Sjemot

Wie de wereldgeschiedenis bekijkt, ziet dat er steeds sprake is van antisemitisme, Jodenhaat. Over de eerste poging tot uitroeiing gaat het in Exodus 1. Een farao die Jozef niet gekend had, wil de groei van het nageslacht van Jakob tegengaan. Hij ziet hen als een bedreiging voor zijn volk (Exodus 1:10). De Israëlieten moeten als dwangarbeiders twee steden bouwen, die als opslagplaatsen voor voedsel en wapens dienen en in oorlogstijd hun nut hebben. Lange dagen in de brandende zon werken zal bij hen de lust tot paren wel sterk doen afnemen, denkt de nieuwe koning.

Maar de belofte van de Eeuwige blijkt sterker te zijn dan deze harde maatregelen. In Genesis 46:3 had Hij tegen Jakob gezegd: “Ik ben G’d, de G’d van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want Ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen.” En de Eeuwige maakt Zijn belofte waar (Exodus 1:7,12). Dan gaat de koning strenger optreden. De Israëlieten worden mishandeld (Exodus 1:13-14). De vroedvrouwen moeten de jongetjes bij de geboorte doden, wat ze weigeren (Exodus 1:15-17). Omdat de Israëlieten maar blijven toenemen in aantal, geeft de farao aan zijn hele volk bevel alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes in de Nijl te gooien (Exodus 1:22).

Toch is het allemaal een zinloos gevecht. De Eeuwige staat aan de kant van de Israëlieten. Niet tegen Israël vecht de koning van Egypte, maar tegen Hem. En dat is een verloren zaak. Ook in Jesaja 27 lezen we dat er hoop is voor Israël, omdat de Eeuwige Zijn volk altijd trouw blijft. In Exodus 3 roept de Eeuwige Mozes om de Israëlieten uit Egypte te verlossen. Maar hij komt met bezwaren. Zijn eerste tegenwerping luidt: “Dat kan ik niet. Wat U me opdraagt, gaat boven mijn macht” (Exodus 3:11). Maar het geweldige van onze G’d is dat Hij je nooit alleen maar een taak geeft. Hij geeft Zichzelf erbij (Exodus 3:12). Je kunt echt op Hem aan (Exodus 3:13-15).

Een volgende tegenwerping van Mozes is dat de Israëlieten tegen hem kunnen zeggen dat hij de ontmoeting met de Eeuwige uit zijn duim gezogen heeft (Exodus 4:1). G’d komt hem tegemoet door hem de beschikking te geven over drie tekenen die bij het volk elk spoor van twijfel aangaande zijn zending zullen wegnemen (Exodus 4:2 9). Een ander argument van Mozes om niet naar Egypte te hoeven gaan, is dat hij van zichzelf vindt dat hij geen spreker is (Exodus 4:10). Alsof onze welsprekendheid de mensen moet overtuigen. De Eeuwige belooft Mozes dat Hijzelf hem zal helpen bij het spreken. Hij zal hem de woorden in de mond geven (Exodus 4:11-12).

Een beroep op onze zwakheden kan nooit dienen om ons aan een opdracht van de Eeuwige te onttrekken. Lees ook maar wat Paulus in 2 Korintiërs 12:7b-10 schrijft. Waarom is hij juist geweldig blij met zwakheden? Omdat dan de kracht van Yeshua, de Messias, in hem gezien kan worden! Door Zijn kracht komt ons zwakke leven tot z’n bestemming.

Sjabbat sjalom,
Lion Erwteman, rosj kehilla van Beth Yeshua,
Amsterdam