Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie uit de lezingen voor Misjpatiem
Tora : Exodus 24:5-8 uit 21:1-24:18
Mosjee stuurde de jonge mannen van de Israëlieten op weg om hem bij te staan. Zij brachten brandoffers en offerden stieren als vredeoffers voor de Eeuwige. Mosjee deed de helft van het bloed in schalen. De andere helft sprenkelde hij rondom tegen de zijkanten van het altaar. Hij nam het boek van het verbond en las het aan het volk voor. De mensen zeiden: “Wij zullen alles doen wat Adonai heeft gezegd en we zullen gehoorzamen.” Toen nam Mosjee het bloed in de schalen, sprenkelde het op het volk en zei: “Zie het bloed van het verbond dat de Eeuwige met jullie sluit, op grond van al deze woorden”.
Haftara : 2 Koningen 12:1-3 uit 12:1-17
1 In het zevende jaar van koning Jehoe werd Jehoasj koning. Hij regeerde veertig jaar in Jeruzalem. Zijn moeder heette Tsivja en ze was afkomstig uit Bersjewa. 2 Jehoasj deed wat rechtvaardig is in de ogen van de Eeuwige, in de tijd dat de priester Jehojada hem onderwees. 3 Alleen verdwenen de offerhoogten niet. Het volk slachtte en offerde nog steeds op de hoogten.
Beriet Chadasja : Handelingen 7:48-53
HaEljon (de Allerhoogste), woont niet in gebouwen die door mensen zijn gemaakt. Daarover bericht de profeet Jesaja: “De hemel is Mijn troon en de aarde is mijn voetenbank. Wat voor huis zouden jullie voor Mij kunnen bouwen? Wat voor soort omgeving zouden jullie kunnen regelen voor Mijn rust? Ik heb toch al deze zaken zelf gemaakt!” Jullie zijn koppig met niet besneden harten en oren. Jullie verzetten je voortdurend tegen de Roe’ach HaKodesj (de Heilige Geest). Jullie doen dezelfde dingen die jullie voorouders hebben gedaan. Welke profeet is niet door hen vervolgd? Ze hebben zelfs de profeten gedood die hebben geprofeteerd over de komst van de Rechtvaardige. En nu zijn jullie Zijn verraden en moordenaars geworden. Jullie, die de Tora hebben ontvangen van boodschappers, maar die zich niet aan de Tora houden!”
Lion Erwteman over Misjpatiem
Speciale selectie: Sjabbat Sjekaliem
Exodus 30:11-16; 2 Koningen 12:1-17
Over de tekst in het Boek Handelingen: Harde woorden van de Joodse Stefanos die kritiek durfde te hebben op zijn onrechtvaardige beulen. Stefanos zag de hemelse waarde van Yeshua en van de Tora. En hij veroordeelde zijn tijdgenoten als een roepende in de woestijn van koude bruutheid om hun verraad en moordlust. De moordlust die in mensen van alle geloofssystemen aanwezig is. Denk aan de kruisvaarders die mensen vermoordden omdat ze zich niet bij hun kerk wilden aansluiten. Zonder gewetensbezwaar staken ze synagogen in brand waarin zich onschuldige Sjabbat vierende Joden bevonden.
En denk aan de vader van de reformatorische theologie, Calvijn, die eigenhandig Messiasbelijdende Joden als Miguel (Michael) Servetus op de brandstapel heeft laten zetten en deze zelf in brand gestoken. Miguel was afstammeling van de Zaportas (of Çaportas), een rijke en maatschappelijk belangrijke Converso-familie uit de regio’s Barbastro en Monzón in Aragón. Dit werd aangetoond door een notarieel protocol dat in 1999 werd gepubliceerd. Deze denker keerde zich tegen de leer van drie-eenheid en zette zich in om de Sjabbat als rust- en heilige dag te herstellen.
Bedenk dat niet alleen het Hebreeuwse deel, maar ook het Griekse deel, het Nieuwe Testament, geschreven is door Joden. Als een eerlijk verslag en een eerlijke evaluatie, bedoeld voor intern gebruik. Wie niet Joods is, dient er met respect naar te kijken, als buitenstaander. Trap niet in de theologische val om het woord JULLIE te vertalen naar believen. Veroordelende woorden zoals die van Stefanos, zijn gericht aan zijn Joodse gehoor. Als JULLIE iets positiefs betekent, laat dat dan ook intact door het ook dan betrekking te laten hebben op Israël!
