Rosj Hasjana

Dood en leven, hoe dicht ze bij elkaar zijn. Hoe je kunt zorgen dat leven overwint. Er zijn vier rosjee hasjaniem. De eerste ligt voor de hand, namelijk die op 1 Niesan. Daarvan zegt de Tora dat dit die datum de eerste van de maanden van het jaar is (Ex.12:2). Het is de datum die gebruikt wordt om het aantal regeringsjaren van een koning te tellen en mee aan te geven. Ook is deze datum de eerste van de heilige reizen, die Joodse mannen hebben gemaakt, om in Jeruzalem bij de Tempel de grote opgangsfeesten te vieren. De tweede is het begin van de maand Elloel, die verbonden is geweest met het vertienen van dieren. Dat was weer een andere administratieve jaartelling. De derde is vandaag, oordeelsdag voor de mensheid, ook de telling van sjmieta en joweljaar, telling van orla: de nieuw geplante bomen in hun 3e jaar en voor graan en groente tienden. En de vierde is 15 Sjewat, het Nieuwjaarsfeest van de bomen in het algemeen.

Vandaag staan we stil bij de oordeelsdag. Rosj Hasjana is een dag van verberging, te lezen in Psalm 81:1-3, Voor de koorleider. Op het Gittit-instrument. Van Asaf. Prijs G’d, onze sterkte, juich ter ere van Jakobs G’d. Begin een lied met instrumentele begeleiding, laat de tof, de tamboerijn horen en de liefelijke kinnor, de lier met de newel, de luit. 3 Blaas de sjofar, de bazuin op de nieuwe maan, op volle maan voor ons feest. Niet volle maan, maar: kese = op de verborgen dag. En inderdaad is het op Rosj Hasjana altijd nieuwe maan, het begin van de maand Tisjri. De uitleg hiervan is dat Israël zich op deze dag verootmoedigt en verbergt in groot ontzag voor de Dag van Oordeel. Maar ook is dit een dag van verborgenheid, omdat de Eeuwige de zonden van Zijn volk verbergt en hen vergeving schenkt. Het is ook de dag waarop we ons herinneren dat Abraham zijn zoon verborg en hem bijna offerde.

Abraham en Sara kunnen geen kinderen krijgen. Het is ze wel beloofd door niemand minder dan G’d zelf. Geen kinderen betekent: geen ouderdagverzorging, geen nageslacht, geen voortbestaan van de familie en de beloften van niemand minder dan G’d zelf komen niet uit: Gen.12:2-3 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. 3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. En eindelijk, op 90 jarige leeftijd baart Sara een zoon. Abraham is dan 100 jaar oud. En deze zoon moet Abraham offeren, volgens opdracht van G’d. Hoe oud is Jitschak dan? Net voordat Sara sterft is dit bijna-offer met Jitschak. Sara sterft wanneer ze 127 jaar oud is. Jitschak is dan: 37 jaar. Maar het feit dat ze een kind heeft gekregen is het grote wonder dat Israël nog steeds viert na 4000 jaar. Met G’d lukt alles. Ook al lijkt Hij ook weer af te pakken. Ook al bezwijk je aan de druk van de omstandigheden, zoals Sara. Het wonder heeft plaatsgevonden.

En in komende wereld (‘de hemel’) kan Sara op haar gemak genieten van dat wonder en zien hoe Israël haar volk werd, haar kinderen. De gebeurtenis van Abraham en Sara zweeft voortdurend tussen leven en dood. Zo heb je het over leven en dan gaat het weer over de dood. Zelfs in de aankondiging van Sara worden die twee naast elkaar genoemd, in Gen.23: “En Sara leefde 127 jaar. En ze stierf.” Het brengt je terug naar de werkelijkheid van het leven: de dood staat vlak naast je. Maar met G’d heb je eeuwig leven. Wat moest Abraham daarvoor doen, en Sara ook natuurlijk: ze moesten hun familie, dorp, land, al het hun zo vertrouwde verlaten. Afstand doen. Wil je sterker zijn dan de dood? Wil je eeuwig leven? Wil je dan ook al het vertrouwde verlaten? Het is het kenmerk van de Joodse Messiasbelijdende beweging!

Sjabbat sjalom,
Lion S. Erwteman, rosj kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam