De opwaartse kracht van Sjawoeot (Pinksteren)

Selectie en uitleg uit de lezingen voor Sjawoeot (Pinksteren)

 

Tora Deuteronomium 15:1-5 uit 14:22-16:17

1 Na verloop van zeven jaar moet je een schuld door lening kwijtschelden. 2 Dit is kwijtschelden: iedere schuldeiser die aan zijn naaste geleend heeft, moet kwijtschelden. Hij mag van zijn naaste of zijn broeder dan geen betaling eisen, omdat kwijtschelding voor de Eeuwige is uitgeroepen. 3 Van een buitenlander mag je betaling eisen, maar wat er van jou aan geld bij je broeder is, moet je kwijtschelden. 4 Overigens hoeft niemand van jullie arm te zijn, want de Eeuwige zal jullie overvloedig zegenen in het land dat de Eeuwige, jullie G’d, jullie als erfelijk bezit geeft om in bezit te nemen; 5 tenminste als jullie de stem van de Eeuwige, jullie G’d, nauwkeurig gehoorzaamt, door al deze geboden die ik jullie vandaag opdraag, nauwkeurig uit te voeren.

Numeri 28:26-31
26 Op de oogstdag van de eerstelingen, wanneer jullie een nieuw meeloffer voor de Eeuwige brengen, op Wekenfeest, moeten jullie een heilige samenkomst hebben en je mag geen enkele soort arbeid doen die dienaren verrichten. 27 Dan moeten jullie een brandoffer brengen als een liefelijke reuk voor de Eeuwige: twee jonge stieren, een ram, zeven eenjarige schapen; 28 en het bijbehorend meeloffer: fijn meel aangemaakt met olie, drie tienden bij elke stier, twee tienden bij de ene ram, 29 steeds een tiende bij elk van de zeven schapen; 30 en een geitebok om verzoening te doen voor jullie. 31 Jullie moeten dat naast het dagelijks brandoffer en het bijbehorende meeloffer klaarmaken. Ze moeten onbeschadigd zijn, met de bijbehorende gietoffers.

Haftara: Habakuk 3:17-19

17 Al zou de vijgenboom niet bloeien, en al zou er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, al zou de vruchtopbrengst van de olijfboom teleurstellen, al zouden de akkers geen voedsel opleveren, al zouden de schapen uit hun kooi zijn weggejaagd en al zouden er geen koeien in de stal zijn, 18 ik zal evengoed juichen vanwege Adonai; en jubelen vanwege de G’d van mijn verlossing. 19 Adonai de Eeuwige hij is mijn kracht. Hij maakt mijn voeten als de pootjes van de herten. Hij helpt mij te staan op mijn hoogten. Dit is voor de koorleider. Zingen met snarenspel.

Beriet Chadasja: Markus 12:19-27

19 Meester Yeshua, Mosjee heeft ons voorgeschreven, dat als iemands broer overlijdt en zijn weduwe achterlaat, maar zij geen kinderen hebben gekregen, dat dan zijn broer deze vrouw moet trouwen en voor zijn broer voor kinderen moet zorgen. 20 Nu waren er eens zeven broers. En de eerste trouwde een vrouw en liet bij zijn overlijden geen kinderen achter. 21 De tweede broer trouwde haar maar ook hij overleed zonder kinderen te hebben gekregen. De derde net zo. 22 Geen van die zeven broers lieten bij hun overlijden kinderen achter. Als laatste van allen overleed ook de vrouw. 23 Vraag: Wanneer zij in de grote Opstanding uit de dood opstaan, wie van deze zeven broers zal dan de man zijn van deze vrouw? Want alle zeven hebben haar al als vrouw gehad. 24 Yeshua antwoordde hen: Jullie dwalen waarschijnlijk, omdat jullie de Tora niet kennen en evenmin de kracht van de Eeuwige! 25 Want wanneer deze mensen opstaan uit de dood, trouwen zij niet en worden zij niet ten huwelijk genomen. Ze leven als engelen in de hemelen. 26 Wat betreft de mensen die zijn overleden en uit de dood worden opgewekt, jullie hebben toch gelezen in de Tora van Mosjee bij de brandende braamstruik, dat de Eeuwige tegen hem zei: Ik ben de G’d van Abraham, de G’d van Isaak en de G’d van Jakob? 27 Hij is dus niet een god van dode mensen, maar de G’d van de levende mensen. Jullie zijn op een dwaalspoor.