Bedenk dat het niet-Joden waren die Yeshua hebben gekruisigd. De Joodse leiders hadden NIET de autoriteit daartoe, omdat de Romeinen hen die juridische macht ontnomen hadden. Yeshua heeft dankbaar gebruik gemaakt van hun slechtheid, door die te gebruiken voor Zijn vooropgezette plan om Zijn offer op aarde te brengen. Bedenk ook, dat Zijn dood bedoeld was als verzoening voor mensen die hun eigen slechtheid erkennen. Denk als voorbeeld daarvan aan de 17e eeuwse dichter Jacobus Revius, die in zijn gedicht “Hy droech onse smerten” rijmde: “En ’t sijn de Joden niet, Heer Jesu, die U cruicigden. Noch die U spogen op, en met geeselen sloegen. … Maer ick ben het, o Heer, ick ben het die U kruicigde”. En denk aan Martinus Nijhoff uit de 20e eeuw, die in zijn gedicht: “De soldaat die Jezus kruisigde”, schreef: “We sloegen hem aan ’t kruis. Zijn vingers grepen, Wild om den spijker heen toen ‘k den hamer hief. Maar hij zei zacht mijn naam en: ‘Heb mij lief.’ En ’t groot geheim had ik voorgoed begrepen.”
Na de beroemde Tien Woorden die ook in steen aan Israël zijn gegeven, volgen de geboden die voortvloeien uit en verband houden met deze eerste tien. Ze gelden ook voor mensen die in Yeshua geloven en in Zijn uitspraken, zoals deze: “Denk niet dat Ik ben gekomen om de Tora en de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen maar om ze te na te leven. …Wie ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en dat aan mensen onderwijst, zal zeer klein zijn het Koninkrijk van de hemel …” (Matteüs 5:17-19).
Maar wat gebeurt er met mensen die onderwijzen dat je de grote geboden niet hoeft te doen, zoals de Sjabbat? Paulus zegt ook duidelijke dingen hierover: “Stellen wij door geloof de Tora, de Wet, buiten werking? Volstrekt niet. Wij bevestigen wij de Tora er juist mee” (Romeinen 3:31). Met andere woorden: Moet je, om te geloven, niet of niet meer de Wet toepassen? Juist wel. En ook zegt hij: “Is de Wet, de Tora, in strijd met de beloften van de Eeuwige? Volstrekt niet! …” (Galaten 3:21). Het is Joods om in de Tora te geloven, die toe te passen en in Yeshua te geloven, die, op aarde, ook de Tora heeft toegepast.
Na de Tien Woorden beginnen de geboden wonderlijk genoeg met mensen die gebonden zijn door werk, gedwongen werkverband. Dat zal niet alleen zijn vanwege de veelvuldige praktijk hiervan, zoals met zo vele andere geboden. Israël is net uit haar slavernij gekomen. Het hoeft zich niet meer te buigen voor de koning van Egypte. En het hoeft de regels van Egypte niet meer na te leven. Het is namelijk bevrijd en moet nu buigen voor de G’d van de schepping en moet Zijn regels naleven.
En zo is de eerste instructie er een die beschrijft wat je moet doen als je een gedwongen werkkracht in dienst hebt. En dat deze de keuze krijgt om na zes jaar weer op eigen benen te staan. Zo had immers ook Israël “zes jaar” gedwongen gearbeid, om in het zevende jaar op eigen benen te staan, nadat de Egyptische fanatieke religieuze leiders tot zwijgen waren gebracht. Het doden van een slaaf, moord en doodslag, allerlei civiele wetten die herinneren aan Egypte, komen vervolgens aan bod.
Want we zouden eens in dezelfde val kunnen lopen. Ook eigendomsrecht waaronder wettelijke aansprakelijkheid wordt onderwezen. Ook het eerlijk laten verlopen van een proces wordt onderwezen, zie vanaf hoofdstuk 23. Israël verbouwt bananen, maar mag en zal niet en nooit een bananenrepubliek worden. De Sjabbat wordt opnieuw voorgeschreven; en niet alleen aan het Joodse volk, maar ook aan de vreemdeling die woont te midden van Israël.
Mosjee gaat opnieuw de berg Sinaï op, om verder onderwezen te worden, zie 24:1-2. En vervolgens sluit hij met alle aanwezigen, Joods en niet-Joods, op grond van dit verbondsgeschrift dat de Tora is, het verbond, zie 24:7 en 8. De mooiste erediensten die Israël ooit beleefde, waren daar bij de berg Sinaï. Maar Israël moest verder. En zo zou er een draagbaar heiligdom komen, om vast te houden wat zich daar in de woestijn aan bijna paradijselijke ervaringen had voorgedaan.
Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, Rosj Kehila van Beth Yeshua
Amsterdam
















