Pesach dag 1

Sjabbat Feestdag selectie in verband met Pesach dag 1: Exodus 12:21-51; Numeri 28:16-25: Jozua 3:5-7, 5:2-6:1, 6:27

Ongeveer 3500 jaar geleden heelt er iets mysterieus plaatsgevonden. Een volk vormde een onderdeel van een grote wereldmacht uit die tijd en weet zich, zo lijkt het, daaruit te bevrijden. Een vluchtelingenstroom, zo ziet het eruit, komt op gang, die er veertig jaar over doet om weer in eigen land terug te keren. De tijdsduur is op zich niet opmerkelijk lang, eerder opmerkelijk kort. Want vele volken die op de vlucht zijn geweest in de loop van de geschiedenis, keren nooit meer terug naar hun thuisland, maar gaan op in de volken waar ze onderdak hebben gevonden. Tot zover is deze gebeurtenis niet mysterieus.

Vele volken hebben zich in de loop der tijd laten onderwerpen door wereldheersers. Dat waren – in grote lijnen – de Egyptenaren, later de Babyloniërs, dan de Grieken, daarna de Meden en de Perzen, en uiteindelijk het Romeinse rijk. Volken zagen zich overheerst in opeenvolgende rijken. Ze werden gedeporteerd en vermengd, om de oude nationale groepsgeest te breken en de geest van een nieuw volk te scheppen. Het is in dat licht opmerkelijk dat Israël als volk nog steeds bestaat. Maar niet mysterieus. Het wordt pas mysterieus, wanneer we het optreden van de Eeuwige erin gaan herkennen.

In de Haggada, de handleiding voor de viering van Pesach, staat onder meer: “In elke generatie moet iedereen zichzelf zien alsof hij persoonlijk uit Egypte was weggegaan.” Met haast (Exodus 12:11) en verlicht met de kennis van G’ds ingrijpen. Dat is mysterieus. Het is een soort tijdmachine waarin je reist, wanneer je Pesach viert. Deze situatie is niet uniek, want zo moeten we ook doen alsof we persoonlijk aanwezig waren in Gan Eden, het Paradijs, toen Adam – dus wij met hem – zondigde. We waren erbij toen de Eeuwige ons hoorde in onze nood en ging reageren (Exodus 3:9, 10).

We reisden mee, dat ellendige land uit (Exodus 12:37). We verwonderden ons over de vuurkolom en de wolkkolom (Exodus 13:20-22) en we keken met het grootste respect naar het water van de Rietzee, dat met ingehouden agressie ons de doorgang verleende naar de overkant (Exodus 14:21,22). We waren erbij toen we hoorden dat de Eeuwige niet alleen de harten van de aanwezige menigte zou besnijden, maar tevens die van hun nakroost (Deuteronomium 30:6). Erover horen, of het als een historisch feit vieren, is één ding. Maar zelf aanwezig zijn bij een gebeurtenis die 3500 jaar geleden heeft plaatsgevonden, dat is mysterieus. Tevens zinnig.

Het is één ding om bij iets aanwezig te zijn dat zo lang geleden heeft plaatsgevonden. Het is nog iets anders om iets wat zo lang geleden gebeurd is, nu nog steeds te zien plaatsvinden. Bij de traditionele Seiderviering tijden Pesach is de betekenis van de matse, het ongezuurde brood, na de hoofdmaaltijd: de herdenking aan het Pesachoffer, dat werd gegeten wanneer men verzadigd was. Mozes kreeg van de Eeuwige te horen dat het hart van Farao en zijn dienaren hard was gemaakt.

Om zo Mozes in staat te stellen aan zijn nageslacht te vertellen wat de Eeuwige heeft gedaan (Exodus 10:2). Dat wijst erop dat Israël niet aan G’ds ingrijpen terug hoeft te denken als alleen maar een mooie tijd, maar dat we daardoor in geloof en vertrouwen kunnen groeien. De Eeuwige grijpt nog steeds in als we ons in vol geloof tot Hem richten, zoals Israël dat indertijd had gedaan.

Bovendien is Pesach ook – in de loop van de geschiedenis van ons volk – gebruikt om reiniging toe te passen in voorkomende situaties. Zo vierde Ezra Pesach op de volgende manier: “En op de veertiende van de eerste maand vierden zij die in de ballingschap geweest waren, het Pascha [Aramees voor Pesach]. 20 Want de priesters en de Levieten hadden zich samen gereinigd. Zij waren allemaal ritueel rein. Zo slachtten zij het Pascha voor allen die in de ballingschap geweest waren, voor hun broeders, de priesters, en voor zichzelf.