Lion Erwteman over Sjawoeot

In de Tora staat dat we zeven weken moeten tellen na Pesach. Het moment wordt aangeduid als “het moment dat de sikkel in het staande koren” geslagen wordt. Dat is het begin van de gerstoogst. Met het Wekenfeest wordt een begin gemaakt met de tarweoogst, zie de foto’s. Dit is dus ook een feest van eerstelingen. Omdat het Joodse volk in de verstrooiing leeft, is er traditioneel een tweede dag aan het Wekenfeest toegevoegd, omdat de tijd waarop het feest gevierd moest worden, in die andere landen niet exact kon worden vastgesteld. De spannende geschiedenis van Roet (Ruth) en Boaz speelt zich af tijdens de tarweoogst. Roet is de betovergrootmoeder van Yeshua.  Over opwaartse kracht gesproken.

Het Wekenfeest (Pinksteren als je het zo wilt noemen, maar verwar de Christelijke invulling niet met de Joodse!) was en is een van de drie feesten waarop Israël op moest trekken naar Jeroesjalajiem. Opwaarts.

Naast de herinnering aan Matan Tora, het geven van de Tora, bij de berg Sinaï, is het ook een feest waarop de eerstelingen naar de Tempel werden gebracht.

De opdracht hierbij is heel expliciet om blij te zijn voor de Eeuwige: “Wees dan blij voor de Eeuwige, je G’d, jij, je zoon en je dochter, je slaaf en slavin, de Leviet, die binnen je poorten woont, de vreemdeling, de wees en de weduwe die bij je zijn, op de plaats die de Eeuwige, je G’d, uit zal kiezen om daar Zijn Naam te vestigen.”  Ook is het een opdracht dat we niet met lege handen voor de Eeuwige verschijnen. Naast twee broden moet je vrijwillig geven uit het bezit waarmee Hij je zegent.

Zoals voor alle opdrachten in de Tora is ook deze opdracht nog steeds geldig. Letterlijk kan deze opdracht nu niet in praktijk worden gebracht, omdat de Tempel in Jeroesjalajiem (nog) niet herbouwd is na de verwoesting door de Romeinen. Als je het gebed van de profeet Chavakoek (Habakuk) leest, zou je daaruit de conclusie kunnen trekken dat hij vooruit kijkt naar de tijd dat de Tempel weer herbouwd zal worden.

In Chavakoek (Habakuk) 3:13 staat: “U trekt uit tot redding van Uw volk, tot redding van Uw gezalfde. U verbrijzelt het bovenste van het huis van de goddeloze en ontbloot het fundament tot de laatste steen.” Zou het hier gaan over dat ‘huis’ dat nu op de plek staat waar G’ds Tempel hoort te staan? Zal Hij Zelf dat gebouw inclusief het fundament opruimen? Dat zou opwaartse kracht zijn.

De mate waarin de Eeuwige Zijn volk zegent, is onder meer afhankelijk van hun trouw in het doen van de Tora. Maar wellicht niet alleen dat. Uit het gebed van Chavakoek spreekt een geweldig vertrouwen. In hoofdstuk 3:17,18 zegt hij: “17 Al zou de vijgenboom niet bloeien, en al zou er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, al zou de vruchtopbrengst van de olijfboom teleurstellen, en al zouden de akkers geen voedsel opleveren, al zouden de schapen uit hun kooi zijn weggejaagd en al zouden er geen koeien in de stal zijn, 18 ik zal evengoed juichen vanwege Adonai; en jubelen vanwege de G’d van mijn verlossing. ”

Sjawoeot is, naast het uitleiden uit Egypte,  een nieuw hoogtepunt in het werk van Mosjee. Hij ontvangt de Tora, het document dat nog steeds in gebruik is in synagoge en kerk en thuis. Het is een bewijs van dankbaarheid van de Eeuwige naar Zijn volk, dat het bereid is geweest door de brandhaard van Egypte te gaan. Door die loutering groeide Israël toe naar het hoge geestelijke niveau dat de Tora bevat; en de opwaartse kracht die er de basis van is.

Wat hebben we nodig om een ​​spiritueel persoon te worden? Een menselijk karakter kan wel wat opwaartse kracht gebruiken. We kunnen de benodigde kenmerken samenvatten in deze tien Hebreeuwse woorden:
1. chesed – liefde, vergevend gezind
2. gewoera – zelfbeheersing, heldendom
3. tiferet – mededogen, hemelse glorie verlangend
4. netzach – volharding, eeuwigheid
5. hod – nederigheid, zachtmoedigheid
6. jessod – loyaliteit, origine erend
7. malchoet – verantwoordelijkheid, Koninkrijk bewust
8. da’at – weten, kennis van feiten
9. bina – begrip, bewuste wijsheid
10. chochma – wijsheid,  respect voor de ander

Chag Sjawoeot sameach en Sjabbat sjalom,
Lion Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam