Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Nasso
Tora Numeri 6:1-4 uit 4:21-7:89
De Eeuwige zei tegen Mosjee: “Zeg tegen de Israëlieten: Iemand kan een bijzondere belofte aan de Eeuwige doen. Dat is de Nazireeër Gelofte. Daarmee geeft hij of zij zichzelf voor een bepaalde tijd aan Mij. Als hij Mij die belofte wil doen, mag hij geen wijn meer drinken. Ook mag hij geen azijn gebruiken die van wijn gemaakt is, of andere dranken die van druiven worden gemaakt. Hij mag geen verse of gedroogde druiven eten. Hij mag al die tijd helemaal niets eten wat van de wijnstruik komt. Zelfs geen pitten of bladeren.
Haftara: Rechters 13:1-4 uit 13:2-25
De Israëlieten bereikten weer een periode van wat niet aangenaam was in de ogen van de Eeuwige. Toen liet de Eeuwige toe dat zij 40 jaar in de macht van de Filistijnen kwamen. In die tijd woonde er een man in Tsora. Hij heette Manoach en hij behoorde tot de stam van Dan. Zijn vrouw kon geen kinderen krijgen. Op een dag kwam de Engel van de Eeuwige naar haar toe. Hij zei: Tot nu toe heb je geen kinderen gekregen. Maar nu zul je in verwachting raken en een zoon krijgen. Drink geen wijn of andere drank met alcohol en eet niets wat onrein is.
Beriet Chadasja: Matteüs 6:5-8
Yeshua zei tegen zijn leerlingen: Bid niet op dezelfde manier als schijnheilige mensen. Zij staan graag in de synagoge en op de hoeken van de pleinen te bidden. Want ze willen dat de mensen zien wat ze doen. Luister goed! Ik zeg jullie dat ze hun hele beloning al hebben gekregen. Maar wanneer je bidt, ga dan je kamer binnen en doe de deur dicht. Bid dan tot je Vader terwijl niemand het ziet. En je Vader, die de verborgen dingen ziet, zal je er openlijk voor belonen. Gebruik bij het bidden niet heel veel woorden door steeds hetzelfde te zeggen, zoals de andere volken dat doen. Want zij denken dat, als ze hun woorden maar steeds herhalen, hun goden zullen doen wat ze van hen vragen. Doe niet net als zij. Want jullie Vader weet wat jullie nodig hebben. Hij weet dat al vóórdat jullie Hem er om hebben gebeden!
Lion Erwteman over Nasso
In Numeri 6:1-21 lezen we dat gewone Kinderen van Israël, mensen die geen priester of Leviet waren, zich op een bijzondere manier konden geven voor de dienst van de Eeuwige. Bijvoorbeeld bij Zijn Heiligdom. Dat kon men doen uit dankbaarheid voor een bewezen weldaad. Of ten gevolge van een afgelegde gelofte (1 Samuël 1:11). Of door een bevel van de Eeuwige (Richteren, Rechters 13:3-5). Was je een man, dan werd je een nazier, een uitgezonderde, gewijde. Was je een vrouw, dan werd je een neziera.
We vinden zowel in de TeNaCH, het Mozes Testament, als in het Beriet Chadasja, het Nieuwe Testament, voorbeelden van Nazireeërs: Sjimsjon (Simson, in Sjoftiem 13:5), Sjmoël (Sjmoël alef 1:11) en Jochanan haMatbiel (Johannes de Doper, Lukas 1:15). Alle drie voor hun hele leven! Toch kon je ook een begin- en een einddatum in je gelofte noemen (Bamidbar 6:8).
Daar zien we in het Nieuwe Testament een voorbeeld van. Paulus liet zijn hoofdhaar afknippen, zie Handelingen 18:18.
De gemeenteleider in Jeruzalem raadt hem ook aan een Nazireeër Gelofte te doen, samen met vier mannen, zie Handelingen 21:23-26. Daarmee liet hij zien dat hij Joden onderwees in kennis en geloof in Yeshua en het doen van de geboden. En hij liet bij de afsluiting van de tijd van de Gelofte het bijbehorend offer (zie Numeri 6:14) brengen.
De Nazireeërs moesten zich onthouden van wijn en andere sterke drank. Ze moesten sprekende voorbeelden van onderhouding van de inzettingen en de verordeningen van de Eeuwige zijn en Israël leren te bedenken: “De mens die ze volbrengt, vindt daardoor het leven” (Leviticus 18:5a). Het was een kostbare zaak om de Nazireeërgelofte af te leggen. Want er worden grote offers gevraagd om het Nazireeërschap te beëindigen, zie Numeri 6:13-15. In Handelingen 21:21-24,26 betaalt Paulus voor vier mannen de kosten.
Hij maakt de datum bekend waarop de reinigingstijd voorbij is en waarop voor elk van hen de offers gebracht moeten worden, zoals hierboven al aangegeven. Er wordt dus na de dood en de opstanding van Yeshua door Zijn volgelingen gewoon geofferd in het Bet Hamikdasj, de Tempel. Zijn offer op Golgota heeft dierenoffers in G’ds Huis niet overbodig gemaakt.
Anders zou Yeshua nooit de Messias kunnen zijn, zie 1 Koningen 2:4. Het voorschrift van het Nazireeërschap maakt zichtbaar dat je niet lichtvaardig aan de Eeuwige een gelofte moet doen. Een gelofte aan G’d is mooi, maar is ook een heel serieuze zaak. Met heilige zaken moet je niet achteloos omgaan! Dat wordt ons ook duidelijk voorgehouden in Kohelet, Prediker 4:17-5:6.
De voorschriften van Bemidbar (Numeri) 5:1-6:21 zijn bedoeld om de heiligheid van Israël te bewaren. Want de Eeuwige, die volmaakt heilig is, wil onder Zijn volk aanwezig zijn. Hij wil Zijn naam aan hen verbinden.
De priesterlijke zegen in 6:22-26 is opgebouwd uit drie zinnen van respectievelijk drie, vijf en zeven woorden:
– in totaal 3 keer de naam van de Eeuwige
– 5 plus 7 = 12 overige woorden, gelijk aan het aantal van Israëls stammen.
Zegenen is de naam van de Eeuwige op de mensen leggen (6:27). G’d vraagt heiligheid, omdat de mensen van Zijn volk Zijn vertegenwoordigers zijn op aarde. Maar Hij wil ook Zelf ons in staat stellen om heilig te zijn.
Sjabbat sjalom,
Lion Erwteman,
Beth Yeshua, Amsterdam












