Metsora

Speciale selectie Sjabbat Hagadol: Maleachi 3:4-24

De parasja begint met de reinigingsvoorschriften voor de melaatse (tsara’atlijder). De kohen (priester) is de stad uitgegaan naar de plek waar mensen met tsara’at leven om de persoon opnieuw te onderzoeken. De tsara’at blijkt over te zijn, dus ook de vernederende situatie van de melaatse. Wat moet het een feestgejuich hebben veroorzaakt toen Yeshua later in één klap zieken bevrijdde van de gevreesde tsara’at! Mensen kregen hun status als inwoner van Jisra’el weer terug en konden weer bij hun familie wonen!

De reinigingsmethode die volgt, klinkt ons wat vreemd in de oren. In Wajikra (Leviticus) 14:4 noemt Mosjee (Mozes) reine vogels (bijvoorbeeld duiven), cederhout, karmozijnrode wol en hysop. rpm (vogel) bevat de betekenis van het zich vroeg op weg begeven. Een van de vogels moet geslacht worden en de andere mag vrij wegvliegen; de ene weg wordt geblokkeerd en de andere mag doorgaan. Dat tsara’at van een mens wijkt, zal betekenen dat hij zijn zonde geen doorgang meer geeft. Het cederhout, de wol en de hysop worden samen met de levende vogel in het bloed van de geslachte gedoopt en de ex-tsara’atlijder krijgt zevenmaal bloedspetters tegen zich aan. De genezene neemt hiermee zichtbaar afstand van zijn roddel of andere zonde, zijn oude mens. De kohen laat de levende vogel los, die zijn weg mag vervolgen.

Cederhout geeft kracht weer, die je ten goede of ten kwade kunt gebruiken. De karmozijnrode wol komt van een gestorven wormpje, coccus ilicis, dat zich voorgoed aan een boom heeft vastgehecht. Voor haar sterven gaf ze leven aan nieuwe wormpjes en offerde door deze vasthechting haar leven op voor de bescherming van haar kroost. Jesjajahoe (Jesaja) 1:18 wijst met karmozijn op de zonden van Jisra’el, die witte wol worden door Yeshua’s offer: “Al waren jullie zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.” Hysop is een geneeskrachtige plant en werkt tegen diverse ziekten. Frappant is dat de Romeinen het sap ervan toevoegden aan het badwater ter voorkoming van lepra. Mogelijk komen we door deze betekenissen dichter bij de reden waarom Adonai deze reinigingsprocedure voorschreef.

Na de tsara’atprocedures volgen de perikelen rond vloeistoffen die het lichaam verlaten en verontreinigen. Heeft onreinheid iets met zonde te maken? Ja en nee. Onreinheid komt voort uit aanraking met iets dat gestorven is. En dood is het gevolg van de zonde (B’resjiet/Genesis 2:17). Maar onreinheid is niet hetzelfde als zonde. Zaad in het lichaam van een man is levend. Maar als het de man verlaat, sterft het direct, waardoor het de geur van de dood in zich draagt, het toont het verval van deze wereld aan: onrein.

Adonai doet alle dingen medewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben. Zo is het ook met melaatsheid en andere onreinheden die we kennen. In de haftara lezen we dat G’d melaatsen gebruikt om Sjomron (Samaria) van verder verval, zoals kannibalisme, te redden. Hij bevrijdt Zijn ongehoorzame volk van Arams verdrukking, tot verbazing van ‘s konings leunstok: de hoofdman (Melachiem beth/2 Koningen 7:2). Had hij maar vertrouwd op het woord van Elisja (Elisa), het woord van Adonai, die G’d van levenden is en niet van doden!

Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam