Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Rosj HaSjana
Tora 1: Genesis 21:1-4 uit 21:1-34
1 Adonai zorgde voor Sara, zoals Hij had gezegd. De Eeuwige greep in bij Sara, zoals Hij had gesproken. 2 Sara werd zwanger. Ze bracht voor Awraham een zoon in zijn ouderdom ter wereld, precies op de vastgestelde tijd die Adonai hem had genoemd. 3 Awraham gaf zijn zoon die hem geboren was en die Sara voor hem had gebaard, de naam Itschak. 4 Awraham besneed zijn zoon Itschak toen die acht dagen oud was, zoals Adonai het hem had opgedragen.
Tora 2: Numeri 29:1-4 uit 29:1-6
1 In de zevende maand, op de eerste dag van de maand, moeten jullie een heilige samenkomst hebben. Je mag niet het werk van een dienaar uitvoeren. Het moet een dag van juichen en jubelen zijn voor jullie. 2 Dan moeten jullie als brandoffer bereiden tot een liefelijke reuk voor de Eeuwige een jonge stier, een ram, zeven gave, eenjarige schapen; 3 en het bijbehorend meeloffer; fijn meel, aangemaakt met olie, drie tienden bij de stier, twee tienden bij de ram. 4 En een tiende bij elk van de zeven schapen. 5 Ook een geitenbok als zondeoffer om verzoening te doen over jullie.
Haftara: 1 Samuël 1:1-5 uit 1:1-2:10
1 Er was eens een man uit Ramatajiem-Tsofiem, gelegen in het gebergte van Efraïm. Hij heette Elkana, zoon van Jerocham, de zoon van Elihoe, de zoon van Tochoe, die weer de zoon was van Tsoef, uit de stam Efraïm. 2 De man was getrouwd met twee vrouwen. De ene heette Channa en de andere Peniena. Peniena had kinderen, maar Channa had geen kinderen. 3 Elk jaar verliet hij zijn stad om de Eeuwige van de hemelse legermachten in Sjilo te aanbidden en om Hem offeranden te brengen. De priesters van de Eeuwige die daar werkten, waren de twee zonen van de priester Eli, namelijk Chofni en Pinchas. 4 Elke keer wanneer de dag aanbrak, dat Elkana zijn offeranden bracht, gaf hij aan zijn vrouw Peniena en aan al haar zonen en dochters ieder een deel. 5 Aan Canna gaf hij een dubbel deel, want Channa had hij lief, hoewel Adonai haar moederschoot gesloten hield.
Beriet Chadasja: 2 Korintiërs 5:17-6:2
17 Wie een levende relatie heeft met Yeshua is een nieuw wezen. Wat oud was, is achter je. Alle dingen zijn nieuw. 18 Dit is allemaal afkomstig vanuit de Eeuwige, die ons door Yeshua met zichzelf heeft verzoend. Hij heeft ons het werk van verzoenen opgedragen. 19 Dat komt voort uit het feit, dat Adonai door middel van de Messias de wereld met zichzelf is gaan verzoenen, door de mensen hun overtredingen niet toe te rekenen. Hij heeft aan ons de boodschap over verzoening toevertrouwd. 20 Wij zijn dus ambassadeurs van Yeshua, alsof de Eeuwige door onze mond jullie bemoedigt en instrueert. Met de autoriteit die de Messias ons geeft vragen wij jullie: laat toe dat jullie met Adonai verzoend worden. 21 De Eeuwige heeft Hem, die zelf geen overtreding van de Tora gepleegd heeft, voor ons een overtreder gemaakt, waardoor wij de rechtvaardige van de Eeuwige zouden worden door Hem. 1 Maar als medewerkers doen wij een beroep op jullie, dat jullie ervoor zorgen dat je G’ds liefde niet tevergeefs zult ontvangen. 2 Want Hij zegt: Op het daarvoor geplande moment heb Ik jou verhoord en op de dag die was gepland om te verlossen ben Ik jou te hulp gekomen. Nu is het ‘t daarvoor geplande moment en dit de dag die was gepland om te verlossen.
Lion Erwteman over Rosj HaSjana
Rosj HaSjana, Israëlisch Nieuwjaar, ook genoemd: Dag van de Bazuinen, wijst op de Dag van het oordeel, het oordeel voor alle sterfelijke wezens. Het uitspreken op die dag van de wens jegens elkaar, dat de ander ingeschreven mag zijn in het Boek des Levens is vanwege het oordeel dat elke daad van allen verlangt. Naast de vergeving die het offer van Yeshua geeft, vraagt de Bijbel ons om te letten op elke daad. Het idee dat we vergeven zijn en nu dus niet meer op behoeven te letten, omdat we anders niet in G’ds genade geloven, is zeer misleidend. Ja, er is G’ds genade. En nee, dat betekent niet dat we niet zouden hoeven op te letten. Dood en leven, hoe dicht ze bij elkaar zijn. Hoe je kunt zorgen dat leven overwint.
