Onderwerpen:
Onderwerpen:
Selectie en uitleg uit de lezingen voor Sjellach
Tora Numeri 13:16-20 uit 13:1-15:41
16 Dit zijn de namen van de mannen, die Mosjee op een geheime missie uitzond om het land te verkennen. Mosjee gaf Hosjea, de zoon van Nun, de naam: Jehosjoea. 17 Mosjee zond hen uit op een geheime missie om het land Kanaän te verkennen. Hij zei tegen hen: Trek hier het Zuiderland binnen en reis naar het bergland. 18 Kijk hoe het land is, en of het volk dat erin woont, sterk is of zwak, weinig in aantal of talrijk. 19 En of het land, waarin het woont, goed is of slecht, hoe de steden zijn, waarin het woont, of het in legerkampen woont, of in versterkte steden. 20 En kijk of het land vet is of schraal, of er bomen op staan of niet. Wees moedig. Neem wat mee van de vruchten van het land. Het was toen namelijk juist de tijd van de eerste druiven.
Haftara: Jehosjoea 2:1-5 uit 2:1-24
1 Jozua, de zoon van Nun, zond in het geheim twee verspieders vanuit van Sjittiem, met de opdracht: Ga op reis. Verken het land en Jericho. Ze gingen weg en kwamen in het huis van een prostituee. Haar naam was Rachav. Daar gingen ze slapen. 2 Dit werd aan de koning van Jericho gemeld: Er zijn hier deze nacht mannen gekomen van de Israëlieten om het land te verkennen. 3 De koning van Jericho zond toen een boodschap aan Rachav: Lever de mannen uit, die naar jou zijn gekomen en die jouw huis zijn binnengegaan. Zij zijn namelijk gekomen om het hele land te verkennen. 4 Maar de vrouw had de beide mannen met zich meegenomen en hen verborgen. Ze antwoordde: Zeker, die mannen zijn naar mij toe gekomen. Maar ik wist niet, waar zij vandaan waren gekomen. 5 Toen de poort bij het invallen van de duisternis gesloten zou worden, zijn die mannen weggegaan. Ik weet niet, waar die mannen naar toe zijn gegaan. Jaag snel achter hen aan. U zult hen beslist kunnen inhalen.
Beriet Chadasja: Ja’akov (Jak.) 2:20-26
20 Wat zijn jullie toch dwaas! Waarom begrijpen jullie niet dat het geen zin heeft om te geloven, als jullie verder niet doen wat G’d van jullie vraagt? 21 Onze vader Abraham is toch, toen hij zijn zoon Isaak op het altaar legde, juist door zijn daad rechtvaardig geworden. 22 Daaruit kun je concluderen, dat wat hij geloofde op één lijn stond met wat hij deed. En dat zijn geloof juist volkomen werd door wat hij deed. 23 De tekst in de Bijbel werd vervuld, waar staat: Abraham geloofde de Eeuwige. Dat maakte dat hij als rechtvaardig werd gezien. Hij werd een vriend van de Eeuwige genoemd. 24 Je ziet, dat een mens rechtvaardig wordt verklaard uit werken, niet alleen maar door geloof. 25 Zo is toch ook Rachav, die prostituee was, door haar daden rechtvaardig geworden, toen zij de geheime agenten in haar huis nam en via een andere weg liet vertrekken. 26 Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is geloven zonder goed gedrag dood.
Lion Erwteman over Sjellach
Het moet een prachtig gezicht geweest zijn. Twaalf leiders van Israël met militaire escorte gaan op weg om het land van G’ds belofte eindelijk te kunnen inspecteren. De mannen met grote algemene kennis gaan kijken wat de situatie is in het land dat ingenomen gaat worden. Hoe staat het er bij in militair opzicht, hoe is de landbouw en veeteelt, hoe is de geografische indeling en wat is het demografische beeld, de opbouw van de bevolking, zie Numeri 13:18-20?
Zo bezien is deze missie een belangrijke stap in het innemen van het Beloofde Land, een volgende fase in het proces van het claimen van wat de Eeuwige aan Israël heeft toegezegd. Maar gezien de reactie van tien van de twaalf leden van deze groep lijkt het erop dat de verkenners met een andere insteek aan deze opdracht zijn begonnen. Hun reactie was angst en paniek.
En gezien de latere reactie van Mozes in Deuteronomium 1 speelde er iets anders mee. In zijn laatste deel van de vijf komt Mozes immers op deze zaak terug en zegt, nadat hij zijn volk er aan herinnert dat de Eeuwige het land aan hen had gegeven, “Toen kwamen jullie allemaal naar mij toe en zeiden: Laten wij enkele mannen vooruit zenden om voor ons het land te verkennen, om ons in te lichten over de weg waarlangs wij moeten optrekken en over de steden die wij zullen bereiken.” (1:22).
De manier waarop Mozes hieraan herinnert zegt iets over de houding waarmee dat gedaan werd. Hij zegt: “Toen kwamen jullie allemaal naar mij toe.” Normaal gesproken benaderen oudsten, leiders en rechters hun leraar Mozes. Maar die herinnert zijn volk eraan dat bij die gelegenheid iedereen ongeordend en zonder plichtplegingen op hem afkwam.
De vraag is dan of de Eeuwige uit eigen beweging tegen Mozes heeft gezegd: “Zend mannen uit om het land Knaän, dat Ik aan de Kinderen van Israël zal geven, te bespieden. Je moet steeds één man zenden als vertegenwoordiger van de stam van zijn vaders, elk van hen een leider” (Numeri 13:2). Het kan goed zijn dat dit een strategische beslissing is geweest om dat wat er aan angst, ongeloof, gebrek aan vertrouwen en jaloersheid op het leiderschap van Mozes bestond openbaar te laten worden.
En bovendien werd het zo mogelijk om het latere leiderschap van Jozua zichtbaar te maken. Het zou niet goed zijn om hier veroordelend op te reageren. In geestelijke gemeenschappen is het juist belangrijk om verborgen motieven aan het licht te laten komen.
Dat Jozua later, als nationaal leider en legergeneraal, ook verkenners uitzendt laat zien dat dit op zich van Mozes geen verkeerde handeling is geweest die van ongeloof getuigde. Twee handelingen kunnen hetzelfde ogen, maar van elkaar verschillende beweegredenen hebben. Israël had geleerd dat het verkrijgen van het land niet alleen maar afhankelijk was van eigen militaire inspanningen.
Sjabbat sjalom,
Lion Erwteman
Beth Yeshua, Amsterdam














