Sjawoeot

In de Tora staat dat we zeven weken moeten tellen na Pesach. Het moment wordt aangeduid als “het moment dat de sikkel in het staande koren” geslagen wordt. Dat is het begin van de gerstoogst. Met het Wekenfeest wordt een begin gemaakt met de tarweoogst. Dit is dus ook een feest van eerstelingen. Omdat het Joodse volk in de verstrooiing leeft, is er traditioneel een tweede dag aan het Wekenfeest toegevoegd, omdat de tijd waarop het feest gevierd moest worden, in die andere landen niet exact kon worden vastgesteld.

Het Wekenfeest (Pinksteren als je het zo wilt noemen, maar verwar de Christelijke invulling niet met de Joodse!) was en is een van de drie feesten waarop Israël op moest trekken naar Jeroesjalajiem. Naast de herinnering aan Matan Tora, het geven van de Tora, bij de berg Sinaï, is het ook een feest waarop de eerstelingen naar de Tempel werden gebracht.

De opdracht hierbij is heel expliciet om blij te zijn voor de Eeuwige: “Wees dan blij voor de Eeuwige, je G’d, jij, je zoon en je dochter, je slaaf en slavin, de Leviet, die binnen je poorten woont, de vreemdeling, de wees en de weduwe die bij je zijn, op de plaats die de Eeuwige, je G’d, uit zal kiezen om daar Zijn Naam te vestigen.” Ook is het een opdracht dat we niet met lege handen voor de Eeuwige verschijnen. Je moet vrijwillig geven uit het bezit waarmee Hij je zegent.

Zoals voor alle opdrachten in de Tora is ook deze opdracht nog steeds geldig. Letterlijk kan deze opdracht nu niet in praktijk worden gebracht, omdat de Tempel in Jeroesjalajiem (nog) niet herbouwd is na de verwoesting door de Romeinen. Als je het gebed van de profeet Chavakoek (Habakuk) leest, zou je daaruit de conclusie kunnen trekken dat hij vooruit kijkt naar de tijd dat de Tempel weer herbouwd zal worden.

In Chavakoek (Habakuk) 3:13 staat: “U trekt uit tot redding van Uw volk, tot redding van Uw gezalfde. U verbrijzelt het bovenste van het huis van de goddeloze en ontbloot het fundament tot de laatste steen.” Zou het hier gaan over dat ‘huis’ dat nu op de plek staat waar G’ds Tempel hoort te staan? Zal Hij Zelf dat gebouw inclusief het fundament opruimen?

De mate waarin de Eeuwige Zijn volk zegent, is onder meer afhankelijk van hun trouw in het doen van de Tora. Maar wellicht niet alleen dat. Uit het gebed van Chavakoek spreekt een geweldig vertrouwen. In hoofdstuk 3:17,18 zegt hij: “17 Al zou de vijgenboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn, de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, 18 nochtans zal ik juichen in de Eeuwige, jubelen in de G’d van mijn bevrijding.”

Sjawoeot is, naast het uitleiden uit Egypte,  een nieuw hoogtepunt in het werk van Mosjee. Hij ontvangt de Tora, het document dat nog steeds in gebruik is in synagoge en kerk en thuis. Het is een bewijs van dankbaarheid van de Eeuwige naar Zijn volk, dat het bereid is geweest door de brandhaard van Egypte te gaan. Door die loutering groeide Israël toe naar het hoge geestelijke niveau dat de Tora bevat.

Chag Sjawoeot sameach en Sjabbat sjalom,
Lion Erwteman, Rosj Kehilla van Beth Yeshua
Amsterdam