De Israëlieten die uit de ballingschap waren teruggekeerd, aten het, en tevens ieder die zich van de onreinheid van de heidenen van het land had afgescheiden en zich bij hen had gevoegd had, om de Eeuwige, de G’d van Israël, te zoeken. 22 En zij vierden het Feest van de Ongezuurde Broden met vreugde, zeven dagen. Want de Eeuwige had hen verblijd. Hij had het hart van de koning van Assur naar hen toe gekeerd om hen te steunen bij de arbeid aan het Huis van de Eeuwige, de G’d van Israël” (Ezra 6:19-22). Terugkeer, reiniging, ingrijpen van de Eeuwige op dat moment, dit waren de extra redenen voor Ezra om Pesach te vieren.

Toen koning Herodes Agrippa I huishield in Judea, liet hij expres tijdens het feest van Pesach Ja’akov, de broer van Jochanan, ter dood brengen en Petrus nam hij gevangen (Handelingen 12:1-5). Maar juist tijden dit zelfde feest bevrijdde de Eeuwige Petrus weer (Handelingen 12:7). Natuurlijk viert ook Paulus Pesach, als het reinigings- en bevrijdingsfeest, dat hij actueel maakt voor zijn tijd. Hij zegt in 1 Korintiërs 5:7,8, “Doe het oude zuurdeeg weg, zodat jullie een vers deeg zullen zijn.

Jullie zijn immers ongezuurd. Want ook ons Pesachlam is geslacht: de Messias. Laten wij daarom feestvieren, niet met oud zuurdeeg, of met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid.” En zo trekt hij de Pesach naar het heden, waarin het Pesachlam, Yeshua, altijd aanwezig is. En hij ziet in de viering mede het wegdoen uit je leven van slechtheid in daden en voornemens.

De bevrijding en de reiniging van Pesach zijn beschikbaar voor het hele volk Israël en voor hen die zich erbij aansluiten. Tegelijkertijd is het voor ieder afzonderlijk. Dat is mysterieus, iets wat zo’n breed spectrum beslaat. Je moet je hier wel voor openstellen. Als niet-Jood heb je daar een extra opdracht bij: niet alleen je openstellen voor de Eeuwige, maar ook voor Israël.

Je kunt niet Sjabbat vieren en je tegelijkertijd vijandelijk opstellen tegen een deel van Israël, orthodoxe, liberale of Messiasbelijdende Joden. Pesach geldt per gezin en per zoon, zie Deuteronomium 6:20. Een geheel en toch individueel, zegt ook Paulus: “Zo zijn er velen van ons en in eenheid mei de Messias vormen we één lichaam, terwijl eenieder van ons tot de anderen behoort” (Romeinen 12:5).

De Eeuwige heeft ingegrepen, maar het duurde een erg lange tijd voordat Hij dat deed. Zijn ingrijpen zou niet gezien moeten worden in het licht van het zo late karakter daarvan. De beker is halfvol: Hij had helemaal niet hoeven ingrijpen, maar heeft het juist wel gedaan. Het ingrijpen, reinigen en bevrijden van de Eeuwige is niet een automatisch gegeven. Het valt onder de categorie genade; en dat maakt het mysterieus. Vergeving is mede om de Eeuwige te leren eerbiedigen (Psalm 130:4).

En om Zijn Naam te vestigen (Jesaja 43:25). Zo heeft de Eeuwige ingegrepen door in de vorm van een dienende rabbijn, Yeshua, bij ons te komen. Hij was en is overal bij aanwezig, ook op de momenten dat we het niet beseften. De Eeuwige werkt zoals Hij altijd gedaan heeft (Hebreeën 13:8). Yeshua is gekomen voor allen en voor iedereen die Hem aanneemt als Messias (Johannes 3:16). Daar is verlichting van denken voor nodig. En haast. Ingrijpen deed Yeshua op die ene Pesach, door voor het enige bijbels toegestane mensenoffer te brengen en voor ons te sterven; om drie dagen later uit de dood op te staan (Zacharia 12:10; Jesaja 53:10). Allemaal mysterieus, maar zeer reëel.

Sjabbat sjalom; kosjer en vrolijk Pesach,
Lion S. Erwteman
Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam