleen de Levitische priesters uit de familie van Zadok mogen bij Mij komen en Mij dienen. Want zij hebben zich wel aan de regels van mijn Tempel gehouden, inde tijd dat de overige Israëlieten ontrouw aan Mij werden. Zij zullen Mij mogen dienen en het vet en het bloed van de offerdieren aan Mij mogen offeren, zegt de Eeuwige. Zij mogen in mijn heiligdom binnengaan en bij mijn tafel komen om Mij te dienen.” Verder zei de Eeuwige: “Als de priesters de poorten naar het binnenplein ingaan, moeten ze linnen kleren aantrekken. Als ze hun werk doen in de poorten van het binnenplein, op het binnenplein of in het tempelhuis, mogen ze geen wollen kleren dragen. Ze moeten een linnen tulband op hun hoofd hebben en linnen kleren aanhebben. Ze mogen niets aanhebben waarvan ze gaan zweten.
Beriet Chadasja: Handelingen 1:7-12
7 Yeshua’s volgelingen vroegen Hem: Meester, herstelt U in deze tijd het koningschap voor Israël? Hij antwoordde hun: Het is niet aan jullie, dat je de tijden of gelegenheden weet, waarover G’d in de hemel de beschikking voor zichzelf gehouden heeft. 8 Wel zullen jullie kracht ontvangen, wanneer de heilig makende Geest over jullie komt. Jullie zullen Mijn verkondigers in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria; tot de uiterste grenzen van ons land. 9 Nadat Hij dit gezegd had, werd Hij opgetild voor hun ogen. Een wolk onttrok Hem aan hun ogen. 10 Toen zij omhoog naar de lucht bleven kijken, terwijl Yeshua uit hun leven verdween, stonden er twee mannen bij hen, in witte kleding. 11 Zij zeiden: mannen uit Galilea, wat staan jullie daar nu te kijken naar de lucht? Deze Yeshua, die van jullie is opgenomen naar de hemel, zal op dezelfde manier terugkomen, zoals jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan. 12 Toen keerden zij terug naar Jeruzalem, terwijl zij de berg verlieten die de Olijfberg heet en die dicht bij Jeruzalem ligt, op een Sjabbatreis, dus binnen de eroev – ongeveer 1½ km.
Lion Erwteman over Emor
De Eeuwige maakt heel duidelijk hoe Hij door de priesters, en in het bijzonder de hogepriester, wil worden gediend in Zijn Heiligdom. Eerst de Tent in de woestijn, de Tabernakel, en later de Tempel in Jeroesjalajiem (Jeruzalem). Telkens opnieuw zegt G’d tegen Mosjee (Mozes): “…want Ik, de Eeuwige, heilig hen.” Wij zijn in onze tijd dat gevoel van G’ds aanwezigheid op de manier die er toen zichtbaar aanwezig was kwijtgeraakt. Helaas is er geen Tempel meer in Jeroesjalajiem. Het was beslist zeer indrukwekkend, te zien hoe de offers opgingen in rook. Niet zozeer alleen vanwege het verschijnsel, maar veel meer vanwege het feit dat het gebeurde, omdat de Eeuwige dat zelf zo heeft gewild; en in Zijn Tora, die Hij aan Mosjee heeft doorgegeven, heeft laten opschrijven.
Deze dienst aan de Eeuwige moest op een zo heilig mogelijke manier worden uitgevoerd. Hiervoor krijgen de priesters een hele lijst met instructies. Ze mogen zich niet verontreinigen aan een dode, met uitzondering van een direct gezinslid. Voor de hogepriester is zelfs dat niet toegestaan. Iemand die een lichamelijk gebrek heeft, is ook niet toegestaan als priester op te treden. Je zou dit kunnen opvatten als een onrechtvaardige situatie. Je kunt er immers niets aan doen dat je met een lichamelijk gebrek geboren bent. Het is echter belangrijk om hier anders tegen aan te kijken.
De dienst in het Heiligdom is niet een handeling waarbij de persoon die het doet de aandacht moet krijgen. Integendeel. Alle aandacht moet gericht zijn op de Eeuwige Zelf. Hij is heilig, en daarom wil Hij ook dat daar waar Hij in het midden van Zijn volk aanwezig is, zoveel mogelijk een situatie is waar Zijn volmaaktheid zichtbaar is. Het is de plaats waar wij als mens naar de Eeuwige toe komen om gereinigd te worden van onze onreinheid. Bij G’d is er geen plaats voor onze onreinheid.
We moeten bij Hem ook niet aankomen met dat wat ons goed uitkomt. Offers die gebracht worden, moeten perfect zijn en aan de hoogste maatstaven voldoen. We moeten goed doordrongen zijn van het feit, dat de Eeuwige een heilige G’d is, die met onze onheilige daden niets te maken kan en wil hebben. Hij heeft ons wel de mogelijkheid gegeven om weer met Hem in het reine te komen, maar daaraan zijn wel kosten verbonden. Overtreden van de Tora is niet iets waar je makkelijk overheen kunt stappen. Ieder jaar opnieuw gaan we door de cyclus van de Hoogtijden van de Eeuwige heen. Hijzelf heeft deze belangrijke momenten ingesteld.
Je vraagt je af waar iemand de euvele moed vandaan gehaald heeft om te pretenderen het beter te weten dan G’d zelf. Wekelijks mogen we op de Sjabbat rusten van ons werk. Ieder jaar mogen we op Pesach onze persoonlijke bevrijding uit de slavernij in Egypte herdenken. Op Sjawoe’ot, het Wekenfeest, verblijden we er ons over dat de Eeuwige ons de Tora heeft gegeven. Op Rosj Hasjana staat de Eeuwige in het middelpunt als onze koning. Tien dagen later staat zeer nadrukkelijk de verzoening die wij allen nodig hebben centraal, op Grote Verzoendag. Werk doen is dan absoluut verboden. Dat wordt zeer nadrukkelijk en herhaaldelijk duidelijk gemaakt. We mogen deze jaarlijkse rij van feesten afsluiten met Soekot, het Loofhuttenfeest. De Eeuwige leidt ons door de woestijn van het leven.
Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, rosj kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam













