Re’ee

Speciale selectie: Numeri 28:9-15; Isaiah 66:1-24
Andere selectie, voorafgaand aan Rosj Chodesj: 1 Samuël 20:18-42

Gilgal ligt precies tussen de bergen Geriziem en Ebal in. Het is de plaats waar Abraham zijn kamp opsloeg, zie Genesis 12:6-7. En het is ook de plaats waar Jakob een stuk grond kocht, zie Genesis 33:18-20. De berg Geriziem wordt de berg van de zegen genoemd, de berg Ebal de berg van de vloek. In de lezing ‘Kie tawo’ komt dit terug wanneer de zegeningen en de vervloekingen worden beschreven. Ook in het Nieuwe Verbond wordt de berg Geriziem aangehaald in Johannes 4:5. Hij [Yeshua] kwam in een stad van Samaria, genaamd Sichar, vlakbij het stuk land dat Jakob aan zijn zoon Jozef heeft gegeven.”

De instructies die Mozes heeft doorgegeven voor deze plaats worden later door Jozua nauwgezet opgevolgd. “33 Ondertussen stond Israël, met alle oudsten, griffiers en rechters aan de weerszijden van de ark van het verbond met de Eeuwige, tegenover de Levitische priesters die de ark droegen. Zowel de geboren Israëlieten als de vreemdelingen die bij hen woonden waren aanwezig. De ene helft van het volk keek uit op de Geriziem en de andere helft keek uit op de Ebal, zoals Mozes, de dienaar van de Eeuwige, had opgedragen. Eerst zegende Jozua het volk van Israël, zoals Mozes had opgedragen” (Jozua 8,33).

De Eeuwige heeft een duidelijke voorkeur en geeft dat ook op verschillende plaatsen in de Bijbel weer. “Jakob heb Ik liefgehad, maar Esau heb Ik gehaat” (Romeinen 9:13). Wij hebben zelf de verantwoordelijkheid om ons zo te gedragen dat we vallen onder de zegen van de Eeuwige, in plaats van dat de Eeuwige er aanleiding voor heeft om naar ons te kijken op basis van vloek. Die verantwoordelijkheid is groot.

In de parasja (leesportie) van deze week wordt onder meer gesproken over het vernietigen van afgodsbeelden en de altaren van de afgodendienst. De plaatsen moeten worden weggebrand en de namen van de afgoden moeten worden vernietigd. Dat de herinnering hieraan niet geheel werd weggevaagd kunnen we teruglezen in Johannes 4 in het gesprek tussen Yeshua en de Samaritaanse vrouw. Zij zegt in vers 20: “20 Onze vaders hebben op deze berg aanbeden; en jullie zeggen, dat Jeruzalem de plaats is, waar aanbeden moet worden.”

Twee bergen, landelijk gezien centraal gelegen. Ebal is noordelijk gelegen ten opzichte van Geriziem. Op Ebal bouwt Jozua een altaar voor de Eeuwige, zie Jozua 8:30. 30 Toen bouwde Jozua een altaar voor de Eeuwige, de G’d van Israël, op de berg Ebal.” Het is de plek vanwaar Jozua overluid al de woorden van de Tora heeft voorgelezen, de zegen en de vloek, zonder ook maar een woord daarvan af te zwakken qua inhoud of overdracht (Jozua 8: 35).