Er zijn vier nieuwjaarsmomenten. De eerste ligt voor de hand, namelijk die op 1 Niesan. Daarvan zegt de Tora dat dit die datum de eerste van de maanden van het jaar is (Exodus 12:2). Het is de datum die gebruikt wordt om het aantal regeringsjaren van een koning te tellen en mee aan te geven. Ook is deze datum de eerste van de heilige reizen, die Joodse mannen hebben gemaakt, om in Jeruzalem bij de Tempel de grote opgangsfeesten te vieren.
De tweede is het begin van de maand Elloel, die verbonden is geweest met het vertienen van dieren. Dat was weer een andere administratieve jaartelling. De derde is vandaag, oordeelsdag voor de mensheid, ook de telling van sjmieta en joweljaar, telling van orla: de nieuw geplante bomen in hun 3e jaar en voor graan en groente tienden. En de vierde is 15 Sjewat, het Nieuwjaarsfeest van de bomen in het algemeen.
Op dit feest staan we stil bij de oordeelsdag. Rosj Hasjana is een dag van verberging, te lezen in Psalm 81:1-3, Voor de koorleider. Op het Gittit-instrument. Van Asaf. Prijs G’d, onze sterkte, juich ter ere van Jakobs G’d. Begin een lied met instrumentele begeleiding, laat de tof, de tamboerijn horen en de liefelijke kinnor, de lier met de newel, de luit. 3 Blaas de sjofar, de bazuin op de nieuwe maan, op volle maan voor ons feest. Niet volle maan, maar: kese = op de verborgen dag.
En inderdaad is het op Rosj Hasjana altijd nieuwe maan, het begin van de maand Tisjri. De uitleg hiervan is dat Israël zich op deze dag verootmoedigt en verbergt in groot ontzag voor de Dag van Oordeel. Maar ook is dit een dag van verborgenheid, omdat de Eeuwige de zonden van Zijn volk verbergt en hen vergeving schenkt. Het is ook de dag waarop we ons herinneren, dat Abraham zijn zoon verborg en hem bijna offerde.
Abraham en Sara kunnen geen kinderen krijgen. Het is ze wel beloofd door niemand minder dan G’d zelf. Geen kinderen betekent: geen oudedagvoorziening, geen nageslacht, geen voortbestaan van de familie en de beloften van niemand minder dan G’d zelf komen niet uit: Genesis 12:2-3, Ik zal jullie tot een groot volk maken, en jullie zegenen, en jullie naam belangrijk maken. Jullie zullen tot zegen zijn. 3 Ik zal de mensen zegenen die jullie zegenen. Wie jullie vervloekt zal Ik vervloeken. Met jou, Abraham, zullen al jouw generaties van de aardbodem gezegend worden.
En eindelijk, op het nippertje van 90 jarige leeftijd, baart Sara een zoon. Abraham is dan 100 jaar oud. En deze zoon, Jitschak (Isaak) moet Abraham offeren, volgens opdracht van G’d. Hoe oud is Jitschak dan? Net voordat Sara sterft is dit bijna-offer met Jitschak. Sara sterft wanneer ze 127 jaar oud is. Jitschak is dan: 37 jaar. Maar het feit dat ze een kind heeft gekregen is het grote wonder dat Israël nog steeds viert na 4000 jaar. Met G’d lukt alles. Ook al lijkt Hij ook weer af te pakken. Ook al bezwijk je aan de druk van de omstandigheden, zoals Sara. Het wonder heeft plaatsgevonden.
Rosj HaSjana herdenkt ook het feit dat Adonai het heelal heeft geschapen. Het nieuwe jaartal 5787 staat daar los van, omdat het heelal en de aarde ouder zijn dan 6000 jaar. Besef dat de Bijbel met geen woord rept over aantallen jaren. Het is een religieuze afspraak geweest die maakt, dat 6000 jaar de juiste leeftijd zou zijn van de schepping. Alleen al in Nederland liepen 150.000 jaar geleden de eerste bewoners over de Utrechtse Heuvelrug. Dit nadat 200.000 jaar geleden een dikke ijslaag in een strenge ijstijd een deel van Nederland bedekt heeft. De schepping zelf is G’ds unieke werk. Uit niets heeft Hij geschapen, zoals Hij uit niets Isaak heeft laten voortkomen uit Abraham en Sara.
En in komende wereld (‘de hemel’) kan Sara op haar gemak genieten van dat wonder en zien hoe Israël haar volk werd, haar kinderen. De gebeurtenis van Abraham en Sara zweeft voortdurend tussen leven en dood. Zo heb je het over leven en dan gaat het weer over de dood. Zelfs in de aankondiging van Sara worden die twee naast elkaar genoemd, in Genesis 23:1, “En Sara leefde 127 jaar. En ze stierf.”
Het brengt je terug naar de werkelijkheid van het leven: de dood staat vlak naast je. Maar met G’d heb je eeuwig leven. Wat moest Abraham daarvoor doen, en Sara ook natuurlijk: ze moesten hun familie, dorp, land, al het hun zo vertrouwde verlaten. Afstand doen. Wil je sterker zijn dan de dood? Wil je eeuwig leven? Wil je dan ook al het vertrouwde verlaten? Het is het kenmerk van de Joodse Messiasbelijdende beweging! Ook in het nieuwe jaar 5787.
!לשנה טובה תכתבו Lesjana tova tikatewoe!
Lion S. Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam






