Sjemot

Selectie uit de lezingen voor Sjemot

 

Tora : Exodus 1:15-19 uit 1:1-6:1

15 Bovendien zei de koning van Egypte tegen de vroedvrouwen van de Hebreeuwse vrouwen, van wie de naam van de een Sifra was en de naam van de ander Pua, 16 hij zei: Als u de Hebreeuwse vrouwen bij het bevallen helpt en u let op de stenen baarstoel,1:16 de stenen baarstoel, dan moet u, als het een zoon is, hem doden, maar als het een dochter is, mag zij blijven leven. 17 Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor de Eeuwige. Ze deden niet wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar lieten de jongetjes in leven. 18 Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen bij zich en zei tegen hen: Waarom hebt u dit gedaan, dat u de jongetjes in leven laat? 19 De vroedvrouwen zeiden tegen de farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn zoals de Egyptische vrouwen, want zij zijn sterk. Zij hebben al gebaard, voordat er een vroedvrouw bij hen is aangekomen.

Haftara : Jesaja 27:10-13 uit 27:6-28:13

10 Want de versterkte stad zal een eenzame plek zijn en de woningen leeg en verlaten als de woestijn. Daar zullen kalveren grazen, en daar zullen ze neerliggen en haar takken kaal eten. 11 Zijn haar twijgen verdord, dan worden ze afgebroken. Vrouwen komen en steken ze aan. Het is immers niet een volk met inzicht. Daarom zal zijn Maker Zich er niet over ontfermen, en zijn Formeerder zal het geen genade bewijzen. 12 Op die dag zal het gebeuren dat de Eeuwige de aren zal uitkloppen vanaf de rivier tot aan de Beek van Egypte; en jullie, Israëlieten, zullen worden opgeraapt, één voor één. 13 Op die dag zal het gebeuren dat op een grote bazuin geblazen zal worden. Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië, die verdreven waren naar het land Egypte. En zij zullen voor de Eeuwige buigen op de heilige berg in Jeruzalem.

Beriet Chadasja : Matteus 2:10-15

10 Toen de Magi de sterrenconfiguratie zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. 11 Eenmaal aangekomen in de stal, zagen. zij het kind met Zijn moeder Miriam. Zij knielden en aanbaden Hem. Daarna openden ze hun schatkisten en gaven de geschenken die zij voor Hem hadden meegebracht: goud, wierook en mirre. 12 Toen zij door een aanwijzing van de Eeuwige in een droom gewaarschuwd waren om niet terug te keren naar Herodes, keerden zij langs een andere route terug naar hun land. 13 Nadat zij vertrokken waren, verscheen een engel van de Eeuwige tijdens een droom aan Jozef. Deze zei: Sta op, en neem het kind en Zijn moeder met je mee. Je moeten naar Egypte vluchten. Blijf daar totdat ik het jou zal zeggen. Want Herodes zal het Kind zoeken om Het te vermoorden. 14 Jozef stond op, nam het kind en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. 15 En hij bleef daar tot de dood van Herodes, waardoor vervuld werd, wat door de Eeuwige was gezegd door de profeet Hosjea in 11:1, “Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen”.


Lion Erwteman over Sjemot

Wie de wereldgeschiedenis bekijkt, ziet dat er steeds sprake is van antisemitisme, van Jodenhaat. Van de vroege mensheid tot in onze tijd aan toe, zeker ook in de Tweede Kamer van Nederland, waar door sommige duistere partijen antisemitische vergelijkingen worden gemaakt tussen Corona maatregelen en de Holocaust.

Een van de vroegere pogingen tot uitroeiing vind je in Exodus 1. Een farao die Jozef niet gekend had, wil de groei van het nageslacht van Jakob tegengaan. Hij ziet hen als een bedreiging voor zijn volk (Exodus 1:10). De Israëlieten moeten als dwangarbeiders twee steden bouwen, die als opslagplaatsen voor voedsel en wapens dienen en in oorlogstijd hun nut hebben.

Maar de belofte van de Eeuwige blijkt sterker te zijn dan deze harde maatregelen. In Genesis 46:3 had Hij tegen Jakob gezegd: “Ik ben G’d, de G’d van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want Ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen.” En de Eeuwige maakt Zijn belofte waar (Exodus 1:7, 12). Dan gaat de koning strenger optreden. De Israëlieten worden mishandeld (Exodus 1:13-14). De vroedvrouwen moeten de jongetjes bij de geboorte doden, wat ze weigeren (Exodus 1:15-17). Omdat de Israëlieten maar blijven toenemen in aantal, geeft de farao aan zijn hele volk bevel alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes in de Nijl te gooien (Exodus 1:22).

De Eeuwige staat aan de kant van de Israëlieten. Niet tegen Israël vecht de koning van Egypte, maar tegen Hem. En dat is uiteindelijk een verloren zaak. Ook in Jesaja 27 lezen we dat er hoop is voor Israël, omdat de Eeuwige Israël altijd trouw blijft. In Exodus 3 roept de Eeuwige Mosjee om de Israëlieten uit Egypte te verlossen. Maar hij komt met bezwaren. Zijn eerste tegenwerping luidt: “Dat kan ik niet. Wat U me opdraagt, gaat boven mijn macht” (Exodus 3:11). De Eeuwige belooft Mosjee bij te zullen staan  (Exodus 3:13-15).

Een volgende tegenwerping van Mosjee is, dat de Israëlieten tegen hem kunnen zeggen dat hij de ontmoeting met de Eeuwige uit zijn duim gezogen heeft (Exodus 4:1). G’d komt hem tegemoet door hem de beschikking te geven over drie tekens, die bij het volk elk spoor van twijfel aangaande zijn zending zullen wegnemen: zijn staf die even een slang wordt, zijn hand die tijdelijk melaats wordt en Nijlwater dat een moment rood als bloed kleurt (Exodus 4:2-9).

Het zijn wonderen die G’ds macht over de natuur aantonen en over het Egyptische religieuze bolwerk. Een ander argument van Mosjee om niet naar Egypte te hoeven gaan, is dat hij van zichzelf vindt dat hij geen spreker is (Exodus 4:10). Alsof welsprekendheid de mensen moet overtuigen. De Eeuwige belooft Mosjee dat Hijzelf hem zal helpen bij het spreken. Hij zal hem de woorden in de mond geven (Exodus 4:11-12). De Messias heeft er Zijn handen vol aan.

Sjabbat sjalom,
Lion Erwteman, rosj kehilla van Beth Yeshua,
Amsterdam